Rechtbank Utrecht vernietigt 18 besluiten

De rechtbank Midden-Nederland heeft eerder genomen besluiten over 17 agrarische bedrijven en een slachterij in de provincie Utrecht vernietigd. Dat betekent dat de toekomst van deze bedrijven, die allemaal in de buurt van beschermde en stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden liggen, opnieuw onzeker is. De organisaties Mobilisation for the Environment en de Vereniging Leefmilieu hadden bij de bestuursrechter beroep ingesteld tegen de besluiten van de provincie Utrecht. Het gaat om kwesties die ook in andere provincies en bij andere rechtbanken spelen.

Hierbij schiet de rechtbank uit haar slof met de volgende toevoeging:

Actie nodig van kabinet en wetgever/De rechtbank beseft dat er met deze uitspraken nog veel onduidelijk is voor de betrokken bedrijven en natuurorganisaties. Dat is onbevredigend. In een woord vooraf bij de uitspraken schrijft de rechtbank dat het erop lijkt alsof iedereen elkaar nu afwachtend aankijkt, terwijl de stikstofproblematiek een maatschappelijk vraagstuk is. Het is aan het kabinet en aan de wetgever om in actie te komen voor een oplossing die verder gaat dan een individuele rechtszaak.

https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Rechtbanken/Rechtbank-Midden-Nederland/Nieuws/Paginas/Rechtbank-vernietigt-stikstofbesluiten-Utrechtse-veehouderijen.aspx

 

Als je het klimaatprobleem serieus neemt dan kappen met soja import voor veevoer

Nederland staat in de top-5 van Europese landen die bijdragen aan ontbossing. In een rapport van het Wereld Natuur Fonds staat dat Duitsland, Italië, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, Nederland, Frankrijk, België en Polen samen verantwoordelijk zijn voor tachtig procent van de ontbossing die wordt veroorzaakt door import van grondstoffen door EU-landen. Als het gaat om de hoeveelheid tropisch gebied dat ontbost wordt per hoofd van de Europese bevolking, staat Nederland zelfs op de eerste plaats, aldus WNF.

Conclusie: als je het klimaatprobleem serieus neemt dan is er maar één optie: kappen met soja import voor veevoer.

Zie: https://nos.nl/artikel/2376651-wnf-nederland-is-grote-europese-aanjager-van-ontbossing.html

 

Tovervloeren werken niet zoals gehoopt

Nederland ontkomt er niet aan om de veestapel in te krimpen. Die boodschap ligt op tafel bij de kabinetsformatie. Emissiearme vloeren werken niet goed en de miljoenen die er tot nu toe in zijn geïnvesteerd lijken weggegooid geld. 

Zie: https://eenvandaag.avrotros.nl/item/krimp-veestapel-lijkt-onontkoombaar-want-tovervloeren-voor-minder-stikstofuitstoot-werken-niet-goed/

  

De ammoniakemissie uit de land- en tuinbouw is sinds 2010 niet meer afgenomen

Uit de landelijke ammoniakmetingen blijft juist een toename. Krimp veestapel lijkt onontkoombaar, want 'tovervloeren' voor minder stikstofuitstoot werken niet goed c.q. minder goed dan men 'geloofde'.

Zie: https://eenvandaag.avrotros.nl/item/krimp-veestapel-lijkt-onontkoombaar-want-tovervloeren-voor-minder-stikstofuitstoot-werken-niet-goed/

Ook: https://www.groene.nl/artikel/op-tijd-stoppen-is-ook-ondernemen

 

De rechter zette recent ook een streep door het geloof in emissiearme stallen

Rechter legt opnieuw bom onder stikstofbeleid minister Schouten

Emissiefactoren ammoniak huisvestingssystemen onbetrouwbaar/Uitbreidingen veehouderij vrijwel onmogelijk geworden.

Zie: https://eenvandaag.avrotros.nl/item/boeren-bang-voor-toekomst-nu-er-definitief-een-streep-is-gezet-door-milieuvriendelijke-stal/

Op 12 maart 2021 is door de rechtbank van Noord Nederland uitspraak gedaan in het beroep van Mobilisation for the Environment en vereniging Leefmilieu tegen een natuurvergunningbesluit van de provincie Friesland met als gevolg dat vrijwel geen nieuwe uitbreidingen van veehouderijbedrijven meer kunnen worden toegestaan.Door het Friese provinciebestuur was een natuurvergunning verleend voor de uitbreiding van een melkveebedrijf. De landsadvocaat (Pels Rijcken) stelde namens het provinciebestuur dat de stikstofemissies niet toenemen ondanks dat meer dieren worden gehouden omdat emissiereductietechnieken worden toegepast. In Nederland mogen enkel nog natuurvergunningen voor nieuwe veestallen worden verleend als emissiereductietechnieken worden toegepast. Dit is bij wet geregeld in het Besluit Emissiearme huisvesting en de Regeling Ammoniak en Veehouderij.

Onder deskundigen bestaat al lange tijd grote twijfels over de effectiviteit van de emissiereductietechnieken in de veehouderij. In 2018 publiceerde de Wageningen Universiteit (WUR) een onderzoek naar de werking van luchtwassers. In oktober 2019 publiceerde het CBS de resultaten van een onderzoek op basis van 90.000 mestmonsters naar de effectiviteit van de emissiereductietechieken van veestallen. Beide onderzoeken moesten concluderen dat ernstige twijfels bestaan over de werking van emissiereductietechniek in veestallen.

De minister van LNV en het Friese provinciebestuur hebben tot nu toe gezegd dat ondanks de twijfels over de toegepaste emissiereductietechniek in veestallen de vergunningverlening gewoon door kon gaan. De wet eist dat enkel nieuwe vergunningen worden verleend als 'geen redelijke twijfels' bestaat dat de stikstofemissies niet toenemen. Daarom zag de Rechtbank geen andere mogelijkheid dan het Friese vergunningbesluit te vernietigen. Het gevolg van de uitspraak is dat vrijwel geen vergunning meer kan worden verleend voor veehouderij waarbij een beroep wordt gedaan op emissiereductietechniek.

MOB heeft hier ook al op 1 maart 2020 in een brief aan de commissie Remkes op gewezen:

https://mobilisation.nl/assets/foundation-6/media/22verhaal%20mob%20tegen%20opvullen.pdf

Hiermee komt dus met een klap de interne saldering (lees interne fraudering) met zogenaamde RAV-codes tot stilstand. Dit heeft mogelijk ook gevolgen voor de legalisering van PAS-melders en niet-PAS-melders omdat deze procedures ook gebruik maken van onbetrouwbare RAV-codes ( Ammoniakemissiefactoren voor stalsystemen). Zie: https://www.infomil.nl/onderwerpen/landbouw/ammoniak/rav-0/bijlage-1/

Emissiearme stallen zijn vaak ook niet veilig: 'Onder specifieke omstandigheden kunnen die risico's voor emissiearme vloersystemen groter kunnen zijn dan voor gangbare vloersystemen', zie:  https://www.groenkennisnet.nl/nl/groenkennisnet/show/Zorgen-over-veiligheid-emissiearme-stalvloeren.htm

 

Aanklacht tegen de vee-industrie

Vijftien jaar geleden, maar veel veranderd is er niet: de meest gebruikte kooi voor legkippen heeft een bodemoppervlakte van nog geen A4’tje; de bijdrage van de veeteelt aan het broeikaseffect is 40 procent hoger dan die van de gehele transportsector; in de Verenigde Staten produceren consumptiedieren 130 keer zoveel stront als de gehele bevolking bij elkaar. Dieren eten van Jonathan Safran Foer, zie: https://deleesclubvanalles.nl/recensie/dieren-eten/

 

De toekomst is aan een plantaardige samenleving

Zie:  https://www.foodlog.nl/artikel/de-toekomst-is-aan-een-plantaardige-samenleving/

 

Productie en consumptie van vlees, melk en eieren halveren

Productie en consumptie van vlees, melk en eieren moeten halveren en bossen aangeplant. Dan kan de Britse rundveestapel omvormen tot een duurzaam landbouwsysteem dat zowel de klimaat- als de biodiversiteitscrisis aanpakt en tegelijkertijd voldoende gezond voedsel produceert. Dit blijkt uit een studie van de Food, Farming and Countryside Commission Charity. Conclusie: zonder beperking en consumptie van dierlijke producten gaan we het niet redden, zie: https://www.theguardian.com/environment/2021/jan/07/uks-beef-herds-could-be-key-to-sustainable-farming-says-report

Zou ook nog goed zijn voor de volksgezondheid omdat we in Nederland gemiddeld veel meer dierlijke producten eten dan gezond voor ons is. Minder obesitas, minder corona doden... Kortom: waar wachten we op? 

 

Canada schrapt melk uit Schijf van Vijf

De overheid in Canada heeft jarenlang benadrukt dat zuivel essentieel is voor een gezond dieet. Ook in de voorlaatste update was dit nog het geval. Echter, sinds januari 2019 spelen zuivelproducten geen belangrijke rol meer in een gezond Canadees dieet. De wijziging wekt grote frustraties op bij de Canadese melkveehouders. Dairy Farmers of Canada en Canadian Pork Council zijn boos.

Zie: https://www.boerenbusiness.nl/melk/artikel/10881138/canada-schrapt-melk-uit-schijf-van-vijf

 

Intensieve veehouderij een doodlopende weg/ toekomst van intensieve veehouderij ligt achter ons

Oproep aan LTO/Agractie/FDF, etc.:  als jullie werkelijk begaan zijn met de ‘familiebedrijven’ dring dan bij regering aan op een moratorium voor nieuwe veestallen. Laat zien dat je meer bent dan een stropop van de veevoederindustrie.

Overproductie van dierlijke producten

Inkomens van veel boeren zijn structureel te laag om op termijn te kunnen overleven. Dat veel boeren het water aan de lippen staat is ook goed te begrijpen. Het inkomen van boeren is sinds 2000 nauwelijks gestegen. Rekening houdend met het prijspeil daalt het inkomen zelfs. Ongeveer een derde van de boeren valt onder de inkomensgrens van €26.500 per jaar.

De komende 10 jaar zal een versnelling te zien geven van stoppende bedrijven als gevolg van een te hoge kostprijs in combinatie met een te lage prijs voor producten. Die prijs is laag omdat het aanbod te groot is. Immers, prijsvorming is een kwestie van vraag en aanbod. Als er teveel aanbod is zakt de prijs. Komt er minder aanbod dan stijgt de prijs. Maar wat doen boeren als ze te weinig verdienen met hun producten? Juist ja, meer produceren. Niet slim. En je zorgt er zo voor dat collega’s minder gaan verdienen en dus uit arren moede ook moeten gaan uitbreiden. Dit versterkt de trend naar mega en gigastallen. Een rat race naar de bodem.

‘Oplossing’ van FDF gaat niet werken

FDF denkt het probleem van structureel te lage inkomens van boeren te kunnen oplossen met een soort van (vrijwillige?) heffing op de verkoopprijzen van de supermarkten. Dat zou gaan om een bedrag van circa € 1,5 miljard/jaar, door supermarkten over te maken op de bankrekening van FDF. Nog afgezien van de praktische haalbaarheid zou dit betekenen dat de Nederlandse consument de export naar het buitenland zou gaan subsidiëren: ‘China krijgt goedkoper varkensvlees, Nederlandse consumenten betalen hiervoor en wij houden de stront, de stank en ammoniakemissies’ . Immers, 80% van de producten die worden geproduceerd door onze land- en tuinbouw zijn bestemd voor de export.

Toekomst van de Nederlandse agrarische sector

De Nederlandse landbouw is niet alleen koploper als het gaat om ammoniakemissies, maar ook in het ontkennen van huidige milieuproblemen zoals klimaatverandering en verlies van biodiversiteit. Ook voor de toenemende zorgen van wetenschappers over zoönosen in relatie tot de intensieve veehouderij is de sector blind. 

Is er in de afgelopen 10 jaar een discussie binnen de landbouw geweest over de toekomst van de Nederlandse agrarische sector, die tot op het bot verdeeld is?

 De CO2-print van de vee-industrie is te groot. De komende 10 jaar zal een kentering te zien geven van dierlijke voeding richting plantaardige voeding. Grote bedrijven als Unilever stoppen miljarden in de ontwikkeling ervan. Veel Nederlandse boeren weigeren om dit onder ogen te zien en willen de status quo handhaven met alleen een iets hogere prijs. Ze realiseren zich niet dat er geen toekomst is voor de intensieve veehouderij.

Oproep aan LTO/Agractie/FDF, etc.: 

Enkele links:

Trends in EU: lokaal kopen en plantaardig eten: https://www.boerderij.nl/Home/Achtergrond/2020/12/Trends-in-EU-lokaal-kopen-en-plantaardig-eten-687844E/

Marion Koopmans: "Ik hoop dat het besef blijft hangen dat we moeten nadenken over onze eigen rol in het ontstaan van pandemieën, dat door klimaatverandering, door ontbossing en door onze manier van leven virussen steeds vaker overspringen:" https://trouw.nl/ts-bcb51dd0

Agrarische sector wereldwijd aanjager van verlies van biodiversiteit: https://www.theguardian.com/environment/2020/dec/21/global-food-industry-to-drive-rapid-habitat-loss-research

‘Dit is een vorm van paradijselijk boeren, we hebben het er ook niet druk mee’: https://www.melkvee.nl/artikel/379668-biologisch-bedrijf-met-13.565-kilo-melk-per-koe-in-375-dagen/

 Ook: https://www.foodlog.nl/artikel/het-nederlandse-voedselsysteem-na-corona/

Ook: https://www.foodlog.nl/artikel/unilever-stelt-enge-plantaardige-doelstelling-van-1-miljard/

Ook: https://www.brainwash.nl/bijdrage/filosoof-lisa-doeland-waarom-we-minder-moeten-hopen-en-meer-doemdenken

Tot slot: we zien alweer veel vergunningprocedures m.b.t. uitbreiding van de veestapel terwijl tegelijkertijd ook boeren/'familiebedrijven' met belastinggeld worden uitgekocht voor forse bedragen. Wie dit begrijpt mag het zeggen.... 

 

De volgende pandemie wordt uitgebroed in kolossale kippenstallen

De vogelgriep die nu in Nederland heerst, is niet gevaarlijk voor mensen. Maar het is wachten op een nieuwe variant die wél een voor mensen dodelijke pandemie veroorzaakt, stellen wetenschappers. En het is glashelder waar nieuwe dodelijke varianten vandaan kunnen gaan komen: de Europese pluimvee-industrie. De volgende pandemie wordt uitgebroed in grote kippenstallen,

Zie: https://www.utwente.nl/nieuws/2021/1/922944/meer-risico-op-zoonose-in-nederland-dan-we-denken

Zie: https://decorrespondent.nl/11825/de-volgende-pandemie-wordt-uitgebroed-in-kolossale-kippenstallen/18120505920275-0967fc2a?pk_campaign=weekly

Ook: https://www.theguardian.com/world/2020/apr/25/ourselves-scientist-says-human-intrusion-nature-pandemic-aoe

Ook: https://www.theguardian.com/world/2020/jun/17/pandemics-destruction-nature-un-who-legislation-trade-green-recovery

Ook: https://www.nrc.nl/nieuws/2020/06/09/we-hebben-een-vaccin-nodig-maar-vooral-politieke-wil-a4002144?utm_source=SIM&utm_medium=email&utm_campaign=nrc5om5&utm_content=&utm_term=20200610

Ook: https://www.nrc.nl/nieuws/2020/04/29/ik-heb-al-q-ik-wil-niet-ook-c-a3998177?utm_source=SIM&utm_medium=email&utm_campaign=5om5&utm_content=&utm_term=20200429

Ook: https://www.duurzaamnieuws.nl/ongezonde-kalversector-leidt-tot-extreem-gebruik-antibiotica/

 

 

Rechtbank Limburg maakt gehakt van 16 weigeringsbesluiten van provincie Limburg

MOB en Vereniging Leefmilieu verzochten de provincie Limburg om integrale vergunningen af te geven voor stalemissies, beweiden en bemesten. De provincie weigerde dat mede op grond van de geruststelling van minister Schouten dat beweiding en bemesting buiten de natuurvergunning kan blijven.

De rechtbank Limburg maakt hier gehakt van en vernietigde 16 weigeringsbesluiten om handhaving. Als niet binnen 16 weken een nieuw besluit wordt genomen geldt een dwangsom van €100,- per dag voor elk van de 16 toegewezen beroepen.

Dit is terecht. Immers, de weigering van de provincie Limburg komt neer op rechtsobstructie van het college van GS, omdat de 16 besluiten van de povincie frontaal in strijd zijn met de bekende PAS-uitspraak van 29 mei 2019.

Uitspraak Rechtbank Limburg beweiden & bemesten

Belangrijk om te weten: op deze manier proberen wij weidegang te bevorderen omdat vee in de wei minder ammoniak emitteert dan op stal. M.a.w.: als een veehouder zijn vee maximaal in de wei stuurt is de totale stikstofemissie van stal, beweiding en bemesting bij elkaar lager en hoeft hij minder stikstofruimte aan te vragen. 

 

STAF Stichting Agri Facts (STAF) of Stichting Agri Leugens?

FTM: 'Een onafhankelijke factchecker annex journalistiek onderzoeksplatform voor agrarische feiten: zo presenteert de stichting Agri Facts zich aan de buitenwereld. Maar de lijntjes tussen de kopstukken van Agri Facts en de Nederlandse landbouwlobby blijken zeer kort. Ook ontving de stichting donaties van grote veevoerfabrikanten, zonder hierover transparant te zijn',

zie: https://www.ftm.nl/artikelen/agrifacts?share=S3PmLwHD4sBiLvnbTzK%2BG7ThxHZ1D5QVcB2FJeagaQeIoiZVOyGtIOBGt7er8A%3D%3D

 

Paniekvoetbal van het Kabinet met voermaatregel die inmiddels weer is ingetrokken

De omstreden voermaatregel is terecht (zie ons eerdere stuk hierover hieronder) ingetrokken, nu zijn varkensboeren de klos en verontwaardigd. De stikstofmaatregel mbt de varkensboeren is trouwens ook boterzacht en daarom juridisch niet houdbaar. Verder: varkensboeren zitten niet in de Randstad. Dus dit gaat de bouwproblemen in de Randstad zeker niet oplossen.

Er is duidelijk sprake van paniekvoetbal van het kabinet mbt stikstof. Immers, wat is er nu 1,5 jaar na uitspraak van Raad van State gebeurd? Overdag is de maximumsnelheid verlaagd tot 100 km/uur en dat was het dan.

Het sluiten van een paar kolencentrales zou wel een oplossing bieden waaronder de Amercentrale en de beide centrales op de Maasvlakte. Dat zou ook helpen bij het halen van klimaatdoelen en tevens het opstoken van overzeese bossen beperken. Dus drie vliegen in een klap! Dus Kabinet: toon daadkracht, sluit bovengenoemde centrales en de huizenbouw kan van start! Scheelt ook een boel subsidie aan kolenboeren.

 

Ad hoc voermaatregel van Minister Schouten niet zinvol

Oproep aan het Kabinet

Om verdere polarisatie te voorkomen roept MOB het kabinet op om de ad hoc voermaatregel op dit moment niet door te voeren maar echt stappen te gaan zetten naar een structurele oplossing van het stikstofprobleem conform het advies van de commissie Remkes met 50% stikstofemissiereductie als resultaatverplichting. Dit betekent een herstructurering van de veesector in combinatie met een betere inkomenspositie van de boeren. Om op korte termijn woningen te kunnen bouwen is de voermaatregel helemaal niet nodig als de energetisch gezien overbodige Amercentrale wordt stilgelegd. Dit zal de stikstofemissie en depositie verlagen, CO2-emissie verminderen, zal leiden tot beperking van kappen van bossen overzee, én er kunnen stikstofarme woningen worden gebouwd. Verlaging van de maximumsnelheid in de nacht naar 100 km/uur zou ook nog bijdragen maar is niet perse noodzakelijk, maar wel logisch om te compenseren voor het gesjoemel van het ministerie met Aeriusberekeningen voor het wegverkeer.

Is de krachtvoermaatregel dan niet noodzakelijk als oplossing van de stikstofcrisis?

Minder eiwit in het voer is wel degelijk onderdeel van de toekomstige oplossing. Dit kan bij 5% permanente reductie i.p.v. 1,5% voor vier maanden 2 kiloton opleveren op de 35 ton die de rundveehouderij moet doen om de 50% emissiereductie te halen. Het probleem is de manier waarop de maatregel is afgekondigd en de reden: stikstofruimte voor de bouw én wegen. Waarom moet de boer daarvoor opdraaien? Dus eiwit beperkende maatregelen in krachtvoer: jazeker, maar niet ad hoc. Beter de Amercentrale dicht als ad hoc maatregel. Dan kan deze maatregel ook nog eens onderdeel zijn van een structurele oplossing van het stikstofprobleem. 

Dan kunnen de boeren woensdag thuis blijven. Voor een onderbouwing, zie:

Amercentrale zo snel mogelijk dicht om woningen te bouwen

Structurele oplossing nodig voor de stikstofcrisis

Het Kabinet heeft na meer dan 1 jaar nog nauwelijks iets gedaan om de stikstofproblematiek op te lossen. Nu ruim een jaar na de stikstofuitspraak van de Raad van State rijden we overdag iets rustiger op de snelwegen, moeten boeren hun vee verplicht minder eiwit gaan voeren en zit de vergunningverlening nog steeds op slot. Ondanks een negatief SER-advies mogen biomassacentrales met veel subsidie de lucht nog steeds vervuilen maar moeten de boeren iets gaan inleveren om de woningbouw vlot te rekken. Hoe krom is dat?

Het kabinet faalt volledig met het oplossen van de stikstofcrisis. De veevoermaatregel is niets anders dan een vervolg op tenminste dertig jaar pappen en nathouden, met als gevolg een enorme leegloop van het platteland. De meeste boeren zijn in die tijd al gestopt, terwijl het aantal dieren gelijk is gebleven, met schaalvergroting en verlies van veel natuur tot gevolg. De voermaatregel is een ‘rotmaatregel’ die weinig zoden aan de dijk zet en mogelijk zelfs schadelijk is voor de gezondheid van het vee. Dit beleid kent alleen maar verliezers: zowel de agrarische sector als de natuur.

De oplossing van het stikstofprobleem vereist visie en leiderschap.

Oproep aan premier Rutte:

“Toon visie en leiderschap, huur een tractor, rijd met onze boeren mee naar Brussel en steun hen in hun strijd voor een faire prijs voor hun producten. En passant lost u meteen het stikstofprobleem op”.

Oproep aan protesterende boeren:

“Jullie roeien in een roeiboot met de rug naar de toekomst. Jullie zijn de weg kwijt, een verkeerde afslag genomen met jullie tractoren?”

Zie brief aan het Kabinet én de agrarische sector: Weg met de tunnelvisie

 

Minister Schouten pleegt rechtsobstructie/Rechtbank Noord-Nederland wast de oren van de minister

Minister Schouten beklaagt zich dat ze Zeeland niet in kon tijdens een werkbezoek vanwege protesterende boeren maar zelf pleegt ze ook rechtsobstructie door te weigeren om de adressen van zogenaamde PAS-melders te verstrekken.

Van november 2018 (dus ruim voor de PAS-uitspraak van mei 2019) dateert ons verzoek om de adressen van PAS-melders die met alleen melding hun bedrijfsactiviteiten hebben uitgebreid zonder vergunning. We hebben de gegevens nog steeds niet. Wij willen de gegevens van deze bedrijven weten om op basis daarvan te kunnen beoordelen of Natura 2000-gebieden zouden kunnen lijden onder de extra uitstoot als gevolg van de bedrijfsuitbreidingen achter de meldingen. Tot nu toe weigerde het ministerie van LNV deze gegevens te openbaren omdat daarmee te herleiden is om welke bedrijfsadressen het gaat. Daarom zijn we naar de rechter gestapt.

De voorzieningenrechter van de rechtbank Noord Nederland heeft in een uitspraak van 6 juli 2020 besloten dat de adressen van tien PAS-melders openbaar moeten worden gemaakt. Het gaat daarbij om de adresgegevens van bedrijfslocaties, niet om namen. Volgens de rechter maken locatiegegevens onderdeel uit van de emissiegegevens. Daarom is het openbaren daarvan noodzakelijk om een effectieve publieke controle op die emissies mogelijk te maken, aldus de rechter. Er zijn daarnaast te weinig aanwijzingen dat de veiligheid en de dreiging van sabotage de openbaarmaking in de weg zouden moeten staan, naar het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank Groningen wast hiermee minister Schouten haar oren. De uitspraak van de rechtbank is zeldzaam simpel en duidelijk: minister handelt in strijd met de wet. Oftewel: minister Schouten pleegt rechtsobstructie, in dit geval van de Wet openbaarheid van bestuur. Ze zou zich geweldig belachelijk maken met een hoger beroep. Desalniettemin heeft LNV al aangekondigd in beroep te zullen gaan bij de Raad van State zodat we constateren dat minister Schouten doorgaat met het plegen van rechtsobstructie. Ze weet dat ze uiteindelijk verliest maar komt hiermee tegemoet aan de druk van FDF en LTO, die haar gevraagd hebben beroep in te stellen. Daarmee bereikt ze dat de datum van overhandiging van de gegevens weer kan worden uitgesteld.

Het handelen van de minster is hiermee ook flagrant in strijd met Europese wetgeving met betrekking tot milieu informatie.   

 

Op naar de toekomst: Betaalbaar Beter Boeren

In opdracht van Greenpeace voerden de onafhankelijke onderzoeksbureaus Ecorys en Ethycal Growth Strategies een maatschappelijke kosten-batenanalyse uit naar de omslag naar ecologisch boeren.

Conclusie: deze omslag is haalbaar en betaalbaar, sterker nog: het levert de maatschappij jaarlijks gemiddeld ruim 1 miljard euro op. Met ecologisch boeren lossen we niet alleen het aandeel van de landbouw aan de stikstofcrisis op, maar pakken we ook andere hardnekkige problemen aan die worden veroorzaakt door de intensieve veehouderij. Te denken aan onder meer uitstoot van broeikassen, gezondheidsschade door fijn stof, mestoverschot, risico's zoönosen. Doorgaan op de huidige weg heeft de maatschappij alleen al in 2018 6,6 miljard euro gekost. Dat is onder meer doorberekend in schade aan natuur, het klimaat en onze volksgezondheid. En hier zijnde kosten voor ontbossing in het buitenland nog niet in meegenomen. Nu investeren in de omslag naar ecologisch boeren levert de maatschappij uiteindelijk alleen maar winst op. Ecologische landbouw is een goede ‘business case’.

Lees de uitkomsten in het plan Betaalbaar Beter Boeren: https://tinyurl.com/BeBeBo

Zie ook het uitstekende rapport: Stikstofprobleem vraagt om leiderschap

Ook: https://esb.nu/esb/20061507/financiele-sector-kan-transitie-naar-duurzame-landbouw-versnellen

 

RAV-codes sjoemelcodes?

Ammoniakemissies vanuit de landbouw onderschat/Landbouw met een bijdrage van 67% de belangrijkste bron van stikstof

De Regeling ammoniak en veehouderij (Rav) is gebaseerd op de Wet ammoniak en veehouderij (Wav). De bij deze ministeriële regeling behorende bijlage 1 bevat emissiefactoren voor de berekening van de  ammoniak emissie van een dierenverblijf, inclusief de emissie van de mest die in het dierenverblijf aanwezig is. Oftewel: de ammoniakemissiefactoren (RAV-codes) voor stalsystemen. Deze factoren worden gebruikt om de ammoniakemissie van een veehouderij te berekenen. Vergunningaanvragen zijn voor wat betreft de aangevraagde ammoniakemissie volledig gebaseerd op de RAVcodes. Ook worden ze gebruikt bij het toetsen of de veehouder voldoet aan de maximaal vergunde ammoniakemissies in het kader van de Wet natuurbescherming. Onderstaand laten we aan de hand van twee cases zien dat bij de huidige werkwijze grote vraagtekenskunnen worden gezet bij de nauwkeurigheid van emissieschattingen op basis van ammoniakemissiefactoren gerelateerd aan de RAV-codes.

Zie: Toename van stikstofemissie en/of depositie als gevolg van sjoemel RAV’s

Ook: https://www.boerderij.nl/Rundveehouderij/Achtergrond/2020/9/Wacht-met-nemen-beslissing-over-emissiearme-vloer-643142E/

 

Mes(t)dagfonds, oftewel Firma List & Bedrog?

Een onafhankelijke factchecker annex journalistiek onderzoeksplatform voor agrarische feiten: zo presenteert de stichting Agri Facts zich aan de buitenwereld. Maar de lijntjes tussen de kopstukken van Agri Facts en de Nederlandse landbouwlobby blijken zeer kort. Ook ontving de stichting donaties van grote veevoerfabrikanten, zonder hierover transparant te zijn.

Zie: https://www.ftm.nl/artikelen/agrifacts?utm_source=Follow%20the%20Money&utm_campaign=5afc085400-EMAIL_CAMPAIGN_2020_02_27_03_04&utm_medium=email&utm_term=0_4571d2c3f6-5afc085400-241482995&share=uHGIYB0vO7vIcmT6n%2BT9%2Fzh5uv5eoupEOhuqZQkCif5%2FOY54806bYdaXAWKW

 

NATUURSCHADE DOOR VEEHOUDERIJ 

Waar heeft het beleid van VVD/CDA/LTO ons gebracht in de afgelopen decennia?

Nederland is Europees kampioen biodiversiteitsverlies, kampioen aantal landbouwdieren per hectare, kampioen ammoniakemissie per hectare. Is het dan vreemd dat driekwart van onze Natura 2000-gebieden in een deplorabele toestand verkeert? Wat zaken op een rijtje:

  1. Amazone brandt deels om ruimte te maken voor veevoer om onze varkens, kippen en koeien te voeren.
  2. Omzetting van plantaardig in dierlijk eiwit circa 10-15%. 85-90% wordt uitgepoept.
  3. Producten voor 80% naar buitenland, mest blijft hier.
  4. Enorm mestoverschot dat deels in het zwarte circuit verdwijnt: grootschalige mestfraude.
  5. Deel van onze natuur is in een deplorabele toestand: vermesting, verzuring, vergrassing, etc. Zie b.v. eikenbossen op schrale gronden op de Veluwe.
  6. Kwaliteit van slootwater is slecht met uitbundige algenbloei, pesticiden, etc.
  7. Grondwater vervuild met nitraat, vee-medicatie, pesticiden.
  8. Grootschalige afname van insecten populatie door overmatig gebruik van bestrijdingsmiddelen en stikstof.
  9. Nederlandse landbouw in 2017 meer ammoniak uitgestoten dan in 2016. Omgerekend per ha/jaar is de ammoniakuitstoot per hectare nergens zo groot als in Nederland. Oorzaak: stikstofrijker voer.
  10. Reductie van ammoniakemissie is grotendeels voor 2000 bereikt. Na 2000 zijn er geen grote reducties meer bereikt. 
  11. Weilanden zijn veranderd in groene woestijnen, waar geen bloemen, kruiden, insecten, vlinders, kevers meer gedijen. Voornamelijk "turbogras" met als gevolg grote problemen voor de vogelstand.
  12. Zelfs de mestkever heeft het heel zwaar vanwege hoge concentraties pesticiden en vee-medicatie in mest.
  13. Grond raakt overbelast met zware metalen als cadmium, zink en koper (varkensmest).
  14. Kosten als gevolg van stikstof in de lucht € 200-1000 /jaar per inwoner.
  15. Nederlandse boeren benadelen de positie van boeren in het buitenland met goedkope gesubsidieerde producten.

Het is de vraag of het boerenbedrijf de moordende concurrentie op de wereldmarkt overleeft. VVD heeft het handelsverdrag met Ukraine er doorheen gejaagd. Rabobank/ING-bank financieren daar giga varkensstallen met 1.000.000 varkens.

Dan CETA en Mercosur… met import van goedkoop vlees en zuivel. Het gevolg: verder aanjagen van de schaalvergroting. Nog meer boeren die noodgedwongen zullen moeten uitstappen.

Nederlandse gezinnen steunen de boerensector met 500 euro per jaar aan subsidies. Bij een normale rentestand en zonder subsidie zouden nu al veel meer boeren financieel in de problemen komen: zonder subsidie en een basisrente van 3% in plaats van 0% zouden heel veel bedrijven omvallen. Kortom: VVD/CDA/FvD/LTO beweren wel dat ze boeren steunen, maar met hun geheime agenda jagen ze de boeren en boeren-familiebedrijven het land uit. Dus over 10 jaar: landbouw deels failliet en natuur verziekt. 

Conclusie: de gangbare Nederlandse landbouw is toe aan een grondige herstructurering richting circulaire landbouw en grotendeels stoppen met produceren voor de wereldmarkt.

Biologische boeren laten al langer zien hoe het ook kan.  

Veevoeder gigant ForFarmers motor achter de boerenacties

Van de website nu.nl: Is het erg dat zo'n groot bedrijf de protesten steunt? Het is in ieder geval niet verboden. Maar is het handig? Voor het imago van de protesten misschien niet. Het authentieke beeld van de hardwerkende boer verdwijnt toch een beetje als blijkt dat er een gelikte marketingcampagne van een miljardenbedrijf achter zit. Volgens marketingexpert Van Loopik heeft het er alle schijn van dat ForFarmers probeert "een slaatje te slaan" uit een ideëel doel en "meelift op de protesten", omdat het toevallig in lijn is met hun commerciële belangen. "Het is tricky en komt nogal goedkoop over. Mijn advies zou zijn geweest: brand er je handen niet aan." 

Zie: https://www.nu.nl/weekend/6020408/woede-of-marketing-hoe-een-veevoergigant-boerenprotesten-een-zet-gaf.html#coral_talk_wrapper

Zie ook Trouw: https://www.trouw.nl/binnenland/nederlands-gezin-steunt-boerensector-met-500-euro-per-jaar~b6d0046b/

Zie ook Groene Amsterdammer: https://www.groene.nl/artikel/boerenterreur

Idem NRC: https://www.nrc.nl/nieuws/2019/12/28/landbouw-manipuleerde-stikstofadvies-a3985166

Idem NRC: https://www.nrc.nl/nieuws/2019/12/27/stikstofakkoord-het-moest-en-zou-er-komen-a3985137

Dat landbouw grotendeels het stikstofprobleem voor de natuur veroorzaakt is al meer dan 30 jaar bekend:

VVD waarschuwt boeren: Trouw1988

Zie ook:  https://www.dewegvooruit.nl/

 

NATUURSCHADE DOOR VEEHOUDERIJ, versie november 2018

Het Programma Aanpak Stikstof

"Ze moesten maar eens blij zijn met ons veeboeren, want door ons krijgen we steeds meer zeldzame natuur !"

Als een veehouder dit zegt, is dan nog een zinnig gesprek mogelijk? Het is te vaak een vast patroon geworden: de problemen worden omgedraaid, belachelijk gemaakt, en als laatste redmiddel wordt de emotiekaart getrokken. en zinnig gesprek over de te stellen grenzen aan de Nederlandse veehouderij is de laatste tijd nog zeldzamer geworden dan kieviten en korhoenders.

Veel landen hebben zo hun eigen zwarte milieubladzijde. Uit de VS komen regelmatig zorgwekkende berichten over gaswinning middels fracking waarbij serieuze risico's optreden voor bodem- en grondwater. Ander voorbeeld zijn de berichten uit China, waarin melding wordt gemaakt van zeer ernstige luchtvervuiling in grote steden. 

En wat doen we in Nederland? Nederland staat op de milieukaart als waarschijnlijk het meest veedichte land ter wereld. Dat geeft forse problemen, die de regering nu al tientallen jaren als een hete aardappel voor zich uitschuift.

Er wordt zeker niet niets gedaan aan de milieuschade door de Nederlandse veehouderij. Zoals ook in China niet niets wordt gedaan aan luchtvervuiling. Maar de prioriteiten zijn onwrikbaar. De zorg om schone lucht, water, bodem, planten en dieren komt als laatste aan de beurt, het wordt stiefmoederlijk behandeld. Een serieuze analyse van wat minimaal noodzakelijk is, is nooit gemaakt.  

De centrale onderzoeksvraag hierin is: wordt voldoende doelmatig opgetreden? Neemt de Nederlandse overheid al dan niet te grote risico's met de (zorg voor) Nederlandse natuur?

De schadelijke gevolgen van de Nederlandse veehouderij voor de natuur zijn al decennia zeer groot. Dit zou dan aangepakt moeten worden via de Natuurbeschermingswet, die per 1 januari 2017 is omgekat naar de Wet Natuurbescherming. Is die wet inderdaad een Natuurbeschermingswet, of is die wet in de praktijk meer een veehouderijbeschermingswet? De vraag is reëel: de natuurbeschermingswetvergunningen die zijn verleend aan de veehouderijbedrijven staan voor die bedrijven voor bedrijfskapitaal. Zonder die vergunning mogen zij niet in bedrijf zijn. En; een eenmaal verkregen vergunning laat ruimte om binnnen die verkregen vervuilingsrechten met een gewijzigde bedrijfsvoering toch weer uit te breiden middels zogenoemd intern salderen. 

De milieuschade door veehouderij is elders (zie: achtergrondverhaal) nader beschreven. Hier beperken we ons enkel tot de ammoniakemissies door veehouderij.

Ammoniak is een stikstofemissie, en daarom noemen de ambtenaren dit de stikstofproblematiek (met name NH3 en NOx). Er is veel te veel stikstof in de lucht, waarvan in Nederland de veehouderij de belangrijkste oorzaak is.  

De heer Samson van de PvdA wil vermoedelijk graag goede dingen doen voor het milieu. Hij heeft een verleden als een stoere actievoerder voor het milieu. Maar niet alles gedaan is goed gedaan. Zoals bekend is de heer Samson 'in de politiek' gegaan. Daar heeft hij met een CDA-boerenkamerlid een motie ingediend waarmee de politieke basis is gelegd voor een Programmatische Aanpak van de Stikstof. Hierop zijn de ambtenaren met een miljoenenverslindend totaalprogramma gekomen, waaraan vele jaren is gewerkt door onder meer het commercieel adviesbureau TAUW.

Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) is op 1 juli 2015 in werking getreden. 

Hierna noem ik u een serie links voor de openbare overheidsdocumenten met betrekking tot het PAS.

De Wet Natuurbescherming, Besluit natuurbescherming, en de Regeling natuurbescherming, met o.a. de wettelijke basis van het PAS:

http://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2017-03-01

http://wetten.overheid.nl/BWBR0038662/2017-01-01

http://wetten.overheid.nl/BWBR0038668/2017-03-17

Het PAS en een selectie onderliggende onderzoeken en bestuurlijke stukken:

http://pas.natura2000.nl

http://pas.natura2000.nl/pages/documenten-algemeen.aspx

http://pas.natura2000.nl/pages/prioritaire-projecten.aspx

Het AERIUS-rekenprgramma van het PAS:

https://www.aerius.nl/nl 

https://www.aerius.nl/nl/factsheet-parents/aerius-connect-webservice

En de natuurgebieden waar het ten slotte allemaal om te doen is:

http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx?subj=n2k&groep=0

De gebiedsanalyses en beheerplannen per natuur 2000 gebied:

http://pas.natura2000.nl/pages/gebiedsanalyses_7-11-2016.aspx

http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx?subj=actualiteitbeheerplannen

En de herstelstrategieën, die we ook ingenieursnatuur- of natuur-infuusmaatregelen te noemen:

http://pas.natura2000.nl/pages/herstelstrategieen-navigatie-2.aspx

Het PAS is een topzwaar programma. Regels voor Natuurbeschermingswetvergunningen voor onder meer veehouderij, een rekenprgrogramma voor stikstofemissies van landbouw, autoverkeer, huishoudens en industrie, emissiereductie-eisen en een enorme lange lijst natuurmaatregelen verspreid over meer dan 100 natuurgebieden zijn in één beleidsprogramma bijéén zijn gebracht.

De kern is een rekenprogramma (AERIUS) waarin alle stikstofemissies zijn opgenomen, en uitrekent waar die emissies neerkomen (stikstofdepositie in eenheden mol stikstof/hectare/jaar). Om de omvang van het programma beter duidelijk te maken: alle verbrandingsmotoren (auto's, CV-installaties, industriële installaties) stoten stikstof uit. Maar ook mest uit de veehouderij, kortom alle 200.000 stalgebouwen, de uitgereden mest en de dieren in de wei. Dit alles in een rekenprogramma plaatsen dat uitrekent waar de emissies optreden en waar die emissies neerkomen is hoogmoedig, en wellicht overmoedig. Maar vooruit, met wat goede wil en de nodige kinderziekten kan dit wellicht na verloop van tijd nog redelijk slagen.

Maar, ook zijn prognoses opgesteld hoe de emissies zich in de toekomst zullen ontwikkelen. En daar gaat het pijn doen. Want hierin worden aannames gedaan. Hoe ontwikkelt de veestapel zich? Gaan veeboeren, die merendeels weinig ophebben met natuurzorg (meer zeldzame planten, da's mooi!), nu plotseling wel hun best doen?  Hoe ontwikkelt de economie zich? Hoe meer bedrijvigheid, hoe meer autoverkeer, en dus meer stikstofemissies. Enzovoort 

Daarnaast is een zeer lange lijst natuurbeheermaatregelen op de uitvoeringsagenda gezet. Velen daarvan lagen al lang uiterst geduldig op uitvoering te wachten. U moet bijvoorbeeld denken aan hydrologische maatregelen. Veel natuursoorten hebben een hoog grondwaterpeil nodig. Maar mensen en koeien willen juist droge voeten. Met name in de afgelopen honderdvijftig jaar is door het hele land middels talloze grondwaterbeheersystemen op grote schaal het grondwaterpeil verlaagd, met een funest gevolg voor veel waterafhankelijke natuur. Om de ergste natuurschade te keren worden nu in en rond grondwatergevoelige natuurgebieden het grondwaterpeil weer -een beetje- verhoogd. Wat dan regelmatig op onwil van boeren stuit. Kortom, polderen, maar dan zonder goede woordvoerders namens de natuur. Anders dan bij vakbonden staakt natuur niet, maar legt het zonder veel herrie langzaam het loodje. Natuurmonumenten zou hierin wellicht een nuttige rol hebben kunnen spelen, maar die zitten vooral verbaasd te wezen dat de natuur steeds verder achteruit gaat. En, iets prozaïscher: ze ontvangen grote bedragen natuurzorgsubsidie van de de overheid, en dat maakt tam.  

Andere mogelijke herstelmaatregelen bestaan uit onder meer houtkap, plaggen, afbranden, en begrazingsbeheer. Natuurbeheermaatregelen zijn echter kwetsbaar. Aangetaste eeuwenoude bossen of zilte graslanden laten zich niet zomaar op korte termijn bijsturen. De natuur is niet maakbaar. Er zijn immers héél wat onzekerheden die een rol spelen bij natuurherstel. De vertragingen die ermee gepaard gaan geven bijkomend aanleiding tot ‘tussentijdse verliezen’ aangezien de nieuwe natuur sowieso niet meteen functioneel zal zijn. Bovendien moet ook een langdurig beheer en monitoring gegarandeerd worden. De scepsis lijkt breed gedragen binnen de wetenschappelijke gemeenschap. Zie bijvoorbeeld M. MARON et al., ‘Faustian Bargains? Restoration realities in the context of biodiversity offset policies’, Biodiversity Conservation 2012, 141-148.


Samenvattend bestaat het PAS uit de combinatie van:  

- het rekenprogramma (hoeveel stikstof veroorzaken we nu (uit alle bronnen: verkeer industrie, vee enz.), maar ook veel moeilijker: hoe ontwikkelt de depositie zich in de toekomst?)

- extra emissiereductie-eisen aan de veehouderij

- de natuurbeheermaatregelen

De PAS-autoriteiten stellen nu dat zeker is gesteld dat de stikstofdeposities zullen afnemen, en daarom meer dan genoeg ruimte bestaat om nieuwe bedrijfsemissies toe te kunnen staan. Dat wordt dan 'ontwikkelingsruimte' genoemd. Kortom, een positief reductiesaldo in de stikstofadministratie van AERIUS. De aanname is dat de toe te laten emissietoenames veel kleiner zullen zijn dan de veronderstelde emissiereductie. Ondertussen blijven de natuurschadelijke stikstofdeposities wel nog decennia optreden. Daarom worden ter compensatie de genoemde natuurherstelmaatregelen in het vooruitzicht gesteld.

Hiermee is de hoofdlijn van het PAS beschreven.

En waarom is MOB nu een fel tegenstander van het PAS?

In de eerste plaats vanwege het zwakke ambitieniveau. In 18 jaar tijd (!) zou het PAS gemiddeld landelijk tot een depositiereductie van slechts ca. 10% leiden, terwijl voor een groot aantal natuurgebieden een reductie van meer dan 50% nodig is. We zijn omstreeks 1980 begonnen met het stikstofreductiebeleid. Met de PAS ambitie zouden we ver voorbij 2080 nog steeds bezig zijn met stikstofreductiebeleid. Dat is onacceptabel, omdat niet goed bekend is of de stikstofgevoelige natuursoorten 100 jaar  overload aan stikstof verdragen. Hieronder een overzicht van de prognoses, afkomstig uit het PAS.

 PAS versie dec. 2015, pag. 67 

Maar, ook als het ambitieniveau wel serieus zou worden bijgesteld blijft het PAS onaanvaardbaar. Het tweede argument voor verzet tegen het PAS raakt aan welk realisme aan de beleidsprognoses worden toegekend. De stikstofdepositiedaling wordt gebaseerd op bestaand en nog te ontwikkelen beleid. Hoe effectief zal dat beleid zijn?

Ter illustratie een voorbeeld waar iedereen ervaring mee heeft: de Wegenverkeerswet. Als binnen de bebouwde kom een maximum snelheid van 50 kilometer geldt, mag dan in de beleidsprognoses worden aangenomen dat die snelheid niet noemenswaardig wordt overschreden? Mag ik u uitnodigen voor bijvoorbeeld een bezoek aan de Teldersweg in Den Haag? Het zal u moeite kosten een auto te vinden die zich op die weg aan de maximum snelheid houdt. En de Teldersweg is geen uitzondering. Met regels is niet alles te ondervangen, en zeker niet als de betrokkenen niet meewerken. Als u de agrarische media enige tijd zou volgen, dan wordt u al snel duidelijk dat intensieve veeboeren en natuur als water en vuur zijn.  

De Wegenverkeerswet en agrarische milieuregels hebben veel gemeen. Het bevoegde gezag beperkt zich in de handhaving van de normen in beide wettenstelsels enkel tot de aanpak van de aandachtstrekkende  excessen, gegeven de volkomen onvoldoende personeelscapaciteit. Of, misschien is toch wel nog een belangrijk verschil te noemen. Anders dan in het verkeer zijn in het agrarisch milieurecht nauwelijks 'andere weggebruikers', of een organisatie als Veilig Verkeer Nederland die krachtig aan de bel trekken als ernstig ongewenste tendensen optreden. Het bevoegd gezag is als een Zeelander zuinig om de zwakke nalevingsmoraal van agrarische milieuregels aan het licht te brengen. Sterker nog, normontwijkend gedrag in de agrarische sector wordt door het openbaar bestuur in de hand gewerkt met stoppersregeling, interne saldering (waarbij de milieuwinst door emissiearme huisvesting volledig kan worden opgevuld met het houden van meer dieren). Om over de nalevingsmoraal rond luchtwassers maar te zwijgen.    

Probleem is bovendien dat enkel het bevoegde gezag onderzoek kan doen naar de nalevingsmoraal, maar daar weinig belang bij stelt. Want, gegeven een zwakke nalevingsmoraal zouden meer handhavingsambtenaren aan het werk moeten, wat weer geld kost. Het is een publiek geheim: handhaving van het milieurecht is ook buiten de agrarische sector een bestuurlijk weeskind. Zie bijvoorbeeld de sjoemelsoftware van Volkswagen.

In de vakliteratuur is het PAS een project van Herculiaanse proporties genoemd. MOB spreekt liever van een megalomaan project. De pretentie een representatief model te kunnen geven van alle Nederlandse stikstofdeposities is eventueel met het nodige vallen en opstaan nog wel waar te maken. Maar daar bovenop wordt geclaimd die deposities met zekerheid te kunnen beheersen en de ecologische schade van die deposities voor vele tientallen sterk verschillende natuurtypen te kunnen analyseren en daar ook effectieve herstelmaatregelen op los te laten.

Een concreet voorbeeld van een onzekere prognose is de aanname dat de deposities vanwege mest uitrijden en beweiden gelijk zullen blijven. Hiervoor wordt echter geen enkele garantie gegeven, en is ook nergens geborgd. Bovendien: rond de natuurgebieden waar nog plaatsingsruimte voor mest resteert  kunnen lokaal wel degelijk de deposities toenemen.

Een ander voorbeeld van een onzekere prognose is dat de effecten van de natuurmaatregelen niet zijn verzekerd.

Of: op de deposities uit België en Duitsland heeft Nederland geen grip.

Het PAS is gebaseerd op onzekere prognoses.

Een derde argument is het gegeven dat meer dan duizend illegale bedrijfsuitbreidingen tussen 2005 en 2014 worden gelegaliseerd. De regering heeft al die jaren toegelaten dat bedrijven zonder vergunning uitbreiden zonder handhavend op te treden. Dit is onder meer onverkoopbaar naar de bedrijven die zich wel aan de regels hebben gehouden. Het is een beloning voor slecht gedrag.

Een vierde argument is dat het PAS inconsequent is opgebouwd. De emissies vanwege het uitrijden van de mest leveren een even grote bijdrage als de stalemissies. Desondanks is de keuze gemaakt de emissies vanwege het mestuitrijden vrij te stellen van vergunningplicht, en de stalemissies wel aan een vergunningplicht te binden. De ammoniakemissies van een gemengd bedrijf zijn afkomstig van stalgebouwen, mestuitrijden, beweiden van dieren en mestopslag. Dan kan niet begrepen worden  dat de vergunningplicht enkel wordt beperkt tot de stalemissies. 

Een vijfde argument gaat over het eerder genoemde 'natuurbeschermingswetvergunning als bedrijfskapitaal'. De PAS-autoriteit maakt de onvergeeflijke fout vergunningen voor onbepaalde tijd af te geven. Als te zijner tijd een openbaar bestuur aantreedt met meer ambitie en verantwoordelijkheid dan de heer Samson ten tijde van zijn gewraakte PAS-motie en alsnog een meer ambitieus beleid inzetten, dan zullen zij struikelen over de dan vele duizenden reeds verleende vergunningen voor onbepaalde tijd. Die bedrijven zullen geen inbreuk op hun vergunningrecht dulden, en hooguit met forse financiële compensatie bereid zijn iets in te leveren. De heer Samson heeft in dit dossier alle kenmerken van een tovenaarsleerling: volkomen naief heeft hij het tegendeel helpen ontstaan van wat noodzakelijk is, en daarmee de milieutechnisch onhoudbare Nederlandse intensieve veehouderij weer een paar jaar verlenging geboden.   

Tienduizend bedrijven uitkopen met een bedrag van honderd duizend Euro maakt een bedrag van één miljard Euro. De PAS legt potentieel een zware hypotheek op de toekomstige schatkist.

A propos: als iemand zijn muziek asociaal hard zet, en de buurman vraagt om die muziek zachter te zetten mag de overlastgever dan een financiële vergoeding eisen?

Op 30 november en 1 december 2016 heeft de rechtszitting plaats gehad van de Raad van State over het PAS, waarbij onder meer een drietal beroepen zijn behandeld van MOB. In de voorafgaande maanden zijn grote aantallen onderzoeksrapporten en processtukken gelezen. In die twee dagen tijd heeft de Raad van State een lange lijst met vragen behandeld over het PAS. Het standpunt van MOB zal duidelijk zijn: de PAS kan de toets der kritiek niet doorstaan. Op 17 mei 2017 is uitspraak gedaan, en zijn prejudiciële vragen gesteld aan het Europees Hof van Justitie te Lxemburg. Voor de uitspraak, zie hier 

Lopende het beroep bij de Raad van State en de procedure bij het EU-hof van Justitie blijven talloze vergunningen verleend worden aan veehouderij op basis van de PAS. MOB zal samen met Vereniging Leefmilieu een serie vergunningbesluiten aanvechten. In november 2018 zijn ca. 400 vergunningbesluiten aangevochten door MOB en vereniging Leefmilieu. Op 7 november 2018 zal met de uitspraak van het EU Hof van Justitie duidelijk worden wat de toekomst wordt voor het PAS. 

Hierna meer achtergrond over natuurschade door veehouderij.    

*****

HET GROTE ACHTERGRONDVERHAAL: OVER DE VECHTSCHEIDING VAN VEEBOEREN EN NATUUR

Veehouders zijn ondernemers: dat betekent vaak tegen zo laag mogelijke kosten produceren. Nederland onderscheidt zich hierin vooral door bulkproductie en slechts zelden ook door kwaliteit. Dat hoeft geen probleem te zijn als er niet te veel veehouderij is. Nederland is evenwel het meest veedichte land van Europa. Wat wordt gecombineerd met een hoge bevolkingsdichtheid. Kritiek op veehouderij en megastallen is dan ook een kritiek op het toestaan van veehouderij op industriële schaal waar dat niet past. Nederland is ook trendsetter in intensieve veehouderij, geholpen door de expertise van Landbouw-universiteit Wageningen (stalsystemen, voerconversie, veterinair) en de Rotterdamse haven (import veevoer). Grootschalige veehouderij geeft veel natuurschade, vooral door de mestemissies. De Nederlandse overheid heeft hierin een natuurzorgplicht, ook internationaal, geregeld in de Natuurbeschermingswet. Hoe werkt dat in de praktijk als het om de veehouderij gaat? Het onderstaande is gebaseerd op de jurdische ervaring van 100-en juridische procedures en kan worden beschouwd als de essentie c.q. spoedcursus van wat hierin politiek-bestuurlijk en juridisch actueel is. U kunt hier lezen hoe het zo ver is gekomen dat Nederlandse natuur een politiek weeskind is geworden.

De nu bestaande veehouderij vormt één van de drie voornaamste bedreigingen van de Nederlandse natuur. De drie belangrijkste oorzaken van natuurschade zijn versnippering (veel kleine natuurgebieden zonder onderlinge verbinding), verdroging (grondwaterstand) en verzuring (stikstofdeposities). Veehouderij is de grootste bron van stikstofdeposities, afkomstig uit de mest van 95 miljoen kippen, 12 miljoen varkens en 4 miljoen stuks rundvee. Het probleem is al decennia bekend, onderzocht en door de overheid op de politieke agenda gezet, maar verre van opgelost.

Politiek weeskind

In de afgelopen tientallen jaren is veel kennis beschikbaar gekomen uit onderzoek en zijn door de overheid regels gesteld. In essentie is het ook een overzichtelijk en goed oplosbaar probleem. Toch is in de afgelopen 10 jaar nauwelijks nog vooruitgang geboekt, met als voornaamste oorzaak politieke onwil. De relatief makkelijk te realiseren milieuwinst (in politiek jargon: het laaghangende fruit in de vorm van voor de hand liggende milieutechnieken) wordt inmiddels toegepast. Nu het moment van keuzes maken is gekomen (is de huidige veestapel - lees: mestproductie - houdbaar?), blijkt het een politiek weeskind. En ondertussen woekert de natuurschade voort.

Als beleid gold sinds 1994 de (inmiddels ingetrokken) Interimwet Ammoniak en Veehouderij (IAV). Sinds 2003 is de Wet Ammoniak en Veehouderij (WAV) daarvoor in de plaats gekomen. Vooral met de WAV is flink de klad gekomen in de doelmatigheid van het overheidsoptreden. Geen wonder: die wet stond weer een toename van de emissies toe. Ook de verantwoordelijke minister heeft inmiddels moeten toegeven dat het beleid ondoelmatig is geworden (MvT Crisis en Herstelwet, Tweede Kamer, vergaderjaar 2009, 2010, 32 127, nr. 3, pagina 25).

Kort samengevat: middels een combinatie van zogenaamde vervuilingsrechten, mest- en melkproductierechten heeft de overheid een omstreden stelsel opgetuigd, die de bestaande schade meer in stand houdt dan reduceert. De betrokken bedrijven zien de vervuilingsrechten (emissierechten) als bedrijfskapitaal, en handelen er ook in (salderen). Ondernemers zijn vaak enkel bereid minder te vervuilen als daar een vergoeding (subsidie) tegenover staat. Immers, waar vervuilingsrecht wordt ingeleverd wordt toekomstige schaalvergroting (lees: megastallen) bemoeilijkt. Dit alles is verregaand vergelijkbaar met muziek asociaal hard zetten, en pas bereid zijn het zachter te zetten als de klagers geld betalen.

Nederland is gelijktijdig een bijzonder land. Weliswaar geeft de hoge bevolkingsdruk een zeer intensief gebruik van bodem, water en lucht. Anderzijds zijn veel mensen zich daarvan ook goed bewust, en zijn bereid daar gevolgen aan te verbinden. Nederland herbergt bovendien veel kennis en ervaring op dit gebied. Veel werk van de vorige generatie bestuurders en ambtenaren heeft zelfs model gestaan voor milieubeleid in andere Europese landen. 

De tussenkomst van de overheid is voor natuurbehoud - helaas! - vaak een noodzakelijke voorwaarde. Alleen al omdat de overheid een verregaande beslissingsmonopolie heeft over milieuveiligheid. De Staat bepaalt in hoge mate wat milieuveilig (kwaliteitsnormen voor bodem, water en lucht). Weliswaar stelt ook de Europese Unie milieunormen. Die normen zijn niet enkel matig ambitieus (de achterblijvers, waartoe inmiddels steeds vaker ook Nederland gerekend moet worden, moeten mee kunnen komen), ook wordt zeer veel tijd gelaten om de gestelde normen te kunnen halen. Vaak komt Nederland pas op het allerlaatste moment in beweging (voorbeeld: de implementatie van de Habitatrichtlijn, Nederland is door de EU in gebreke gesteld). Daarbij bestaat dan nog de mogelijkheid van uitstel (derogatie; door Nederland gevraagd en gekregen voor fijnstof en nitraat). Kortom, milieuveiligheid is in de praktijk een speelbal van democratische besluitvorming, en daarmee van lobbywerk.

Hiermee wordt alles behalve gezegd dat de overheid geheel verantwoordelijk is voor natuurbehoud. Juist niet! Daarvoor is de overheid teveel een inefficient apparaat, als een reus op lemen voeten, speelbal van lobbyisten. Maar de overheid komt volgens MOB onontkoombaar wel een beslissende rol toe voor wat betreft het stellen van eerlijke en werkbare regels, consequente handhaving van die regels en het ontsluiten van kennis.

Hierna wordt een korte geschiedenis gegeven van de Natuurbeschermingswet. Dan wordt verteld waarom deze wet noodzakelijk is. Vervolgens kunt u lezen wat MOB doet om van de overheid gedaan te krijgen dat ze haar -wettelijk vastgelegde- verantwoordelijkheid ook daadwerkelijk neemt. Afsluitend wordt een politieke analyse gegeven.

De Natuurbeschermingswet

De Natuurbeschermingswet (hierna: Nb-wet) bestaat al lang: vanaf 1967. Tot in de jaren negentig heeft deze wet weinig betekend. Eind jaren negentig komt daar voorzichtig verandering in. Rond de Natuurbeschermingswet ontstaat zelfs enig politiek rumoer.

Al vanaf de jaren tachtig zijn alle Europese Unie-lidstaten verplicht gepaste natuurbeschermingsmaatregelen te nemen voor natuurgebieden met een internationale waarde. Die internationale waarde volgt uit het voorkomen van meer dan 5% van een of meerdere soorten planten of dieren in een gebied. In het jaar 2000 wordt Nederland door de Europese Commissie op het matje geroepen (in gebreke gesteld) omdat geen uitvoering wordt gegeven aan die verplichtingen met betrekking tot de zogenoemde Habitat- en Vogelrichtlijngebieden (synoniem: Natura 2000-gebieden). Daarmee maakte Nederland een slechte beurt. De regering reageert hierop in 2001 met een voorstel tot wijziging van de natuurbeschermingswet om zo alsnog aan de gestelde verplichtingen te voldoen.

Ondertussen hadden ook enkele maatschappelijke organisaties de nalatigheid van de Nederlandse overheid ook bij de Nederlandse bestuursrechter aangekaart. De bestuursrechter bevestigde dat de overheid nalatig was in de uitvoering van haar wettelijke plichten. Veel overheidsbesluiten waarin de natuurbelangen zoals genoemd in de Habitat- en/of Vogelrichtlijn waren 'vergeten' moesten daarom overnieuw. Ook daarmee kwam druk op de regering.

Daarmee leek een kentering te komen in wat lange tijd praktijk is geweest. Lang was het zo dat als een bouwplan (voor bijvoorbeeld een weg, een nieuwbouwwijk of bedrijf) maar belangrijk genoeg leek, er steeds weer een klein (of groot) stukje natuur verloren ging. Er staan steevast wel wat cowboy-ondernemers klaar om gaatjes te zoeken in de regels van de bestemmingsplannen en wetten. Aan huizenbouw in de rand van het bos kan veel geld worden verdiend. Ook bedrijfsuitbreidingen zijn vaak lucratief. In woord belijden veel politici het natuurbelang. Maar in de praktijk stonden natuurwaarden per saldo dikwijls op verlies. Belangrijke oorzaak daarvan was dat geen harde juridische bescherming van natuurwaarden gold.

Noodzaak van wetgeving

Met het voorgaande is het belang van de Nb-wet duidelijk gemaakt. Maar nog altijd denken veel politici in de tegenstelling 'mens versus natuur'. Als niet een harde bescherming geldt voor de resterende natuur, dan moet ernstig gevreesd worden voor het behoud daarvan. Van de oorspronkelijke natuurwaarden in Nederland resteert momenteel nog ca. 15% (Halting biodiversity loss in the Netherlands, PBL 2010). En de trend is nog steeds negatief: het totaal aantal soorten (biodiversiteit) blijft afnemen. Wel lijkt een kentering van de mate van afname in zicht. 

Ondertussen zijn sommige natuurbeheerorganisaties bezig om de terreinen die ze hebben, ecologisch zo divers mogelijk te maken. Er als het ware uit persen wat er in zit; maximaliseren van potentiele natuurwaarden, vaak bekostigd met compensatiegeld voor nieuwe ingrepen elders (nieuwbouw enz.) die ten koste van bestaande natuurwaarden gaan. Plaggen, her-meanderen van beekloopjes, verhogen van het waterpeil. Dit 'natuurwerk' ontlokt - niet zelden terecht - dan weer op een ander soort kritiek: ingenieursnatuur. Voorlopig zit de Nederlandse natuurzorg nog flink in het defensief. Hoe interessant ook: een project als de Oostvaardersplassen maakt daarin nog geen doorslaggevend verschil.

Hierboven is al genoemd dat concreet drie belangrijke oorzaken zijn te noemen waarom natuurzorg in het nauw zit:

1. Overbelasting stikstof en vermesting (hoofdoorzaak is de extreem grote Nederlandse veestapel)

2. Verdroging (grondwaterpeil)

3. Versnippering (talloze kleine natuurperceeltjes, zonder onderlinge verbindingen)

Ad 1: Overbelasting van natuurgebieden door stikstofdepositie

De overbelasting door stikstof is bekend sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw met de naam 'zure regen'. In de jaren negentig is de meeste winst geboekt. In de afgelopen tien jaar is een impasse opgetreden. We zijn grofweg halverwege waar we terecht moeten komen om de natuurwaarden te behouden.

Het probleem bestaat uit het feit dat veel kwetsbare plantensoorten een overschot aan stikstof niet verdragen, danwel overwoekerd worden door planten die juist goed gedijen bij veel stikstof. Bramenstruiken, brandnetels, akkerdistels en sommigen grassoorten drukken veel planten weg waardoor de diversiteit aan plantensoorten krimpt. Aangezien veel insecten afhankelijk zijn van bijzondere plantengemeenschappen, ontstaat ook een negatief keten-effect voor de fauna.

De voornaamste bron van stikstofemissies is de veehouderij, in de vorm van ammoniak (NH3). Er is geen ander gebied in Europa waar op een zo klein stuk grond zoveel landbouwdieren worden gehouden als in Nederland: 4 miljoen runderen, 12 miljoen varkens en 95 miljoen kippen (cijfers 2010). Het gaat hoofdzakelijk om Oost-Brabant, Noord-Limburg, Gelderland en Overijssel (in beleidsjargon 'de reconstructie- of mestoverschotgebieden' genoemd).

De emissies vanwege het mestuitrijden en de stallen zijn in de meeste gevallen veel te hoog om de instandhouding van de natuurwaarden te waarborgen. 25 jaar wetenschappelijk onderzoek laat daarover weinig twijfel meer bestaan. Zie onder meer de overheidspublicatie 'Ammoniak in Nederland'. Omdat veehouderijbedrijven elk afzonderlijk een bijdrage leveren aan de stikstofneerslag hebben die bedrijven met de Natuurbeschermingswet te maken. 

Naast veehouderij veroorzaken ook de reguliere industrie, gemotoriseerd verkeer en de huishoudens stikstofneerslag. Ook die emissies dienen verder af te nemen. De bijdrage van deze sectoren is echter ondergeschikt aan de bijdrage van de veehouderij.

 Ad 2: Verdroging

Ook het lage waterpeil pakt voor veel natuur negatief uit. Dit wordt hier voor de volledigheid wel als knelpunt genoemd, maar niet verder uitgewerkt. Het waterpeil is vooral de verantwoordelijkheid van de waterschappen.

Ad 3: Versnippering in vele kleine natuurperceeltjes

Om de versnippering van natuur tegen te gaan, is het EHS-beleid opgesteld: het realiseren van de Ecologische Hoofd Structuur. Het doel is om een groot aantal afzonderlijk natuurgebieden beter met elkaar te verbinden (verbindingszones), zodat planten en dieren niet opgesloten hoeven blijven in hun eigen reservaat. Dit punt hangt nauw samen met de twee voorgaande punten. Waar veel natuur het al moeilijk heeft door teveel vervuiling uit de lucht en te weinig water, betekent versnippering een extra drempel voor voortbestaan. Immers, de planten en dieren kunnen zich veel moeilijker verplaatsen naar mogelijk gunstiger locaties voor voortbestaan. De politieke problemen rond het EHS-beleid zijn echter  groot. Tegen het realiseren van de EHS wordt politiek veel weerstand geboden, waardoor na 20 jaar het einddoel nog lang niet in zicht is. Recent heeft de regering tot veler verbazing gezegd gemaakte afspraken niet langer na te willen komen, en daarmee genomen besluiten zelfs te willen herroepen. Daarover woedt nu een stevige politieke strijd. Dit punt wordt hier voor de volledigheid genoemd, maar blijft verder onbesproken 

Inzet Mobilisation, aanpak ammoniakvervuiling door veehouderij

De Nb-wet verplicht de overheid tot het beoordelen van projecten die gevolgen kunnen hebben voor de beschermde natuurwaarden. Welke de beschermde natuurwaarden zijn (en welke gebieden) volgt uit de Nb-wet.

Bijvoorbeeld het ondernemen van een veehouderijbedrijf betekent dat er ammoniakneerslag optreedt. De ammoniakneerslag (uitgedrukt in mol depositie potentieel stikstof per hectare per jaar) wordt vastgesteld aan de hand van het aantal dieren, het stalsysteem en de afstand tot het betrokken gebied. Als de bedrijfsemissies hoger zijn dan de afstand tot de natuurwaarden korter is, dan zijn de schadelijke ammoniakemissies  van het bedrijf op de nabijgelegen natuurwaarden groter. Maar, ammoniakdeposities reiken ook ver. Op 100 kilometer afstand van de veehouderij is slechts minder dan 60% van de emissies neergeslagen. Zie hiervoor de eerdere genoemde overheidspublicatie Ammoniak in Nederland. 

In Nederland zijn tienduizenden veehouderijbedrijven gevestigd met elk meer dan ca. 100 melkkoeien, duizenden varkens of vele tienduizenden kippen. In combinatie met het uitrijden van de mest veroorzaken al die bedrijven tezamen de zogenaamde ammoniakdeken boven Nederland. Om in een goed evenwicht te komen met natuurbehoud is een hoge reductiedoelstelling noodzakelijk. 

De Natuurbeschermingswet verplicht tot het maken van een beoordeling van de verenigbaarheid van de bedrijfsbelangen met de natuurbelangen. Die wettelijke plicht bestaat sinds 2005 met de komst van de gewijzigde Natuurbeschermingswet, en ook de Habitatrichtlijn in de wet is verankerd.

De overheid faalt ernstig met de inzet van de Natuurbeschermingswet als instrument voor natuurbescherming. Een ambitieuze vermindering van ammoniakdeposities is niet in zicht. Het is erger. Het optreden van de overheid heeft steeds meer als effect dat de bedrijven hun vervuiling consolideren, omdat de bedrijven de vervuilingsruimte als een bestaansvoorwaarde voor hun onderneming zijn gaan beschouwen. Het perfide effect van het huidige overheidsoptreden is dat ondernemers de vervuilingsruimte als bedrijfskapitaal zijn gaan beschouwen, dat zij nauwelijks willen afstaan. Dit zou nog niet erg hoeven zijn indien gelijktijdig ook een robuust programma zou bestaan om tot serieuze vervuilingsreductie te komen. Dat programma ontbreekt. Over een dergelijk programma wordt wel veel geschreven en gepraat onder de titel Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Serieus vertrouwen in dat programma ontbreekt. Verwezen wordt naar het in het vakblad LUCHT gepubliceerde artikel 'Stikstof tot nadenken, de ontbrekende feiten', hieronder te downloaden. Zie ook de recente evaluatie van de PAS door het CPB.

Wat doet de politiek?

Het politieke probleem is simpel te benoemen: de emissies vanwege de enkele tienduizenden veehouderijbedrijven zijn (soms zelfs meervoudig) te hoog. Dit wordt vooral veroorzaakt door de onvoorstelbaar hoge mestproductie vanwege de uitzonderlijk grote veestapel in een relatief zeer klein gebied. Er zijn hierin twee manieren om de emissies aan te pakken: ten eerste milieutechnische matregelen en ten tweede krimp van de veestapel (het probleem bij de bron aanpakken: afname van het aantal dikke darmen).

Technische maatregelen zijn in de afgelopen 20 jaar -deels op kosten van de belastingbetaler- uitvoerig onderzocht, gesubsidieerd en toegepast. De drie meest effectieve maatregelen hebben bestaan uit 1. het emissiearmer uitrijden van de mest (mestinjectie), 2. het maximeren van de veestapel en 3. emissie-armere stallen. Die maatregelen zijn inmiddels ook al geruime tijd wettelijk voorgeschreven via de meststoffenwet (het mestuitrijden en maximeren van de veestapel) en Besluit Huisvesting (emissiearmere stallen). De reele mogelijkheden voor emissiereductie middels technische maatregelen zijn daarmee grotendeels genomen. We zijn echter na 25 jaar beleid pas ongeveer halverwege het te bereiken doel. Dat brengt in een normaal denkproces onvermijdelijk de maatregel van beperking van de veestapel in beeld.

Een openbaar debat over een beperking van de veestapel wordt vooralsnog angstvallig vermeden. Het tegendeel vindt plaats: de melkveestapel mag binnenkort weer toenemen, waar deze eerder door productiegrenzen was beperkt.

Het totaal aantal kippen en varkens in Nederland is al vele jaren via een dierrechtenstelsel aan een maximum aantal gebonden. Over de bestaande regulering van de kippen en varkens is de beslissing genomen om deze voorlopig te handhaven (zie: Meststoffenwet artikel 77).

Voor de melkkoeien geldt een veestapelregulering door het Europeesrechtelijk geregelde melkquotum. De melkveehouders zijn gebonden aan een maximum melkproductierecht, en daarmee aan een maximum aantal dieren. Dit beleidsstelsel vervalt in 2015. De melkveestapel mag daarna weer toenemen. De Nederlandse regering heeft dit recent besloten. Dit is een garantie voor een toename van de deposities, waar deze juist dienen af te nemen.

Het enorme mestoverschot veroorzaakt niet enkel teveel ammoniakvervuiling. Naast deze ammoniakvervuiling lijdt de bodem en ook het grondwater schade door het uitrijden van teveel mest met langdurig schade aan de bodemkwaliteit tot gevolg, met inbegrip van grond- en oppervlaktewater. De Europeesrechtelijke Nitraatrichtlijn (mest bevat nitraten) en Waterrichtlijn (o.a. uitspoeling nitraten naar het water) stellen daarom eisen aan de bodem- en waterkwaliteit. In Nederland blijven we deze gestelde minimumnormen voorlopig nog structureel overschrijden. Er is door de Nederlandse overheid zelfs een ontheffing bedongen bij de Europese Unie van de Europese normen, omdat Nederland dat Europese normen niet zou kunnen (of willen?) naleven (derogatie van de Nitraatrichtlijn). Dit ondanks de grote waarschijnlijkheid dat een meerderheid van de Nederlandse bevolking een stevig tegenstander van het verzoek om ontheffing zal zijn. Immers, de meeste mensen zullen hun kinderen een schoon leefklimaat en schoon grondwater/drinkwater willen nalaten. 

Mestwetgeving en een beleidsmatige beperking van de veestapel kan uiteraard pas komen te vervallen als ook de problemen met het mestoverschot daadwerkelijk zijn bedwongen. Die situatie is momenteel zelfs niet bij benadering gerealiseerd. Het ministerie van LNV publiceerde in juli 2010 het rapport 'Instrumentarium voor veehouderij binnen milieugebruiksruimte'. In dat rapport worden suggesties gedaan voor de veestapelregulering na 2015. Hoewel het rapport is opgesteld met als doel het politiek debat over de situatie na 2015 mogelijk te maken, wordt een constructief debat met als doel om mestwetgeving -en daarmee wettelijke regulering van de omvang van de veestapel- vermeden.

Niet alleen het milieuprobleem is overzichtelijk. Dat geldt ook voor het politieke landschap. De woordvoerders natuur en milieu van enkele politieke partijen zijn structureel mensen afkomstig uit de veehouderijsector. Om voor MOB onduidelijke redenen blijken bij enkele politieke fracties elke affiniteit met natuurbehoud structureel afwezig. In hun standpunten wordt natuurbehoud hoofdzakelijk negatief benaderd. De politieke werkwijze van deze politieke fracties is vaak dezelfde. De VVD-woordvoerder toont zich steevast de meest radicale tegenstander van elke vorm van overheidsregulering, en plei daarmee direct tegen elke vorm van (agrarisch) natuur- en milieubeleid. Eerder is die rol ook gespeeld door de LPF-woordvoerder, tegenwoordig soms ook wel gespeeld door de PVV. Een radicaal standpunt - dat vaak enkel door specialisten is te herkennen als ketelmuziek - geeft de CDA-woordvoerder ruimte zich te presenteren als de ogenschijnlijke vertegenwoordiger van een redelijk compromisvoorstel. Voor het CDA bij herhaling gelegenheid zich te presenteren als een redelijke middenpartij, terwijl feitelijk wanbeleid wordt aangekondigd.

Een voorbeeld hiervan betreft het steeds weer opnieuw terugkomen op de mate van wetenschappelijke zekerheid over de optredende natuurschade van ammoniakvervuiling. Hoewel over de schade weinig onzekerheid bestaat, wordt elke kans te baat genomen om onzekerheid te suggereren. Voor zover onzekerheid bestaat, is die vooral te vinden in het precies vaststellen van de mate van de schade, onderverdeeld naar de verschillende natuurtypen danwel beperkte onzekerheid over de effectiviteit van milieutechnieken. Een verstandig mens zou zeggen dat bij vaststelling van een ernstig teveel aan ammoniakvervuiling stevig werk gemaakt dient te worden van een flinke reductie. De VVD-bijdrage bestaat echter hoofdzakelijk uit politieke obstructie door steevast uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek in twijfel te trekken. Met een iets gematigder inbreng van het CDA over de politieke betekenis van de uitkomsten van het wetenschappelijk onderzoek lijkt deze al snel een redelijke partij. Op dit thema toont de praktijk vele varianten.

Overigens is het ronduit merkwaardig dat de VVD zich steevast ronduit natuurvijandig uitdrukt. Sommige VVD-oudgedienden hoor je hierover nog wel eens mopperen (Winsemius, Nijpels), maar zonder veel effect. In veel andere landen is natuurbeheer bij rechtse partijen lang niet altijd in slechte handen. Natuur maakt in veel landen een essentieel onderdeel uit van het imago van dat land (landschappelijke waarden, identiteitsbepalende diersoorten enz), iets wat veel politici aan de rechter zijde graag koesteren. Zeker, die politici hebben dikwijls ook de mond vol van jacht en ondernemersbelangen, maar laten zich evengoed gelijktijdig aanspreken op natuurbeheer. Zo niet de VVD. Elke VVD-bijdrage aan het debat over natuurbeheer wordt beheerst door het dogma van de kleinere overheid, waaruit volgt de wens om minder (lees: zwakkere) regels en minder overheidsuitgaven. In de Nederlandse politieke praktijk is het maar al te vaak ook de zwakste belangen waarmee de VVD haar politieke 'succesen' behaalt. Gegeven het zwakke politieke gewicht van natuurbelangen in combinatie met de VVD die graag opmarcheert met haar zucht naar een kleinere overheid, is natuur een makkelijk slachtoffer van de VVD-politiek. Immers, de overheid heeft een monopoliepositie in het vaststellen van de minimum kwaliteitseisen voor lucht, water en bodem en ook aan het gebruik van de ruimte via bestemmingsplannen. Deze klassieke overheidsthemna's zijn cruciaal voor natuurbeheer.

De beschreven situatie zou niet ernstig zijn, indien andere partijen voor een correctie zouden zorgen. Daarvan blijkt al lang geen sprake meer van te zijn. Dit heeft een specifieke oorzaak.

De meeste andere partijen hebben amper binding met het platteland. Het zijn overwegend stedelijk georienteerde partijen, met weinig achterban en inzicht in het buitengebied. De verschillen tussen plattelandspolitiek en stedelijke politiek zijn aanzienlijk. In de plattelandspolitiek domineert agrarische belang, met een zwakke stem voor natuurbelangen. Bestemmingsplannen voor het buitengebied blijken hoofdzakelijk een agrarisch bedrijfsontwikkelingsplan. Te veel agrariers zien natuur als een sta-in-de-weg, gebaseerd op de kortzichtige gedachte dat natuurbelangen nu eenmaal moeten wijken voor voedselproductie. Meer stedelijk georienteerde politieke partijen tonen zich volstrekt incompetent in deze politieke retoriek, en laten hun politieke dossier "overheid en plattelandsbestuur" veelal versloffen. Deze partijen stellen natuur belangrijk te vinden, maar gaan voorbij aan het feit dat natuur buiten de stad ligt, tussen de agrariers. Indien werkelijk belang wordt gehecht aan natuur is het onvermijdelijk om je goed thuis te maken in de agrarische politiek. Dit geldt evenzeer voor de andere problemen die gezonde natuur bedreigd; verdroging en versnippering. Ook dan ontmoet je onvermijdelijk agrarische belangen. Hiermee zal duidelijk zijn geworden dat met de Nederlandse natuur een politiek weeskind is geboren.

Als we de politieke gang van zaken beter bekijken, dan kan de vraag gesteld worden of het de politici in de eerste plaats verweten kan worden dat structurele natuurschade niet hoger op de politieke agenda staat. Immers, politici kunnen meestal pas serieus aan de slag nadat maatschappelijke organisaties de zaak op de politieke agenda hebben gezet. Als het om natuur gaat komen we al snel bij een grote organisatie als Natuurmonumenten terecht. Deze organisatie weet als geen ander welke problemen door de ammoniakemissies uit de veehouderij optreden. Zij besteden een vermogen aan het beperken ammoniakemissieschade met "beheermaatregelen". Door de ammoniakemissies is onder meer sprake van vergrassing, wat wordt bestreden met regelmatig maaien en andere ecologische ingenieurstechnieken. Zonder maatregelen zouden veel natuurwaarden overwoekerd worden door stikstofminnenden begroeiing. Dweilen met de kraan open.

Waar je zou verwachten dat Natuurmonumenten op de stoep staat bij de politiek en de agrarische sector, is het tegendeel waar. De inmiddels duizenden verleende Natuurbeschermingswetvergunningen zijn door Natuurmonumenten ongemoeid gelaten. Tegen het zwaar omstreden vergunningbeleid, op basis waarvan die vergunningen zijn verleend, is Natuurmonumenten niet opgetreden. Natuurmonumenten meent kennelijk voldoende te doen door af en toe een bezorgde brief aan de Tweede Kamer en de provinciebesturen te zenden, en keurig mee te praten als ze worden uitgenodigd. Als boeren met tractoren veel politiek kabaal maken, kijken ze bij Natuurmonumenten enkel verschrikt toe. Natuurmonumenten toont geen enkel inzicht in het feit dat naarmate meer vergunningen voor onbepaalde tijd aan veehouderijbedrijven zijn verleend, het ammoniakprobleem steeds minder oplosbaar zal zijn. Immers, waar een veehouder eenmaal over een vergunning voor onbepaalde tijd beschikt, ontbreekt elk motief de eenmaal vergunde emissierechten op te geven. Tegen de tijd dat Natuurmonumenten eindelijk vindt dat het ernst moet worden, zullen de meeste veehouders hun vergunning op zak hebben. Natuurmonumenten moet deze houding het meest worden aangerekend, aangezien ze de bekendste politieke speler zijn in natuurbeheer, met -althans potentieel- de sterkste stem. In Nederland zijn in totaal ca. 55.000 veehouderijbedrijven. Natuurmonumenten heeft ca. 700.000 leden en een jaaromzet van ca. 100 miljoen euro, maar laten na een politieke vuist te maken om tot een beter evenwicht tussen natuur en agrarische belangen te komen.

Een soortgelijk verhaal geldt voor de meeste overige terreinbeherende organisaties, zoals bijvoorbeeld de Provinciale Landschappen. De natuur lijdt aanhoudend ernstige schade, maar ze beperken zich tot politiek overleg met fluwelen handschoenen, kennelijk ernstig benauwd het reëel bestaande conflict met de agrarische belangen openlijk op tafel te leggen. Staatsbosbeheer valt onder de overheid, wat betekent dat die nagenoeg geen politieke speelruimte heeft. Ten slotte, we moeten evenmin bij Stichting Natuur & Milieu zijn. Waar zij in de jaren negentig nog een voortrekkersrol hebben gespeeld in dit onderwerp, is hun optreden nu minder dan een schaduw van toen. De enige andere organisatie die zich naast Mobilisation en vereniging Leefmilieu momenteel sterk inzet is Werkgroep Behoud de Peel (zie www.wbdp.nl). Zij beperken zich tot de Peelgebieden in Noord Limburg, en zijn een kleine organisatie met beperkte middelen. Hoe kan van politici verwacht worden dat ze kritischer zijn, als de belangrijkste natuurorganisatie het volledig laten afweten?

Voor nadere informatie:

Mr. V. Wösten  -  Wösten juridisch advies

06 5064 1848     

Publicaties

Hieronder zijn 5 documenten beschikbaar als pdf-download. 

1. Veehouderij, milieubeleid en regeldruk; mr. V. Wösten / ir. A.K.M. van Hoof, Tijdschrift voor Agrarisch Recht, november 2009. Met dit artikel wordt de veelgehoorde stelling ontkracht dat de veehouderijsector te maken heeft gekregen met steeds striktere milieuregels. Het tegendeel blijkt juist. In de afgelopen jaren zijn de milieunormen fors versoepeld. Zelfs de ammoniakemissies - al decennia ontoelaatbaar te hoog - mochten van de overheid op bedrijfsniveau weer toenemen.

2. Stikstof tot nadenken, de ontbrekende feiten; mr. V. Wösten, Tijdschrift Lucht, december 2011. Met dit artikel wordt gesteld dat de nieuwe plannen voor de aanpak van de natuurschade door ammoniakemissies uit de veehouderij (Programma Aanpak Stikstof, PAS) ondeugdelijk genoemd moet worden. De Natuurbeschermingswet dreigt in de praktijk vooral een Veehouderijbeschermingswet te worden.

3. Het derde stuk wekt de indruk dat de voorzitter van LTO-Noord geen constructieve gesprekspartner wil zijn.

4. Het vierde stuk betreft een onderzoek in opdracht van Mobilisation naar de (on)toelaatbaarheid van de langdurige overbelasting van stikstofgevoelige natuurwaarden. Dit naar aanleiding van de stelling van de overheid dat een stand still van de stikstofdeposities geen significant negatief effect heeft.

5. Het vijfde stuk betreft onze zienswijze op het PAS die als volgt is samen te vatten:

  1. Uit de rapportage van Nederland naar de Europese Unie uit 2013 blijkt dat driekwart van de beschermde soorten en bijna alle habitattypen vallend onder de Europese Habitatrichtlijn een zeer ongunstige tot matig ongunstige staat van instandhouding hebben.
  2. Het PAS gaat een nog langer voortdurende te hoge stikstofdepositie op onze Natura 2000-gebieden niet tegen. De Natura 2000-gebieden zullen nog verder degenereren en dit zal niet of onvoldoende met herstelmaatregelen c.q. end-of-pipe maatregelen kunnen worden opgelost.
  3. PAS zou een goed instrument kunnen zijn ware het niet dat het ambitieniveau van het ontwerp PAS veel te laag is. De minister verwacht in 2030 een verlaging van de stikstofemissie van effectief minder dan 10%. Het is zelfs niet zeker dat dit gaat worden gehaald. Dit kan bepaald niet als een serieus ambitieniveau worden opgevat en diskwalificeert het voorliggende concept PAS.
  4. Het ontwerp PAS heeft een absoluut veel te lage ambitieniveau en is strijdig met internationale verplichtingen zoals de Habitatrichtlijn.
  5. Een verdere teruggang van biodiversiteit dient te worden gestopt. Er dient ambitie te worden getoond voor herstel. Dat kan alleen als er een ambitieus PAS komt.
  6. Het doel van het PAS dient te zijn dat in 2030 in bijvoorbeeld maximaal 10% van de Natura 2000-gebieden nog KDW’s van relevante habitats mogen worden overschreden. Dit dient primair de doelstelling te zijn. Op basis hiervan dienen (1) tussendoelstellingen te worden geformuleerd, en (2) een passende strategie te worden opgesteld.
  7. Een dergelijke strategie voor het reduceren van de stikstofemissie is ook in lijn met de ambitie van het door Nederland ondersteunde Europese biodiversiteitsstrategie om verdere teruggang van de biodiversiteit te stoppen en om tot een robuust definitief herstel van de natuur te komen.
  8. Er dienen intermediaire doelen (mile stones) in het PAS te worden opgenomen voor 2020 en 2025 zodat verzekerd kan worden dat in 2030 de bovengenoemde doelstelling van maximaal 10% in 2030 kan worden gehaald.
  9. Op basis hiervan dient een strategie te worden geformuleerd met daaraan gekoppeld een “road map” hoe de bovengenoemde door ons voorgestelde doelstelling voor 2030 en gerelateerde tussendoelstellingen moeten worden gehaald. 
  10. De PAS dient te beschikken over een adequaat MRV (Monitoring, Rapportage, Verificatie) borgingssysteem dat rekening houdt met tijdige onderkenning van ontwikkelingen op relevante wetenschapsgebieden of in fouten in de berekeningen van de emissies en bijbehorende deposities.

Het concept PAS voldeed niet aan deze punten, net zo min als het definitieve PAS. Het PAS fungeert nu vooral om de intensieve veehouderij en overige stikstofdepositie veroorzakende activiteiten (bijv. aanleg nieuwe snelwegen, kolencentrales) tot 2030 ruim baan c.q. voldoende ruimte te geven om nog aanzienlijk uit te breiden. De minister faciliteert hiermee ook dat de reeds 60 jaar aan de gang zijnde schaalvergroting van de bio-industrie, die hierdoor nauwelijks geremd verder kan groeien terwijl al lang duidelijk is dat veehouderij-bulkproductie in Nederland een doodlopende weg is. En daarmee zijn we ook weer terug bij het begin van het verhaal hierboven. Zie bijlage 5 voor de complete inspraaknotitie op het ontwerp PAS. 

1 - Agrarisch Recht_ veehouderij, milieu en regeldruk
2 - Tijdschrift Lucht_stikstof de ontbrekende feiten
3 - Correspondentie MOB en LTO Noord
4 - Effecten van gelijkblijvende N-depositie op N2000-habitats in de Groote Peel5- Zienswijzen met betrekking tot het ontwerp Programma Aanpak Stikstof 5 - PAS februari 2015

Lees meer

Deze pagina is 28710 keer bekeken!

 

Rechtbank Utrecht vernietigt 18 besluiten

De rechtbank Midden-Nederland heeft eerder genomen besluiten over 17 agrarische bedrijven en een slachterij in de provincie Utrecht vernietigd. Dat betekent dat de toekomst van deze bedrijven, die allemaal in de buurt van beschermde en stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden liggen, opnieuw onzeker is. De organisaties Mobilisation for the Environment en de Vereniging Leefmilieu hadden bij de bestuursrechter beroep ingesteld tegen de besluiten van de provincie Utrecht. Het gaat om kwesties die ook in andere provincies en bij andere rechtbanken spelen.

Hierbij schiet de rechtbank uit haar slof met de volgende toevoeging:

Actie nodig van kabinet en wetgever/De rechtbank beseft dat er met deze uitspraken nog veel onduidelijk is voor de betrokken bedrijven en natuurorganisaties. Dat is onbevredigend. In een woord vooraf bij de uitspraken schrijft de rechtbank dat het erop lijkt alsof iedereen elkaar nu afwachtend aankijkt, terwijl de stikstofproblematiek een maatschappelijk vraagstuk is. Het is aan het kabinet en aan de wetgever om in actie te komen voor een oplossing die verder gaat dan een individuele rechtszaak.

https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Rechtbanken/Rechtbank-Midden-Nederland/Nieuws/Paginas/Rechtbank-vernietigt-stikstofbesluiten-Utrechtse-veehouderijen.aspx

 

Als je het klimaatprobleem serieus neemt dan kappen met soja import voor veevoer

Nederland staat in de top-5 van Europese landen die bijdragen aan ontbossing. In een rapport van het Wereld Natuur Fonds staat dat Duitsland, Italië, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, Nederland, Frankrijk, België en Polen samen verantwoordelijk zijn voor tachtig procent van de ontbossing die wordt veroorzaakt door import van grondstoffen door EU-landen. Als het gaat om de hoeveelheid tropisch gebied dat ontbost wordt per hoofd van de Europese bevolking, staat Nederland zelfs op de eerste plaats, aldus WNF.

Conclusie: als je het klimaatprobleem serieus neemt dan is er maar één optie: kappen met soja import voor veevoer.

Zie: https://nos.nl/artikel/2376651-wnf-nederland-is-grote-europese-aanjager-van-ontbossing.html

 

Tovervloeren werken niet zoals gehoopt

Nederland ontkomt er niet aan om de veestapel in te krimpen. Die boodschap ligt op tafel bij de kabinetsformatie. Emissiearme vloeren werken niet goed en de miljoenen die er tot nu toe in zijn geïnvesteerd lijken weggegooid geld. 

Zie: https://eenvandaag.avrotros.nl/item/krimp-veestapel-lijkt-onontkoombaar-want-tovervloeren-voor-minder-stikstofuitstoot-werken-niet-goed/

  

De ammoniakemissie uit de land- en tuinbouw is sinds 2010 niet meer afgenomen

Uit de landelijke ammoniakmetingen blijft juist een toename. Krimp veestapel lijkt onontkoombaar, want 'tovervloeren' voor minder stikstofuitstoot werken niet goed c.q. minder goed dan men 'geloofde'.

Zie: https://eenvandaag.avrotros.nl/item/krimp-veestapel-lijkt-onontkoombaar-want-tovervloeren-voor-minder-stikstofuitstoot-werken-niet-goed/

Ook: https://www.groene.nl/artikel/op-tijd-stoppen-is-ook-ondernemen

 

De rechter zette recent ook een streep door het geloof in emissiearme stallen

Rechter legt opnieuw bom onder stikstofbeleid minister Schouten

Emissiefactoren ammoniak huisvestingssystemen onbetrouwbaar/Uitbreidingen veehouderij vrijwel onmogelijk geworden.

Zie: https://eenvandaag.avrotros.nl/item/boeren-bang-voor-toekomst-nu-er-definitief-een-streep-is-gezet-door-milieuvriendelijke-stal/

Op 12 maart 2021 is door de rechtbank van Noord Nederland uitspraak gedaan in het beroep van Mobilisation for the Environment en vereniging Leefmilieu tegen een natuurvergunningbesluit van de provincie Friesland met als gevolg dat vrijwel geen nieuwe uitbreidingen van veehouderijbedrijven meer kunnen worden toegestaan.Door het Friese provinciebestuur was een natuurvergunning verleend voor de uitbreiding van een melkveebedrijf. De landsadvocaat (Pels Rijcken) stelde namens het provinciebestuur dat de stikstofemissies niet toenemen ondanks dat meer dieren worden gehouden omdat emissiereductietechnieken worden toegepast. In Nederland mogen enkel nog natuurvergunningen voor nieuwe veestallen worden verleend als emissiereductietechnieken worden toegepast. Dit is bij wet geregeld in het Besluit Emissiearme huisvesting en de Regeling Ammoniak en Veehouderij.

Onder deskundigen bestaat al lange tijd grote twijfels over de effectiviteit van de emissiereductietechnieken in de veehouderij. In 2018 publiceerde de Wageningen Universiteit (WUR) een onderzoek naar de werking van luchtwassers. In oktober 2019 publiceerde het CBS de resultaten van een onderzoek op basis van 90.000 mestmonsters naar de effectiviteit van de emissiereductietechieken van veestallen. Beide onderzoeken moesten concluderen dat ernstige twijfels bestaan over de werking van emissiereductietechniek in veestallen.

De minister van LNV en het Friese provinciebestuur hebben tot nu toe gezegd dat ondanks de twijfels over de toegepaste emissiereductietechniek in veestallen de vergunningverlening gewoon door kon gaan. De wet eist dat enkel nieuwe vergunningen worden verleend als 'geen redelijke twijfels' bestaat dat de stikstofemissies niet toenemen. Daarom zag de Rechtbank geen andere mogelijkheid dan het Friese vergunningbesluit te vernietigen. Het gevolg van de uitspraak is dat vrijwel geen vergunning meer kan worden verleend voor veehouderij waarbij een beroep wordt gedaan op emissiereductietechniek.

MOB heeft hier ook al op 1 maart 2020 in een brief aan de commissie Remkes op gewezen:

https://mobilisation.nl/assets/foundation-6/media/22verhaal%20mob%20tegen%20opvullen.pdf

Hiermee komt dus met een klap de interne saldering (lees interne fraudering) met zogenaamde RAV-codes tot stilstand. Dit heeft mogelijk ook gevolgen voor de legalisering van PAS-melders en niet-PAS-melders omdat deze procedures ook gebruik maken van onbetrouwbare RAV-codes ( Ammoniakemissiefactoren voor stalsystemen). Zie: https://www.infomil.nl/onderwerpen/landbouw/ammoniak/rav-0/bijlage-1/

Emissiearme stallen zijn vaak ook niet veilig: 'Onder specifieke omstandigheden kunnen die risico's voor emissiearme vloersystemen groter kunnen zijn dan voor gangbare vloersystemen', zie:  https://www.groenkennisnet.nl/nl/groenkennisnet/show/Zorgen-over-veiligheid-emissiearme-stalvloeren.htm

 

Aanklacht tegen de vee-industrie

Vijftien jaar geleden, maar veel veranderd is er niet: de meest gebruikte kooi voor legkippen heeft een bodemoppervlakte van nog geen A4’tje; de bijdrage van de veeteelt aan het broeikaseffect is 40 procent hoger dan die van de gehele transportsector; in de Verenigde Staten produceren consumptiedieren 130 keer zoveel stront als de gehele bevolking bij elkaar. Dieren eten van Jonathan Safran Foer, zie: https://deleesclubvanalles.nl/recensie/dieren-eten/

 

De toekomst is aan een plantaardige samenleving

Zie:  https://www.foodlog.nl/artikel/de-toekomst-is-aan-een-plantaardige-samenleving/

 

Productie en consumptie van vlees, melk en eieren halveren

Productie en consumptie van vlees, melk en eieren moeten halveren en bossen aangeplant. Dan kan de Britse rundveestapel omvormen tot een duurzaam landbouwsysteem dat zowel de klimaat- als de biodiversiteitscrisis aanpakt en tegelijkertijd voldoende gezond voedsel produceert. Dit blijkt uit een studie van de Food, Farming and Countryside Commission Charity. Conclusie: zonder beperking en consumptie van dierlijke producten gaan we het niet redden, zie: https://www.theguardian.com/environment/2021/jan/07/uks-beef-herds-could-be-key-to-sustainable-farming-says-report

Zou ook nog goed zijn voor de volksgezondheid omdat we in Nederland gemiddeld veel meer dierlijke producten eten dan gezond voor ons is. Minder obesitas, minder corona doden... Kortom: waar wachten we op? 

 

Canada schrapt melk uit Schijf van Vijf

De overheid in Canada heeft jarenlang benadrukt dat zuivel essentieel is voor een gezond dieet. Ook in de voorlaatste update was dit nog het geval. Echter, sinds januari 2019 spelen zuivelproducten geen belangrijke rol meer in een gezond Canadees dieet. De wijziging wekt grote frustraties op bij de Canadese melkveehouders. Dairy Farmers of Canada en Canadian Pork Council zijn boos.

Zie: https://www.boerenbusiness.nl/melk/artikel/10881138/canada-schrapt-melk-uit-schijf-van-vijf

 

Intensieve veehouderij een doodlopende weg/ toekomst van intensieve veehouderij ligt achter ons

Oproep aan LTO/Agractie/FDF, etc.:  als jullie werkelijk begaan zijn met de ‘familiebedrijven’ dring dan bij regering aan op een moratorium voor nieuwe veestallen. Laat zien dat je meer bent dan een stropop van de veevoederindustrie.

Overproductie van dierlijke producten

Inkomens van veel boeren zijn structureel te laag om op termijn te kunnen overleven. Dat veel boeren het water aan de lippen staat is ook goed te begrijpen. Het inkomen van boeren is sinds 2000 nauwelijks gestegen. Rekening houdend met het prijspeil daalt het inkomen zelfs. Ongeveer een derde van de boeren valt onder de inkomensgrens van €26.500 per jaar.

De komende 10 jaar zal een versnelling te zien geven van stoppende bedrijven als gevolg van een te hoge kostprijs in combinatie met een te lage prijs voor producten. Die prijs is laag omdat het aanbod te groot is. Immers, prijsvorming is een kwestie van vraag en aanbod. Als er teveel aanbod is zakt de prijs. Komt er minder aanbod dan stijgt de prijs. Maar wat doen boeren als ze te weinig verdienen met hun producten? Juist ja, meer produceren. Niet slim. En je zorgt er zo voor dat collega’s minder gaan verdienen en dus uit arren moede ook moeten gaan uitbreiden. Dit versterkt de trend naar mega en gigastallen. Een rat race naar de bodem.

‘Oplossing’ van FDF gaat niet werken

FDF denkt het probleem van structureel te lage inkomens van boeren te kunnen oplossen met een soort van (vrijwillige?) heffing op de verkoopprijzen van de supermarkten. Dat zou gaan om een bedrag van circa € 1,5 miljard/jaar, door supermarkten over te maken op de bankrekening van FDF. Nog afgezien van de praktische haalbaarheid zou dit betekenen dat de Nederlandse consument de export naar het buitenland zou gaan subsidiëren: ‘China krijgt goedkoper varkensvlees, Nederlandse consumenten betalen hiervoor en wij houden de stront, de stank en ammoniakemissies’ . Immers, 80% van de producten die worden geproduceerd door onze land- en tuinbouw zijn bestemd voor de export.

Toekomst van de Nederlandse agrarische sector

De Nederlandse landbouw is niet alleen koploper als het gaat om ammoniakemissies, maar ook in het ontkennen van huidige milieuproblemen zoals klimaatverandering en verlies van biodiversiteit. Ook voor de toenemende zorgen van wetenschappers over zoönosen in relatie tot de intensieve veehouderij is de sector blind. 

Is er in de afgelopen 10 jaar een discussie binnen de landbouw geweest over de toekomst van de Nederlandse agrarische sector, die tot op het bot verdeeld is?

 De CO2-print van de vee-industrie is te groot. De komende 10 jaar zal een kentering te zien geven van dierlijke voeding richting plantaardige voeding. Grote bedrijven als Unilever stoppen miljarden in de ontwikkeling ervan. Veel Nederlandse boeren weigeren om dit onder ogen te zien en willen de status quo handhaven met alleen een iets hogere prijs. Ze realiseren zich niet dat er geen toekomst is voor de intensieve veehouderij.

Oproep aan LTO/Agractie/FDF, etc.: 

  • Als jullie werkelijk begaan zijn met de ‘familiebedrijven’ dring dan bij regering aan op een moratorium voor nieuwe veestallen. Laat zien dat je meer bent dan een stro pop van de veevoederindustrie. Kom echt op voor de jonge boeren die het bedrijf door willen zetten en loop niet aan de leiband van veevoederindustrie.
  • Organiseer een nationaal debat over de toekomst van de Nederlandse agrarische sector en betrek daar ook de burgers/consumenten bij..

Enkele links:

Trends in EU: lokaal kopen en plantaardig eten: https://www.boerderij.nl/Home/Achtergrond/2020/12/Trends-in-EU-lokaal-kopen-en-plantaardig-eten-687844E/

Marion Koopmans: "Ik hoop dat het besef blijft hangen dat we moeten nadenken over onze eigen rol in het ontstaan van pandemieën, dat door klimaatverandering, door ontbossing en door onze manier van leven virussen steeds vaker overspringen:" https://trouw.nl/ts-bcb51dd0

Agrarische sector wereldwijd aanjager van verlies van biodiversiteit: https://www.theguardian.com/environment/2020/dec/21/global-food-industry-to-drive-rapid-habitat-loss-research

‘Dit is een vorm van paradijselijk boeren, we hebben het er ook niet druk mee’: https://www.melkvee.nl/artikel/379668-biologisch-bedrijf-met-13.565-kilo-melk-per-koe-in-375-dagen/

 Ook: https://www.foodlog.nl/artikel/het-nederlandse-voedselsysteem-na-corona/

Ook: https://www.foodlog.nl/artikel/unilever-stelt-enge-plantaardige-doelstelling-van-1-miljard/

Ook: https://www.brainwash.nl/bijdrage/filosoof-lisa-doeland-waarom-we-minder-moeten-hopen-en-meer-doemdenken

Tot slot: we zien alweer veel vergunningprocedures m.b.t. uitbreiding van de veestapel terwijl tegelijkertijd ook boeren/'familiebedrijven' met belastinggeld worden uitgekocht voor forse bedragen. Wie dit begrijpt mag het zeggen.... 

 

De volgende pandemie wordt uitgebroed in kolossale kippenstallen

De vogelgriep die nu in Nederland heerst, is niet gevaarlijk voor mensen. Maar het is wachten op een nieuwe variant die wél een voor mensen dodelijke pandemie veroorzaakt, stellen wetenschappers. En het is glashelder waar nieuwe dodelijke varianten vandaan kunnen gaan komen: de Europese pluimvee-industrie. De volgende pandemie wordt uitgebroed in grote kippenstallen,

Zie: https://www.utwente.nl/nieuws/2021/1/922944/meer-risico-op-zoonose-in-nederland-dan-we-denken

Zie: https://decorrespondent.nl/11825/de-volgende-pandemie-wordt-uitgebroed-in-kolossale-kippenstallen/18120505920275-0967fc2a?pk_campaign=weekly

Ook: https://www.theguardian.com/world/2020/apr/25/ourselves-scientist-says-human-intrusion-nature-pandemic-aoe

Ook: https://www.theguardian.com/world/2020/jun/17/pandemics-destruction-nature-un-who-legislation-trade-green-recovery

Ook: https://www.nrc.nl/nieuws/2020/06/09/we-hebben-een-vaccin-nodig-maar-vooral-politieke-wil-a4002144?utm_source=SIM&utm_medium=email&utm_campaign=nrc5om5&utm_content=&utm_term=20200610

Ook: https://www.nrc.nl/nieuws/2020/04/29/ik-heb-al-q-ik-wil-niet-ook-c-a3998177?utm_source=SIM&utm_medium=email&utm_campaign=5om5&utm_content=&utm_term=20200429

Ook: https://www.duurzaamnieuws.nl/ongezonde-kalversector-leidt-tot-extreem-gebruik-antibiotica/

 

 

Rechtbank Limburg maakt gehakt van 16 weigeringsbesluiten van provincie Limburg

MOB en Vereniging Leefmilieu verzochten de provincie Limburg om integrale vergunningen af te geven voor stalemissies, beweiden en bemesten. De provincie weigerde dat mede op grond van de geruststelling van minister Schouten dat beweiding en bemesting buiten de natuurvergunning kan blijven.

De rechtbank Limburg maakt hier gehakt van en vernietigde 16 weigeringsbesluiten om handhaving. Als niet binnen 16 weken een nieuw besluit wordt genomen geldt een dwangsom van €100,- per dag voor elk van de 16 toegewezen beroepen.

Dit is terecht. Immers, de weigering van de provincie Limburg komt neer op rechtsobstructie van het college van GS, omdat de 16 besluiten van de povincie frontaal in strijd zijn met de bekende PAS-uitspraak van 29 mei 2019.

Uitspraak Rechtbank Limburg beweiden & bemesten

Belangrijk om te weten: op deze manier proberen wij weidegang te bevorderen omdat vee in de wei minder ammoniak emitteert dan op stal. M.a.w.: als een veehouder zijn vee maximaal in de wei stuurt is de totale stikstofemissie van stal, beweiding en bemesting bij elkaar lager en hoeft hij minder stikstofruimte aan te vragen. 

 

STAF Stichting Agri Facts (STAF) of Stichting Agri Leugens?

FTM: 'Een onafhankelijke factchecker annex journalistiek onderzoeksplatform voor agrarische feiten: zo presenteert de stichting Agri Facts zich aan de buitenwereld. Maar de lijntjes tussen de kopstukken van Agri Facts en de Nederlandse landbouwlobby blijken zeer kort. Ook ontving de stichting donaties van grote veevoerfabrikanten, zonder hierover transparant te zijn',

zie: https://www.ftm.nl/artikelen/agrifacts?share=S3PmLwHD4sBiLvnbTzK%2BG7ThxHZ1D5QVcB2FJeagaQeIoiZVOyGtIOBGt7er8A%3D%3D

 

Paniekvoetbal van het Kabinet met voermaatregel die inmiddels weer is ingetrokken

De omstreden voermaatregel is terecht (zie ons eerdere stuk hierover hieronder) ingetrokken, nu zijn varkensboeren de klos en verontwaardigd. De stikstofmaatregel mbt de varkensboeren is trouwens ook boterzacht en daarom juridisch niet houdbaar. Verder: varkensboeren zitten niet in de Randstad. Dus dit gaat de bouwproblemen in de Randstad zeker niet oplossen.

Er is duidelijk sprake van paniekvoetbal van het kabinet mbt stikstof. Immers, wat is er nu 1,5 jaar na uitspraak van Raad van State gebeurd? Overdag is de maximumsnelheid verlaagd tot 100 km/uur en dat was het dan.

Het sluiten van een paar kolencentrales zou wel een oplossing bieden waaronder de Amercentrale en de beide centrales op de Maasvlakte. Dat zou ook helpen bij het halen van klimaatdoelen en tevens het opstoken van overzeese bossen beperken. Dus drie vliegen in een klap! Dus Kabinet: toon daadkracht, sluit bovengenoemde centrales en de huizenbouw kan van start! Scheelt ook een boel subsidie aan kolenboeren.

 

Ad hoc voermaatregel van Minister Schouten niet zinvol

Oproep aan het Kabinet

Om verdere polarisatie te voorkomen roept MOB het kabinet op om de ad hoc voermaatregel op dit moment niet door te voeren maar echt stappen te gaan zetten naar een structurele oplossing van het stikstofprobleem conform het advies van de commissie Remkes met 50% stikstofemissiereductie als resultaatverplichting. Dit betekent een herstructurering van de veesector in combinatie met een betere inkomenspositie van de boeren. Om op korte termijn woningen te kunnen bouwen is de voermaatregel helemaal niet nodig als de energetisch gezien overbodige Amercentrale wordt stilgelegd. Dit zal de stikstofemissie en depositie verlagen, CO2-emissie verminderen, zal leiden tot beperking van kappen van bossen overzee, én er kunnen stikstofarme woningen worden gebouwd. Verlaging van de maximumsnelheid in de nacht naar 100 km/uur zou ook nog bijdragen maar is niet perse noodzakelijk, maar wel logisch om te compenseren voor het gesjoemel van het ministerie met Aeriusberekeningen voor het wegverkeer.

Is de krachtvoermaatregel dan niet noodzakelijk als oplossing van de stikstofcrisis?

Minder eiwit in het voer is wel degelijk onderdeel van de toekomstige oplossing. Dit kan bij 5% permanente reductie i.p.v. 1,5% voor vier maanden 2 kiloton opleveren op de 35 ton die de rundveehouderij moet doen om de 50% emissiereductie te halen. Het probleem is de manier waarop de maatregel is afgekondigd en de reden: stikstofruimte voor de bouw én wegen. Waarom moet de boer daarvoor opdraaien? Dus eiwit beperkende maatregelen in krachtvoer: jazeker, maar niet ad hoc. Beter de Amercentrale dicht als ad hoc maatregel. Dan kan deze maatregel ook nog eens onderdeel zijn van een structurele oplossing van het stikstofprobleem. 

Dan kunnen de boeren woensdag thuis blijven. Voor een onderbouwing, zie:

Amercentrale zo snel mogelijk dicht om woningen te bouwen

Structurele oplossing nodig voor de stikstofcrisis

Het Kabinet heeft na meer dan 1 jaar nog nauwelijks iets gedaan om de stikstofproblematiek op te lossen. Nu ruim een jaar na de stikstofuitspraak van de Raad van State rijden we overdag iets rustiger op de snelwegen, moeten boeren hun vee verplicht minder eiwit gaan voeren en zit de vergunningverlening nog steeds op slot. Ondanks een negatief SER-advies mogen biomassacentrales met veel subsidie de lucht nog steeds vervuilen maar moeten de boeren iets gaan inleveren om de woningbouw vlot te rekken. Hoe krom is dat?

Het kabinet faalt volledig met het oplossen van de stikstofcrisis. De veevoermaatregel is niets anders dan een vervolg op tenminste dertig jaar pappen en nathouden, met als gevolg een enorme leegloop van het platteland. De meeste boeren zijn in die tijd al gestopt, terwijl het aantal dieren gelijk is gebleven, met schaalvergroting en verlies van veel natuur tot gevolg. De voermaatregel is een ‘rotmaatregel’ die weinig zoden aan de dijk zet en mogelijk zelfs schadelijk is voor de gezondheid van het vee. Dit beleid kent alleen maar verliezers: zowel de agrarische sector als de natuur.

De oplossing van het stikstofprobleem vereist visie en leiderschap.

Oproep aan premier Rutte:

“Toon visie en leiderschap, huur een tractor, rijd met onze boeren mee naar Brussel en steun hen in hun strijd voor een faire prijs voor hun producten. En passant lost u meteen het stikstofprobleem op”.

Oproep aan protesterende boeren:

“Jullie roeien in een roeiboot met de rug naar de toekomst. Jullie zijn de weg kwijt, een verkeerde afslag genomen met jullie tractoren?”

Zie brief aan het Kabinet én de agrarische sector: Weg met de tunnelvisie

 

Minister Schouten pleegt rechtsobstructie/Rechtbank Noord-Nederland wast de oren van de minister

Minister Schouten beklaagt zich dat ze Zeeland niet in kon tijdens een werkbezoek vanwege protesterende boeren maar zelf pleegt ze ook rechtsobstructie door te weigeren om de adressen van zogenaamde PAS-melders te verstrekken.

Van november 2018 (dus ruim voor de PAS-uitspraak van mei 2019) dateert ons verzoek om de adressen van PAS-melders die met alleen melding hun bedrijfsactiviteiten hebben uitgebreid zonder vergunning. We hebben de gegevens nog steeds niet. Wij willen de gegevens van deze bedrijven weten om op basis daarvan te kunnen beoordelen of Natura 2000-gebieden zouden kunnen lijden onder de extra uitstoot als gevolg van de bedrijfsuitbreidingen achter de meldingen. Tot nu toe weigerde het ministerie van LNV deze gegevens te openbaren omdat daarmee te herleiden is om welke bedrijfsadressen het gaat. Daarom zijn we naar de rechter gestapt.

De voorzieningenrechter van de rechtbank Noord Nederland heeft in een uitspraak van 6 juli 2020 besloten dat de adressen van tien PAS-melders openbaar moeten worden gemaakt. Het gaat daarbij om de adresgegevens van bedrijfslocaties, niet om namen. Volgens de rechter maken locatiegegevens onderdeel uit van de emissiegegevens. Daarom is het openbaren daarvan noodzakelijk om een effectieve publieke controle op die emissies mogelijk te maken, aldus de rechter. Er zijn daarnaast te weinig aanwijzingen dat de veiligheid en de dreiging van sabotage de openbaarmaking in de weg zouden moeten staan, naar het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank Groningen wast hiermee minister Schouten haar oren. De uitspraak van de rechtbank is zeldzaam simpel en duidelijk: minister handelt in strijd met de wet. Oftewel: minister Schouten pleegt rechtsobstructie, in dit geval van de Wet openbaarheid van bestuur. Ze zou zich geweldig belachelijk maken met een hoger beroep. Desalniettemin heeft LNV al aangekondigd in beroep te zullen gaan bij de Raad van State zodat we constateren dat minister Schouten doorgaat met het plegen van rechtsobstructie. Ze weet dat ze uiteindelijk verliest maar komt hiermee tegemoet aan de druk van FDF en LTO, die haar gevraagd hebben beroep in te stellen. Daarmee bereikt ze dat de datum van overhandiging van de gegevens weer kan worden uitgesteld.

Het handelen van de minster is hiermee ook flagrant in strijd met Europese wetgeving met betrekking tot milieu informatie.   

 

Op naar de toekomst: Betaalbaar Beter Boeren

In opdracht van Greenpeace voerden de onafhankelijke onderzoeksbureaus Ecorys en Ethycal Growth Strategies een maatschappelijke kosten-batenanalyse uit naar de omslag naar ecologisch boeren.

Conclusie: deze omslag is haalbaar en betaalbaar, sterker nog: het levert de maatschappij jaarlijks gemiddeld ruim 1 miljard euro op. Met ecologisch boeren lossen we niet alleen het aandeel van de landbouw aan de stikstofcrisis op, maar pakken we ook andere hardnekkige problemen aan die worden veroorzaakt door de intensieve veehouderij. Te denken aan onder meer uitstoot van broeikassen, gezondheidsschade door fijn stof, mestoverschot, risico's zoönosen. Doorgaan op de huidige weg heeft de maatschappij alleen al in 2018 6,6 miljard euro gekost. Dat is onder meer doorberekend in schade aan natuur, het klimaat en onze volksgezondheid. En hier zijnde kosten voor ontbossing in het buitenland nog niet in meegenomen. Nu investeren in de omslag naar ecologisch boeren levert de maatschappij uiteindelijk alleen maar winst op. Ecologische landbouw is een goede ‘business case’.

Lees de uitkomsten in het plan Betaalbaar Beter Boeren: https://tinyurl.com/BeBeBo

Zie ook het uitstekende rapport: Stikstofprobleem vraagt om leiderschap

Ook: https://esb.nu/esb/20061507/financiele-sector-kan-transitie-naar-duurzame-landbouw-versnellen

 

RAV-codes sjoemelcodes?

Ammoniakemissies vanuit de landbouw onderschat/Landbouw met een bijdrage van 67% de belangrijkste bron van stikstof

De Regeling ammoniak en veehouderij (Rav) is gebaseerd op de Wet ammoniak en veehouderij (Wav). De bij deze ministeriële regeling behorende bijlage 1 bevat emissiefactoren voor de berekening van de  ammoniak emissie van een dierenverblijf, inclusief de emissie van de mest die in het dierenverblijf aanwezig is. Oftewel: de ammoniakemissiefactoren (RAV-codes) voor stalsystemen. Deze factoren worden gebruikt om de ammoniakemissie van een veehouderij te berekenen. Vergunningaanvragen zijn voor wat betreft de aangevraagde ammoniakemissie volledig gebaseerd op de RAVcodes. Ook worden ze gebruikt bij het toetsen of de veehouder voldoet aan de maximaal vergunde ammoniakemissies in het kader van de Wet natuurbescherming. Onderstaand laten we aan de hand van twee cases zien dat bij de huidige werkwijze grote vraagtekenskunnen worden gezet bij de nauwkeurigheid van emissieschattingen op basis van ammoniakemissiefactoren gerelateerd aan de RAV-codes.

Zie: Toename van stikstofemissie en/of depositie als gevolg van sjoemel RAV’s

Ook: https://www.boerderij.nl/Rundveehouderij/Achtergrond/2020/9/Wacht-met-nemen-beslissing-over-emissiearme-vloer-643142E/

 

Mes(t)dagfonds, oftewel Firma List & Bedrog?

Een onafhankelijke factchecker annex journalistiek onderzoeksplatform voor agrarische feiten: zo presenteert de stichting Agri Facts zich aan de buitenwereld. Maar de lijntjes tussen de kopstukken van Agri Facts en de Nederlandse landbouwlobby blijken zeer kort. Ook ontving de stichting donaties van grote veevoerfabrikanten, zonder hierover transparant te zijn.

Zie: https://www.ftm.nl/artikelen/agrifacts?utm_source=Follow%20the%20Money&utm_campaign=5afc085400-EMAIL_CAMPAIGN_2020_02_27_03_04&utm_medium=email&utm_term=0_4571d2c3f6-5afc085400-241482995&share=uHGIYB0vO7vIcmT6n%2BT9%2Fzh5uv5eoupEOhuqZQkCif5%2FOY54806bYdaXAWKW

 

NATUURSCHADE DOOR VEEHOUDERIJ 

Waar heeft het beleid van VVD/CDA/LTO ons gebracht in de afgelopen decennia?

Nederland is Europees kampioen biodiversiteitsverlies, kampioen aantal landbouwdieren per hectare, kampioen ammoniakemissie per hectare. Is het dan vreemd dat driekwart van onze Natura 2000-gebieden in een deplorabele toestand verkeert? Wat zaken op een rijtje:

  1. Amazone brandt deels om ruimte te maken voor veevoer om onze varkens, kippen en koeien te voeren.
  2. Omzetting van plantaardig in dierlijk eiwit circa 10-15%. 85-90% wordt uitgepoept.
  3. Producten voor 80% naar buitenland, mest blijft hier.
  4. Enorm mestoverschot dat deels in het zwarte circuit verdwijnt: grootschalige mestfraude.
  5. Deel van onze natuur is in een deplorabele toestand: vermesting, verzuring, vergrassing, etc. Zie b.v. eikenbossen op schrale gronden op de Veluwe.
  6. Kwaliteit van slootwater is slecht met uitbundige algenbloei, pesticiden, etc.
  7. Grondwater vervuild met nitraat, vee-medicatie, pesticiden.
  8. Grootschalige afname van insecten populatie door overmatig gebruik van bestrijdingsmiddelen en stikstof.
  9. Nederlandse landbouw in 2017 meer ammoniak uitgestoten dan in 2016. Omgerekend per ha/jaar is de ammoniakuitstoot per hectare nergens zo groot als in Nederland. Oorzaak: stikstofrijker voer.
  10. Reductie van ammoniakemissie is grotendeels voor 2000 bereikt. Na 2000 zijn er geen grote reducties meer bereikt. 
  11. Weilanden zijn veranderd in groene woestijnen, waar geen bloemen, kruiden, insecten, vlinders, kevers meer gedijen. Voornamelijk "turbogras" met als gevolg grote problemen voor de vogelstand.
  12. Zelfs de mestkever heeft het heel zwaar vanwege hoge concentraties pesticiden en vee-medicatie in mest.
  13. Grond raakt overbelast met zware metalen als cadmium, zink en koper (varkensmest).
  14. Kosten als gevolg van stikstof in de lucht € 200-1000 /jaar per inwoner.
  15. Nederlandse boeren benadelen de positie van boeren in het buitenland met goedkope gesubsidieerde producten.

Het is de vraag of het boerenbedrijf de moordende concurrentie op de wereldmarkt overleeft. VVD heeft het handelsverdrag met Ukraine er doorheen gejaagd. Rabobank/ING-bank financieren daar giga varkensstallen met 1.000.000 varkens.

Dan CETA en Mercosur… met import van goedkoop vlees en zuivel. Het gevolg: verder aanjagen van de schaalvergroting. Nog meer boeren die noodgedwongen zullen moeten uitstappen.

Nederlandse gezinnen steunen de boerensector met 500 euro per jaar aan subsidies. Bij een normale rentestand en zonder subsidie zouden nu al veel meer boeren financieel in de problemen komen: zonder subsidie en een basisrente van 3% in plaats van 0% zouden heel veel bedrijven omvallen. Kortom: VVD/CDA/FvD/LTO beweren wel dat ze boeren steunen, maar met hun geheime agenda jagen ze de boeren en boeren-familiebedrijven het land uit. Dus over 10 jaar: landbouw deels failliet en natuur verziekt. 

Conclusie: de gangbare Nederlandse landbouw is toe aan een grondige herstructurering richting circulaire landbouw en grotendeels stoppen met produceren voor de wereldmarkt.

Biologische boeren laten al langer zien hoe het ook kan.  

Veevoeder gigant ForFarmers motor achter de boerenacties

Van de website nu.nl: Is het erg dat zo'n groot bedrijf de protesten steunt? Het is in ieder geval niet verboden. Maar is het handig? Voor het imago van de protesten misschien niet. Het authentieke beeld van de hardwerkende boer verdwijnt toch een beetje als blijkt dat er een gelikte marketingcampagne van een miljardenbedrijf achter zit. Volgens marketingexpert Van Loopik heeft het er alle schijn van dat ForFarmers probeert "een slaatje te slaan" uit een ideëel doel en "meelift op de protesten", omdat het toevallig in lijn is met hun commerciële belangen. "Het is tricky en komt nogal goedkoop over. Mijn advies zou zijn geweest: brand er je handen niet aan." 

Zie: https://www.nu.nl/weekend/6020408/woede-of-marketing-hoe-een-veevoergigant-boerenprotesten-een-zet-gaf.html#coral_talk_wrapper

Zie ook Trouw: https://www.trouw.nl/binnenland/nederlands-gezin-steunt-boerensector-met-500-euro-per-jaar~b6d0046b/

Zie ook Groene Amsterdammer: https://www.groene.nl/artikel/boerenterreur

Idem NRC: https://www.nrc.nl/nieuws/2019/12/28/landbouw-manipuleerde-stikstofadvies-a3985166

Idem NRC: https://www.nrc.nl/nieuws/2019/12/27/stikstofakkoord-het-moest-en-zou-er-komen-a3985137

Dat landbouw grotendeels het stikstofprobleem voor de natuur veroorzaakt is al meer dan 30 jaar bekend:

VVD waarschuwt boeren: Trouw1988

Zie ook:  https://www.dewegvooruit.nl/

 

NATUURSCHADE DOOR VEEHOUDERIJ, versie november 2018

Het Programma Aanpak Stikstof

"Ze moesten maar eens blij zijn met ons veeboeren, want door ons krijgen we steeds meer zeldzame natuur !"

Als een veehouder dit zegt, is dan nog een zinnig gesprek mogelijk? Het is te vaak een vast patroon geworden: de problemen worden omgedraaid, belachelijk gemaakt, en als laatste redmiddel wordt de emotiekaart getrokken. en zinnig gesprek over de te stellen grenzen aan de Nederlandse veehouderij is de laatste tijd nog zeldzamer geworden dan kieviten en korhoenders.

Veel landen hebben zo hun eigen zwarte milieubladzijde. Uit de VS komen regelmatig zorgwekkende berichten over gaswinning middels fracking waarbij serieuze risico's optreden voor bodem- en grondwater. Ander voorbeeld zijn de berichten uit China, waarin melding wordt gemaakt van zeer ernstige luchtvervuiling in grote steden. 

En wat doen we in Nederland? Nederland staat op de milieukaart als waarschijnlijk het meest veedichte land ter wereld. Dat geeft forse problemen, die de regering nu al tientallen jaren als een hete aardappel voor zich uitschuift.

Er wordt zeker niet niets gedaan aan de milieuschade door de Nederlandse veehouderij. Zoals ook in China niet niets wordt gedaan aan luchtvervuiling. Maar de prioriteiten zijn onwrikbaar. De zorg om schone lucht, water, bodem, planten en dieren komt als laatste aan de beurt, het wordt stiefmoederlijk behandeld. Een serieuze analyse van wat minimaal noodzakelijk is, is nooit gemaakt.  

De centrale onderzoeksvraag hierin is: wordt voldoende doelmatig opgetreden? Neemt de Nederlandse overheid al dan niet te grote risico's met de (zorg voor) Nederlandse natuur?

De schadelijke gevolgen van de Nederlandse veehouderij voor de natuur zijn al decennia zeer groot. Dit zou dan aangepakt moeten worden via de Natuurbeschermingswet, die per 1 januari 2017 is omgekat naar de Wet Natuurbescherming. Is die wet inderdaad een Natuurbeschermingswet, of is die wet in de praktijk meer een veehouderijbeschermingswet? De vraag is reëel: de natuurbeschermingswetvergunningen die zijn verleend aan de veehouderijbedrijven staan voor die bedrijven voor bedrijfskapitaal. Zonder die vergunning mogen zij niet in bedrijf zijn. En; een eenmaal verkregen vergunning laat ruimte om binnnen die verkregen vervuilingsrechten met een gewijzigde bedrijfsvoering toch weer uit te breiden middels zogenoemd intern salderen. 

De milieuschade door veehouderij is elders (zie: achtergrondverhaal) nader beschreven. Hier beperken we ons enkel tot de ammoniakemissies door veehouderij.

Ammoniak is een stikstofemissie, en daarom noemen de ambtenaren dit de stikstofproblematiek (met name NH3 en NOx). Er is veel te veel stikstof in de lucht, waarvan in Nederland de veehouderij de belangrijkste oorzaak is.  

De heer Samson van de PvdA wil vermoedelijk graag goede dingen doen voor het milieu. Hij heeft een verleden als een stoere actievoerder voor het milieu. Maar niet alles gedaan is goed gedaan. Zoals bekend is de heer Samson 'in de politiek' gegaan. Daar heeft hij met een CDA-boerenkamerlid een motie ingediend waarmee de politieke basis is gelegd voor een Programmatische Aanpak van de Stikstof. Hierop zijn de ambtenaren met een miljoenenverslindend totaalprogramma gekomen, waaraan vele jaren is gewerkt door onder meer het commercieel adviesbureau TAUW.

Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) is op 1 juli 2015 in werking getreden. 

Hierna noem ik u een serie links voor de openbare overheidsdocumenten met betrekking tot het PAS.

De Wet Natuurbescherming, Besluit natuurbescherming, en de Regeling natuurbescherming, met o.a. de wettelijke basis van het PAS:

http://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2017-03-01

http://wetten.overheid.nl/BWBR0038662/2017-01-01

http://wetten.overheid.nl/BWBR0038668/2017-03-17

Het PAS en een selectie onderliggende onderzoeken en bestuurlijke stukken:

http://pas.natura2000.nl

http://pas.natura2000.nl/pages/documenten-algemeen.aspx

http://pas.natura2000.nl/pages/prioritaire-projecten.aspx

Het AERIUS-rekenprgramma van het PAS:

https://www.aerius.nl/nl 

https://www.aerius.nl/nl/factsheet-parents/aerius-connect-webservice

En de natuurgebieden waar het ten slotte allemaal om te doen is:

http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx?subj=n2k&groep=0

De gebiedsanalyses en beheerplannen per natuur 2000 gebied:

http://pas.natura2000.nl/pages/gebiedsanalyses_7-11-2016.aspx

http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx?subj=actualiteitbeheerplannen

En de herstelstrategieën, die we ook ingenieursnatuur- of natuur-infuusmaatregelen te noemen:

http://pas.natura2000.nl/pages/herstelstrategieen-navigatie-2.aspx

Het PAS is een topzwaar programma. Regels voor Natuurbeschermingswetvergunningen voor onder meer veehouderij, een rekenprgrogramma voor stikstofemissies van landbouw, autoverkeer, huishoudens en industrie, emissiereductie-eisen en een enorme lange lijst natuurmaatregelen verspreid over meer dan 100 natuurgebieden zijn in één beleidsprogramma bijéén zijn gebracht.

De kern is een rekenprogramma (AERIUS) waarin alle stikstofemissies zijn opgenomen, en uitrekent waar die emissies neerkomen (stikstofdepositie in eenheden mol stikstof/hectare/jaar). Om de omvang van het programma beter duidelijk te maken: alle verbrandingsmotoren (auto's, CV-installaties, industriële installaties) stoten stikstof uit. Maar ook mest uit de veehouderij, kortom alle 200.000 stalgebouwen, de uitgereden mest en de dieren in de wei. Dit alles in een rekenprogramma plaatsen dat uitrekent waar de emissies optreden en waar die emissies neerkomen is hoogmoedig, en wellicht overmoedig. Maar vooruit, met wat goede wil en de nodige kinderziekten kan dit wellicht na verloop van tijd nog redelijk slagen.

Maar, ook zijn prognoses opgesteld hoe de emissies zich in de toekomst zullen ontwikkelen. En daar gaat het pijn doen. Want hierin worden aannames gedaan. Hoe ontwikkelt de veestapel zich? Gaan veeboeren, die merendeels weinig ophebben met natuurzorg (meer zeldzame planten, da's mooi!), nu plotseling wel hun best doen?  Hoe ontwikkelt de economie zich? Hoe meer bedrijvigheid, hoe meer autoverkeer, en dus meer stikstofemissies. Enzovoort 

Daarnaast is een zeer lange lijst natuurbeheermaatregelen op de uitvoeringsagenda gezet. Velen daarvan lagen al lang uiterst geduldig op uitvoering te wachten. U moet bijvoorbeeld denken aan hydrologische maatregelen. Veel natuursoorten hebben een hoog grondwaterpeil nodig. Maar mensen en koeien willen juist droge voeten. Met name in de afgelopen honderdvijftig jaar is door het hele land middels talloze grondwaterbeheersystemen op grote schaal het grondwaterpeil verlaagd, met een funest gevolg voor veel waterafhankelijke natuur. Om de ergste natuurschade te keren worden nu in en rond grondwatergevoelige natuurgebieden het grondwaterpeil weer -een beetje- verhoogd. Wat dan regelmatig op onwil van boeren stuit. Kortom, polderen, maar dan zonder goede woordvoerders namens de natuur. Anders dan bij vakbonden staakt natuur niet, maar legt het zonder veel herrie langzaam het loodje. Natuurmonumenten zou hierin wellicht een nuttige rol hebben kunnen spelen, maar die zitten vooral verbaasd te wezen dat de natuur steeds verder achteruit gaat. En, iets prozaïscher: ze ontvangen grote bedragen natuurzorgsubsidie van de de overheid, en dat maakt tam.  

Andere mogelijke herstelmaatregelen bestaan uit onder meer houtkap, plaggen, afbranden, en begrazingsbeheer. Natuurbeheermaatregelen zijn echter kwetsbaar. Aangetaste eeuwenoude bossen of zilte graslanden laten zich niet zomaar op korte termijn bijsturen. De natuur is niet maakbaar. Er zijn immers héél wat onzekerheden die een rol spelen bij natuurherstel. De vertragingen die ermee gepaard gaan geven bijkomend aanleiding tot ‘tussentijdse verliezen’ aangezien de nieuwe natuur sowieso niet meteen functioneel zal zijn. Bovendien moet ook een langdurig beheer en monitoring gegarandeerd worden. De scepsis lijkt breed gedragen binnen de wetenschappelijke gemeenschap. Zie bijvoorbeeld M. MARON et al., ‘Faustian Bargains? Restoration realities in the context of biodiversity offset policies’, Biodiversity Conservation 2012, 141-148.


Samenvattend bestaat het PAS uit de combinatie van:  

- het rekenprogramma (hoeveel stikstof veroorzaken we nu (uit alle bronnen: verkeer industrie, vee enz.), maar ook veel moeilijker: hoe ontwikkelt de depositie zich in de toekomst?)

- extra emissiereductie-eisen aan de veehouderij

- de natuurbeheermaatregelen

De PAS-autoriteiten stellen nu dat zeker is gesteld dat de stikstofdeposities zullen afnemen, en daarom meer dan genoeg ruimte bestaat om nieuwe bedrijfsemissies toe te kunnen staan. Dat wordt dan 'ontwikkelingsruimte' genoemd. Kortom, een positief reductiesaldo in de stikstofadministratie van AERIUS. De aanname is dat de toe te laten emissietoenames veel kleiner zullen zijn dan de veronderstelde emissiereductie. Ondertussen blijven de natuurschadelijke stikstofdeposities wel nog decennia optreden. Daarom worden ter compensatie de genoemde natuurherstelmaatregelen in het vooruitzicht gesteld.

Hiermee is de hoofdlijn van het PAS beschreven.

En waarom is MOB nu een fel tegenstander van het PAS?

In de eerste plaats vanwege het zwakke ambitieniveau. In 18 jaar tijd (!) zou het PAS gemiddeld landelijk tot een depositiereductie van slechts ca. 10% leiden, terwijl voor een groot aantal natuurgebieden een reductie van meer dan 50% nodig is. We zijn omstreeks 1980 begonnen met het stikstofreductiebeleid. Met de PAS ambitie zouden we ver voorbij 2080 nog steeds bezig zijn met stikstofreductiebeleid. Dat is onacceptabel, omdat niet goed bekend is of de stikstofgevoelige natuursoorten 100 jaar  overload aan stikstof verdragen. Hieronder een overzicht van de prognoses, afkomstig uit het PAS.

 PAS versie dec. 2015, pag. 67 

Maar, ook als het ambitieniveau wel serieus zou worden bijgesteld blijft het PAS onaanvaardbaar. Het tweede argument voor verzet tegen het PAS raakt aan welk realisme aan de beleidsprognoses worden toegekend. De stikstofdepositiedaling wordt gebaseerd op bestaand en nog te ontwikkelen beleid. Hoe effectief zal dat beleid zijn?

Ter illustratie een voorbeeld waar iedereen ervaring mee heeft: de Wegenverkeerswet. Als binnen de bebouwde kom een maximum snelheid van 50 kilometer geldt, mag dan in de beleidsprognoses worden aangenomen dat die snelheid niet noemenswaardig wordt overschreden? Mag ik u uitnodigen voor bijvoorbeeld een bezoek aan de Teldersweg in Den Haag? Het zal u moeite kosten een auto te vinden die zich op die weg aan de maximum snelheid houdt. En de Teldersweg is geen uitzondering. Met regels is niet alles te ondervangen, en zeker niet als de betrokkenen niet meewerken. Als u de agrarische media enige tijd zou volgen, dan wordt u al snel duidelijk dat intensieve veeboeren en natuur als water en vuur zijn.  

De Wegenverkeerswet en agrarische milieuregels hebben veel gemeen. Het bevoegde gezag beperkt zich in de handhaving van de normen in beide wettenstelsels enkel tot de aanpak van de aandachtstrekkende  excessen, gegeven de volkomen onvoldoende personeelscapaciteit. Of, misschien is toch wel nog een belangrijk verschil te noemen. Anders dan in het verkeer zijn in het agrarisch milieurecht nauwelijks 'andere weggebruikers', of een organisatie als Veilig Verkeer Nederland die krachtig aan de bel trekken als ernstig ongewenste tendensen optreden. Het bevoegd gezag is als een Zeelander zuinig om de zwakke nalevingsmoraal van agrarische milieuregels aan het licht te brengen. Sterker nog, normontwijkend gedrag in de agrarische sector wordt door het openbaar bestuur in de hand gewerkt met stoppersregeling, interne saldering (waarbij de milieuwinst door emissiearme huisvesting volledig kan worden opgevuld met het houden van meer dieren). Om over de nalevingsmoraal rond luchtwassers maar te zwijgen.    

Probleem is bovendien dat enkel het bevoegde gezag onderzoek kan doen naar de nalevingsmoraal, maar daar weinig belang bij stelt. Want, gegeven een zwakke nalevingsmoraal zouden meer handhavingsambtenaren aan het werk moeten, wat weer geld kost. Het is een publiek geheim: handhaving van het milieurecht is ook buiten de agrarische sector een bestuurlijk weeskind. Zie bijvoorbeeld de sjoemelsoftware van Volkswagen.

In de vakliteratuur is het PAS een project van Herculiaanse proporties genoemd. MOB spreekt liever van een megalomaan project. De pretentie een representatief model te kunnen geven van alle Nederlandse stikstofdeposities is eventueel met het nodige vallen en opstaan nog wel waar te maken. Maar daar bovenop wordt geclaimd die deposities met zekerheid te kunnen beheersen en de ecologische schade van die deposities voor vele tientallen sterk verschillende natuurtypen te kunnen analyseren en daar ook effectieve herstelmaatregelen op los te laten.

Een concreet voorbeeld van een onzekere prognose is de aanname dat de deposities vanwege mest uitrijden en beweiden gelijk zullen blijven. Hiervoor wordt echter geen enkele garantie gegeven, en is ook nergens geborgd. Bovendien: rond de natuurgebieden waar nog plaatsingsruimte voor mest resteert  kunnen lokaal wel degelijk de deposities toenemen.

Een ander voorbeeld van een onzekere prognose is dat de effecten van de natuurmaatregelen niet zijn verzekerd.

Of: op de deposities uit België en Duitsland heeft Nederland geen grip.

Het PAS is gebaseerd op onzekere prognoses.

Een derde argument is het gegeven dat meer dan duizend illegale bedrijfsuitbreidingen tussen 2005 en 2014 worden gelegaliseerd. De regering heeft al die jaren toegelaten dat bedrijven zonder vergunning uitbreiden zonder handhavend op te treden. Dit is onder meer onverkoopbaar naar de bedrijven die zich wel aan de regels hebben gehouden. Het is een beloning voor slecht gedrag.

Een vierde argument is dat het PAS inconsequent is opgebouwd. De emissies vanwege het uitrijden van de mest leveren een even grote bijdrage als de stalemissies. Desondanks is de keuze gemaakt de emissies vanwege het mestuitrijden vrij te stellen van vergunningplicht, en de stalemissies wel aan een vergunningplicht te binden. De ammoniakemissies van een gemengd bedrijf zijn afkomstig van stalgebouwen, mestuitrijden, beweiden van dieren en mestopslag. Dan kan niet begrepen worden  dat de vergunningplicht enkel wordt beperkt tot de stalemissies. 

Een vijfde argument gaat over het eerder genoemde 'natuurbeschermingswetvergunning als bedrijfskapitaal'. De PAS-autoriteit maakt de onvergeeflijke fout vergunningen voor onbepaalde tijd af te geven. Als te zijner tijd een openbaar bestuur aantreedt met meer ambitie en verantwoordelijkheid dan de heer Samson ten tijde van zijn gewraakte PAS-motie en alsnog een meer ambitieus beleid inzetten, dan zullen zij struikelen over de dan vele duizenden reeds verleende vergunningen voor onbepaalde tijd. Die bedrijven zullen geen inbreuk op hun vergunningrecht dulden, en hooguit met forse financiële compensatie bereid zijn iets in te leveren. De heer Samson heeft in dit dossier alle kenmerken van een tovenaarsleerling: volkomen naief heeft hij het tegendeel helpen ontstaan van wat noodzakelijk is, en daarmee de milieutechnisch onhoudbare Nederlandse intensieve veehouderij weer een paar jaar verlenging geboden.   

Tienduizend bedrijven uitkopen met een bedrag van honderd duizend Euro maakt een bedrag van één miljard Euro. De PAS legt potentieel een zware hypotheek op de toekomstige schatkist.

A propos: als iemand zijn muziek asociaal hard zet, en de buurman vraagt om die muziek zachter te zetten mag de overlastgever dan een financiële vergoeding eisen?

Op 30 november en 1 december 2016 heeft de rechtszitting plaats gehad van de Raad van State over het PAS, waarbij onder meer een drietal beroepen zijn behandeld van MOB. In de voorafgaande maanden zijn grote aantallen onderzoeksrapporten en processtukken gelezen. In die twee dagen tijd heeft de Raad van State een lange lijst met vragen behandeld over het PAS. Het standpunt van MOB zal duidelijk zijn: de PAS kan de toets der kritiek niet doorstaan. Op 17 mei 2017 is uitspraak gedaan, en zijn prejudiciële vragen gesteld aan het Europees Hof van Justitie te Lxemburg. Voor de uitspraak, zie hier 

Lopende het beroep bij de Raad van State en de procedure bij het EU-hof van Justitie blijven talloze vergunningen verleend worden aan veehouderij op basis van de PAS. MOB zal samen met Vereniging Leefmilieu een serie vergunningbesluiten aanvechten. In november 2018 zijn ca. 400 vergunningbesluiten aangevochten door MOB en vereniging Leefmilieu. Op 7 november 2018 zal met de uitspraak van het EU Hof van Justitie duidelijk worden wat de toekomst wordt voor het PAS. 

Hierna meer achtergrond over natuurschade door veehouderij.    

*****

HET GROTE ACHTERGRONDVERHAAL: OVER DE VECHTSCHEIDING VAN VEEBOEREN EN NATUUR

Veehouders zijn ondernemers: dat betekent vaak tegen zo laag mogelijke kosten produceren. Nederland onderscheidt zich hierin vooral door bulkproductie en slechts zelden ook door kwaliteit. Dat hoeft geen probleem te zijn als er niet te veel veehouderij is. Nederland is evenwel het meest veedichte land van Europa. Wat wordt gecombineerd met een hoge bevolkingsdichtheid. Kritiek op veehouderij en megastallen is dan ook een kritiek op het toestaan van veehouderij op industriële schaal waar dat niet past. Nederland is ook trendsetter in intensieve veehouderij, geholpen door de expertise van Landbouw-universiteit Wageningen (stalsystemen, voerconversie, veterinair) en de Rotterdamse haven (import veevoer). Grootschalige veehouderij geeft veel natuurschade, vooral door de mestemissies. De Nederlandse overheid heeft hierin een natuurzorgplicht, ook internationaal, geregeld in de Natuurbeschermingswet. Hoe werkt dat in de praktijk als het om de veehouderij gaat? Het onderstaande is gebaseerd op de jurdische ervaring van 100-en juridische procedures en kan worden beschouwd als de essentie c.q. spoedcursus van wat hierin politiek-bestuurlijk en juridisch actueel is. U kunt hier lezen hoe het zo ver is gekomen dat Nederlandse natuur een politiek weeskind is geworden.

De nu bestaande veehouderij vormt één van de drie voornaamste bedreigingen van de Nederlandse natuur. De drie belangrijkste oorzaken van natuurschade zijn versnippering (veel kleine natuurgebieden zonder onderlinge verbinding), verdroging (grondwaterstand) en verzuring (stikstofdeposities). Veehouderij is de grootste bron van stikstofdeposities, afkomstig uit de mest van 95 miljoen kippen, 12 miljoen varkens en 4 miljoen stuks rundvee. Het probleem is al decennia bekend, onderzocht en door de overheid op de politieke agenda gezet, maar verre van opgelost.

Politiek weeskind

In de afgelopen tientallen jaren is veel kennis beschikbaar gekomen uit onderzoek en zijn door de overheid regels gesteld. In essentie is het ook een overzichtelijk en goed oplosbaar probleem. Toch is in de afgelopen 10 jaar nauwelijks nog vooruitgang geboekt, met als voornaamste oorzaak politieke onwil. De relatief makkelijk te realiseren milieuwinst (in politiek jargon: het laaghangende fruit in de vorm van voor de hand liggende milieutechnieken) wordt inmiddels toegepast. Nu het moment van keuzes maken is gekomen (is de huidige veestapel - lees: mestproductie - houdbaar?), blijkt het een politiek weeskind. En ondertussen woekert de natuurschade voort.

Als beleid gold sinds 1994 de (inmiddels ingetrokken) Interimwet Ammoniak en Veehouderij (IAV). Sinds 2003 is de Wet Ammoniak en Veehouderij (WAV) daarvoor in de plaats gekomen. Vooral met de WAV is flink de klad gekomen in de doelmatigheid van het overheidsoptreden. Geen wonder: die wet stond weer een toename van de emissies toe. Ook de verantwoordelijke minister heeft inmiddels moeten toegeven dat het beleid ondoelmatig is geworden (MvT Crisis en Herstelwet, Tweede Kamer, vergaderjaar 2009, 2010, 32 127, nr. 3, pagina 25).

Kort samengevat: middels een combinatie van zogenaamde vervuilingsrechten, mest- en melkproductierechten heeft de overheid een omstreden stelsel opgetuigd, die de bestaande schade meer in stand houdt dan reduceert. De betrokken bedrijven zien de vervuilingsrechten (emissierechten) als bedrijfskapitaal, en handelen er ook in (salderen). Ondernemers zijn vaak enkel bereid minder te vervuilen als daar een vergoeding (subsidie) tegenover staat. Immers, waar vervuilingsrecht wordt ingeleverd wordt toekomstige schaalvergroting (lees: megastallen) bemoeilijkt. Dit alles is verregaand vergelijkbaar met muziek asociaal hard zetten, en pas bereid zijn het zachter te zetten als de klagers geld betalen.

Nederland is gelijktijdig een bijzonder land. Weliswaar geeft de hoge bevolkingsdruk een zeer intensief gebruik van bodem, water en lucht. Anderzijds zijn veel mensen zich daarvan ook goed bewust, en zijn bereid daar gevolgen aan te verbinden. Nederland herbergt bovendien veel kennis en ervaring op dit gebied. Veel werk van de vorige generatie bestuurders en ambtenaren heeft zelfs model gestaan voor milieubeleid in andere Europese landen. 

De tussenkomst van de overheid is voor natuurbehoud - helaas! - vaak een noodzakelijke voorwaarde. Alleen al omdat de overheid een verregaande beslissingsmonopolie heeft over milieuveiligheid. De Staat bepaalt in hoge mate wat milieuveilig (kwaliteitsnormen voor bodem, water en lucht). Weliswaar stelt ook de Europese Unie milieunormen. Die normen zijn niet enkel matig ambitieus (de achterblijvers, waartoe inmiddels steeds vaker ook Nederland gerekend moet worden, moeten mee kunnen komen), ook wordt zeer veel tijd gelaten om de gestelde normen te kunnen halen. Vaak komt Nederland pas op het allerlaatste moment in beweging (voorbeeld: de implementatie van de Habitatrichtlijn, Nederland is door de EU in gebreke gesteld). Daarbij bestaat dan nog de mogelijkheid van uitstel (derogatie; door Nederland gevraagd en gekregen voor fijnstof en nitraat). Kortom, milieuveiligheid is in de praktijk een speelbal van democratische besluitvorming, en daarmee van lobbywerk.

Hiermee wordt alles behalve gezegd dat de overheid geheel verantwoordelijk is voor natuurbehoud. Juist niet! Daarvoor is de overheid teveel een inefficient apparaat, als een reus op lemen voeten, speelbal van lobbyisten. Maar de overheid komt volgens MOB onontkoombaar wel een beslissende rol toe voor wat betreft het stellen van eerlijke en werkbare regels, consequente handhaving van die regels en het ontsluiten van kennis.

Hierna wordt een korte geschiedenis gegeven van de Natuurbeschermingswet. Dan wordt verteld waarom deze wet noodzakelijk is. Vervolgens kunt u lezen wat MOB doet om van de overheid gedaan te krijgen dat ze haar -wettelijk vastgelegde- verantwoordelijkheid ook daadwerkelijk neemt. Afsluitend wordt een politieke analyse gegeven.

De Natuurbeschermingswet

De Natuurbeschermingswet (hierna: Nb-wet) bestaat al lang: vanaf 1967. Tot in de jaren negentig heeft deze wet weinig betekend. Eind jaren negentig komt daar voorzichtig verandering in. Rond de Natuurbeschermingswet ontstaat zelfs enig politiek rumoer.

Al vanaf de jaren tachtig zijn alle Europese Unie-lidstaten verplicht gepaste natuurbeschermingsmaatregelen te nemen voor natuurgebieden met een internationale waarde. Die internationale waarde volgt uit het voorkomen van meer dan 5% van een of meerdere soorten planten of dieren in een gebied. In het jaar 2000 wordt Nederland door de Europese Commissie op het matje geroepen (in gebreke gesteld) omdat geen uitvoering wordt gegeven aan die verplichtingen met betrekking tot de zogenoemde Habitat- en Vogelrichtlijngebieden (synoniem: Natura 2000-gebieden). Daarmee maakte Nederland een slechte beurt. De regering reageert hierop in 2001 met een voorstel tot wijziging van de natuurbeschermingswet om zo alsnog aan de gestelde verplichtingen te voldoen.

Ondertussen hadden ook enkele maatschappelijke organisaties de nalatigheid van de Nederlandse overheid ook bij de Nederlandse bestuursrechter aangekaart. De bestuursrechter bevestigde dat de overheid nalatig was in de uitvoering van haar wettelijke plichten. Veel overheidsbesluiten waarin de natuurbelangen zoals genoemd in de Habitat- en/of Vogelrichtlijn waren 'vergeten' moesten daarom overnieuw. Ook daarmee kwam druk op de regering.

Daarmee leek een kentering te komen in wat lange tijd praktijk is geweest. Lang was het zo dat als een bouwplan (voor bijvoorbeeld een weg, een nieuwbouwwijk of bedrijf) maar belangrijk genoeg leek, er steeds weer een klein (of groot) stukje natuur verloren ging. Er staan steevast wel wat cowboy-ondernemers klaar om gaatjes te zoeken in de regels van de bestemmingsplannen en wetten. Aan huizenbouw in de rand van het bos kan veel geld worden verdiend. Ook bedrijfsuitbreidingen zijn vaak lucratief. In woord belijden veel politici het natuurbelang. Maar in de praktijk stonden natuurwaarden per saldo dikwijls op verlies. Belangrijke oorzaak daarvan was dat geen harde juridische bescherming van natuurwaarden gold.

Noodzaak van wetgeving

Met het voorgaande is het belang van de Nb-wet duidelijk gemaakt. Maar nog altijd denken veel politici in de tegenstelling 'mens versus natuur'. Als niet een harde bescherming geldt voor de resterende natuur, dan moet ernstig gevreesd worden voor het behoud daarvan. Van de oorspronkelijke natuurwaarden in Nederland resteert momenteel nog ca. 15% (Halting biodiversity loss in the Netherlands, PBL 2010). En de trend is nog steeds negatief: het totaal aantal soorten (biodiversiteit) blijft afnemen. Wel lijkt een kentering van de mate van afname in zicht. 

Ondertussen zijn sommige natuurbeheerorganisaties bezig om de terreinen die ze hebben, ecologisch zo divers mogelijk te maken. Er als het ware uit persen wat er in zit; maximaliseren van potentiele natuurwaarden, vaak bekostigd met compensatiegeld voor nieuwe ingrepen elders (nieuwbouw enz.) die ten koste van bestaande natuurwaarden gaan. Plaggen, her-meanderen van beekloopjes, verhogen van het waterpeil. Dit 'natuurwerk' ontlokt - niet zelden terecht - dan weer op een ander soort kritiek: ingenieursnatuur. Voorlopig zit de Nederlandse natuurzorg nog flink in het defensief. Hoe interessant ook: een project als de Oostvaardersplassen maakt daarin nog geen doorslaggevend verschil.

Hierboven is al genoemd dat concreet drie belangrijke oorzaken zijn te noemen waarom natuurzorg in het nauw zit:

1. Overbelasting stikstof en vermesting (hoofdoorzaak is de extreem grote Nederlandse veestapel)

2. Verdroging (grondwaterpeil)

3. Versnippering (talloze kleine natuurperceeltjes, zonder onderlinge verbindingen)

Ad 1: Overbelasting van natuurgebieden door stikstofdepositie

De overbelasting door stikstof is bekend sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw met de naam 'zure regen'. In de jaren negentig is de meeste winst geboekt. In de afgelopen tien jaar is een impasse opgetreden. We zijn grofweg halverwege waar we terecht moeten komen om de natuurwaarden te behouden.

Het probleem bestaat uit het feit dat veel kwetsbare plantensoorten een overschot aan stikstof niet verdragen, danwel overwoekerd worden door planten die juist goed gedijen bij veel stikstof. Bramenstruiken, brandnetels, akkerdistels en sommigen grassoorten drukken veel planten weg waardoor de diversiteit aan plantensoorten krimpt. Aangezien veel insecten afhankelijk zijn van bijzondere plantengemeenschappen, ontstaat ook een negatief keten-effect voor de fauna.

De voornaamste bron van stikstofemissies is de veehouderij, in de vorm van ammoniak (NH3). Er is geen ander gebied in Europa waar op een zo klein stuk grond zoveel landbouwdieren worden gehouden als in Nederland: 4 miljoen runderen, 12 miljoen varkens en 95 miljoen kippen (cijfers 2010). Het gaat hoofdzakelijk om Oost-Brabant, Noord-Limburg, Gelderland en Overijssel (in beleidsjargon 'de reconstructie- of mestoverschotgebieden' genoemd).

De emissies vanwege het mestuitrijden en de stallen zijn in de meeste gevallen veel te hoog om de instandhouding van de natuurwaarden te waarborgen. 25 jaar wetenschappelijk onderzoek laat daarover weinig twijfel meer bestaan. Zie onder meer de overheidspublicatie 'Ammoniak in Nederland'. Omdat veehouderijbedrijven elk afzonderlijk een bijdrage leveren aan de stikstofneerslag hebben die bedrijven met de Natuurbeschermingswet te maken. 

Naast veehouderij veroorzaken ook de reguliere industrie, gemotoriseerd verkeer en de huishoudens stikstofneerslag. Ook die emissies dienen verder af te nemen. De bijdrage van deze sectoren is echter ondergeschikt aan de bijdrage van de veehouderij.

 Ad 2: Verdroging

Ook het lage waterpeil pakt voor veel natuur negatief uit. Dit wordt hier voor de volledigheid wel als knelpunt genoemd, maar niet verder uitgewerkt. Het waterpeil is vooral de verantwoordelijkheid van de waterschappen.

Ad 3: Versnippering in vele kleine natuurperceeltjes

Om de versnippering van natuur tegen te gaan, is het EHS-beleid opgesteld: het realiseren van de Ecologische Hoofd Structuur. Het doel is om een groot aantal afzonderlijk natuurgebieden beter met elkaar te verbinden (verbindingszones), zodat planten en dieren niet opgesloten hoeven blijven in hun eigen reservaat. Dit punt hangt nauw samen met de twee voorgaande punten. Waar veel natuur het al moeilijk heeft door teveel vervuiling uit de lucht en te weinig water, betekent versnippering een extra drempel voor voortbestaan. Immers, de planten en dieren kunnen zich veel moeilijker verplaatsen naar mogelijk gunstiger locaties voor voortbestaan. De politieke problemen rond het EHS-beleid zijn echter  groot. Tegen het realiseren van de EHS wordt politiek veel weerstand geboden, waardoor na 20 jaar het einddoel nog lang niet in zicht is. Recent heeft de regering tot veler verbazing gezegd gemaakte afspraken niet langer na te willen komen, en daarmee genomen besluiten zelfs te willen herroepen. Daarover woedt nu een stevige politieke strijd. Dit punt wordt hier voor de volledigheid genoemd, maar blijft verder onbesproken 

Inzet Mobilisation, aanpak ammoniakvervuiling door veehouderij

De Nb-wet verplicht de overheid tot het beoordelen van projecten die gevolgen kunnen hebben voor de beschermde natuurwaarden. Welke de beschermde natuurwaarden zijn (en welke gebieden) volgt uit de Nb-wet.

Bijvoorbeeld het ondernemen van een veehouderijbedrijf betekent dat er ammoniakneerslag optreedt. De ammoniakneerslag (uitgedrukt in mol depositie potentieel stikstof per hectare per jaar) wordt vastgesteld aan de hand van het aantal dieren, het stalsysteem en de afstand tot het betrokken gebied. Als de bedrijfsemissies hoger zijn dan de afstand tot de natuurwaarden korter is, dan zijn de schadelijke ammoniakemissies  van het bedrijf op de nabijgelegen natuurwaarden groter. Maar, ammoniakdeposities reiken ook ver. Op 100 kilometer afstand van de veehouderij is slechts minder dan 60% van de emissies neergeslagen. Zie hiervoor de eerdere genoemde overheidspublicatie Ammoniak in Nederland. 

In Nederland zijn tienduizenden veehouderijbedrijven gevestigd met elk meer dan ca. 100 melkkoeien, duizenden varkens of vele tienduizenden kippen. In combinatie met het uitrijden van de mest veroorzaken al die bedrijven tezamen de zogenaamde ammoniakdeken boven Nederland. Om in een goed evenwicht te komen met natuurbehoud is een hoge reductiedoelstelling noodzakelijk. 

De Natuurbeschermingswet verplicht tot het maken van een beoordeling van de verenigbaarheid van de bedrijfsbelangen met de natuurbelangen. Die wettelijke plicht bestaat sinds 2005 met de komst van de gewijzigde Natuurbeschermingswet, en ook de Habitatrichtlijn in de wet is verankerd.

De overheid faalt ernstig met de inzet van de Natuurbeschermingswet als instrument voor natuurbescherming. Een ambitieuze vermindering van ammoniakdeposities is niet in zicht. Het is erger. Het optreden van de overheid heeft steeds meer als effect dat de bedrijven hun vervuiling consolideren, omdat de bedrijven de vervuilingsruimte als een bestaansvoorwaarde voor hun onderneming zijn gaan beschouwen. Het perfide effect van het huidige overheidsoptreden is dat ondernemers de vervuilingsruimte als bedrijfskapitaal zijn gaan beschouwen, dat zij nauwelijks willen afstaan. Dit zou nog niet erg hoeven zijn indien gelijktijdig ook een robuust programma zou bestaan om tot serieuze vervuilingsreductie te komen. Dat programma ontbreekt. Over een dergelijk programma wordt wel veel geschreven en gepraat onder de titel Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Serieus vertrouwen in dat programma ontbreekt. Verwezen wordt naar het in het vakblad LUCHT gepubliceerde artikel 'Stikstof tot nadenken, de ontbrekende feiten', hieronder te downloaden. Zie ook de recente evaluatie van de PAS door het CPB.

Wat doet de politiek?

Het politieke probleem is simpel te benoemen: de emissies vanwege de enkele tienduizenden veehouderijbedrijven zijn (soms zelfs meervoudig) te hoog. Dit wordt vooral veroorzaakt door de onvoorstelbaar hoge mestproductie vanwege de uitzonderlijk grote veestapel in een relatief zeer klein gebied. Er zijn hierin twee manieren om de emissies aan te pakken: ten eerste milieutechnische matregelen en ten tweede krimp van de veestapel (het probleem bij de bron aanpakken: afname van het aantal dikke darmen).

Technische maatregelen zijn in de afgelopen 20 jaar -deels op kosten van de belastingbetaler- uitvoerig onderzocht, gesubsidieerd en toegepast. De drie meest effectieve maatregelen hebben bestaan uit 1. het emissiearmer uitrijden van de mest (mestinjectie), 2. het maximeren van de veestapel en 3. emissie-armere stallen. Die maatregelen zijn inmiddels ook al geruime tijd wettelijk voorgeschreven via de meststoffenwet (het mestuitrijden en maximeren van de veestapel) en Besluit Huisvesting (emissiearmere stallen). De reele mogelijkheden voor emissiereductie middels technische maatregelen zijn daarmee grotendeels genomen. We zijn echter na 25 jaar beleid pas ongeveer halverwege het te bereiken doel. Dat brengt in een normaal denkproces onvermijdelijk de maatregel van beperking van de veestapel in beeld.

Een openbaar debat over een beperking van de veestapel wordt vooralsnog angstvallig vermeden. Het tegendeel vindt plaats: de melkveestapel mag binnenkort weer toenemen, waar deze eerder door productiegrenzen was beperkt.

Het totaal aantal kippen en varkens in Nederland is al vele jaren via een dierrechtenstelsel aan een maximum aantal gebonden. Over de bestaande regulering van de kippen en varkens is de beslissing genomen om deze voorlopig te handhaven (zie: Meststoffenwet artikel 77).

Voor de melkkoeien geldt een veestapelregulering door het Europeesrechtelijk geregelde melkquotum. De melkveehouders zijn gebonden aan een maximum melkproductierecht, en daarmee aan een maximum aantal dieren. Dit beleidsstelsel vervalt in 2015. De melkveestapel mag daarna weer toenemen. De Nederlandse regering heeft dit recent besloten. Dit is een garantie voor een toename van de deposities, waar deze juist dienen af te nemen.

Het enorme mestoverschot veroorzaakt niet enkel teveel ammoniakvervuiling. Naast deze ammoniakvervuiling lijdt de bodem en ook het grondwater schade door het uitrijden van teveel mest met langdurig schade aan de bodemkwaliteit tot gevolg, met inbegrip van grond- en oppervlaktewater. De Europeesrechtelijke Nitraatrichtlijn (mest bevat nitraten) en Waterrichtlijn (o.a. uitspoeling nitraten naar het water) stellen daarom eisen aan de bodem- en waterkwaliteit. In Nederland blijven we deze gestelde minimumnormen voorlopig nog structureel overschrijden. Er is door de Nederlandse overheid zelfs een ontheffing bedongen bij de Europese Unie van de Europese normen, omdat Nederland dat Europese normen niet zou kunnen (of willen?) naleven (derogatie van de Nitraatrichtlijn). Dit ondanks de grote waarschijnlijkheid dat een meerderheid van de Nederlandse bevolking een stevig tegenstander van het verzoek om ontheffing zal zijn. Immers, de meeste mensen zullen hun kinderen een schoon leefklimaat en schoon grondwater/drinkwater willen nalaten. 

Mestwetgeving en een beleidsmatige beperking van de veestapel kan uiteraard pas komen te vervallen als ook de problemen met het mestoverschot daadwerkelijk zijn bedwongen. Die situatie is momenteel zelfs niet bij benadering gerealiseerd. Het ministerie van LNV publiceerde in juli 2010 het rapport 'Instrumentarium voor veehouderij binnen milieugebruiksruimte'. In dat rapport worden suggesties gedaan voor de veestapelregulering na 2015. Hoewel het rapport is opgesteld met als doel het politiek debat over de situatie na 2015 mogelijk te maken, wordt een constructief debat met als doel om mestwetgeving -en daarmee wettelijke regulering van de omvang van de veestapel- vermeden.

Niet alleen het milieuprobleem is overzichtelijk. Dat geldt ook voor het politieke landschap. De woordvoerders natuur en milieu van enkele politieke partijen zijn structureel mensen afkomstig uit de veehouderijsector. Om voor MOB onduidelijke redenen blijken bij enkele politieke fracties elke affiniteit met natuurbehoud structureel afwezig. In hun standpunten wordt natuurbehoud hoofdzakelijk negatief benaderd. De politieke werkwijze van deze politieke fracties is vaak dezelfde. De VVD-woordvoerder toont zich steevast de meest radicale tegenstander van elke vorm van overheidsregulering, en plei daarmee direct tegen elke vorm van (agrarisch) natuur- en milieubeleid. Eerder is die rol ook gespeeld door de LPF-woordvoerder, tegenwoordig soms ook wel gespeeld door de PVV. Een radicaal standpunt - dat vaak enkel door specialisten is te herkennen als ketelmuziek - geeft de CDA-woordvoerder ruimte zich te presenteren als de ogenschijnlijke vertegenwoordiger van een redelijk compromisvoorstel. Voor het CDA bij herhaling gelegenheid zich te presenteren als een redelijke middenpartij, terwijl feitelijk wanbeleid wordt aangekondigd.

Een voorbeeld hiervan betreft het steeds weer opnieuw terugkomen op de mate van wetenschappelijke zekerheid over de optredende natuurschade van ammoniakvervuiling. Hoewel over de schade weinig onzekerheid bestaat, wordt elke kans te baat genomen om onzekerheid te suggereren. Voor zover onzekerheid bestaat, is die vooral te vinden in het precies vaststellen van de mate van de schade, onderverdeeld naar de verschillende natuurtypen danwel beperkte onzekerheid over de effectiviteit van milieutechnieken. Een verstandig mens zou zeggen dat bij vaststelling van een ernstig teveel aan ammoniakvervuiling stevig werk gemaakt dient te worden van een flinke reductie. De VVD-bijdrage bestaat echter hoofdzakelijk uit politieke obstructie door steevast uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek in twijfel te trekken. Met een iets gematigder inbreng van het CDA over de politieke betekenis van de uitkomsten van het wetenschappelijk onderzoek lijkt deze al snel een redelijke partij. Op dit thema toont de praktijk vele varianten.

Overigens is het ronduit merkwaardig dat de VVD zich steevast ronduit natuurvijandig uitdrukt. Sommige VVD-oudgedienden hoor je hierover nog wel eens mopperen (Winsemius, Nijpels), maar zonder veel effect. In veel andere landen is natuurbeheer bij rechtse partijen lang niet altijd in slechte handen. Natuur maakt in veel landen een essentieel onderdeel uit van het imago van dat land (landschappelijke waarden, identiteitsbepalende diersoorten enz), iets wat veel politici aan de rechter zijde graag koesteren. Zeker, die politici hebben dikwijls ook de mond vol van jacht en ondernemersbelangen, maar laten zich evengoed gelijktijdig aanspreken op natuurbeheer. Zo niet de VVD. Elke VVD-bijdrage aan het debat over natuurbeheer wordt beheerst door het dogma van de kleinere overheid, waaruit volgt de wens om minder (lees: zwakkere) regels en minder overheidsuitgaven. In de Nederlandse politieke praktijk is het maar al te vaak ook de zwakste belangen waarmee de VVD haar politieke 'succesen' behaalt. Gegeven het zwakke politieke gewicht van natuurbelangen in combinatie met de VVD die graag opmarcheert met haar zucht naar een kleinere overheid, is natuur een makkelijk slachtoffer van de VVD-politiek. Immers, de overheid heeft een monopoliepositie in het vaststellen van de minimum kwaliteitseisen voor lucht, water en bodem en ook aan het gebruik van de ruimte via bestemmingsplannen. Deze klassieke overheidsthemna's zijn cruciaal voor natuurbeheer.

De beschreven situatie zou niet ernstig zijn, indien andere partijen voor een correctie zouden zorgen. Daarvan blijkt al lang geen sprake meer van te zijn. Dit heeft een specifieke oorzaak.

De meeste andere partijen hebben amper binding met het platteland. Het zijn overwegend stedelijk georienteerde partijen, met weinig achterban en inzicht in het buitengebied. De verschillen tussen plattelandspolitiek en stedelijke politiek zijn aanzienlijk. In de plattelandspolitiek domineert agrarische belang, met een zwakke stem voor natuurbelangen. Bestemmingsplannen voor het buitengebied blijken hoofdzakelijk een agrarisch bedrijfsontwikkelingsplan. Te veel agrariers zien natuur als een sta-in-de-weg, gebaseerd op de kortzichtige gedachte dat natuurbelangen nu eenmaal moeten wijken voor voedselproductie. Meer stedelijk georienteerde politieke partijen tonen zich volstrekt incompetent in deze politieke retoriek, en laten hun politieke dossier "overheid en plattelandsbestuur" veelal versloffen. Deze partijen stellen natuur belangrijk te vinden, maar gaan voorbij aan het feit dat natuur buiten de stad ligt, tussen de agrariers. Indien werkelijk belang wordt gehecht aan natuur is het onvermijdelijk om je goed thuis te maken in de agrarische politiek. Dit geldt evenzeer voor de andere problemen die gezonde natuur bedreigd; verdroging en versnippering. Ook dan ontmoet je onvermijdelijk agrarische belangen. Hiermee zal duidelijk zijn geworden dat met de Nederlandse natuur een politiek weeskind is geboren.

Als we de politieke gang van zaken beter bekijken, dan kan de vraag gesteld worden of het de politici in de eerste plaats verweten kan worden dat structurele natuurschade niet hoger op de politieke agenda staat. Immers, politici kunnen meestal pas serieus aan de slag nadat maatschappelijke organisaties de zaak op de politieke agenda hebben gezet. Als het om natuur gaat komen we al snel bij een grote organisatie als Natuurmonumenten terecht. Deze organisatie weet als geen ander welke problemen door de ammoniakemissies uit de veehouderij optreden. Zij besteden een vermogen aan het beperken ammoniakemissieschade met "beheermaatregelen". Door de ammoniakemissies is onder meer sprake van vergrassing, wat wordt bestreden met regelmatig maaien en andere ecologische ingenieurstechnieken. Zonder maatregelen zouden veel natuurwaarden overwoekerd worden door stikstofminnenden begroeiing. Dweilen met de kraan open.

Waar je zou verwachten dat Natuurmonumenten op de stoep staat bij de politiek en de agrarische sector, is het tegendeel waar. De inmiddels duizenden verleende Natuurbeschermingswetvergunningen zijn door Natuurmonumenten ongemoeid gelaten. Tegen het zwaar omstreden vergunningbeleid, op basis waarvan die vergunningen zijn verleend, is Natuurmonumenten niet opgetreden. Natuurmonumenten meent kennelijk voldoende te doen door af en toe een bezorgde brief aan de Tweede Kamer en de provinciebesturen te zenden, en keurig mee te praten als ze worden uitgenodigd. Als boeren met tractoren veel politiek kabaal maken, kijken ze bij Natuurmonumenten enkel verschrikt toe. Natuurmonumenten toont geen enkel inzicht in het feit dat naarmate meer vergunningen voor onbepaalde tijd aan veehouderijbedrijven zijn verleend, het ammoniakprobleem steeds minder oplosbaar zal zijn. Immers, waar een veehouder eenmaal over een vergunning voor onbepaalde tijd beschikt, ontbreekt elk motief de eenmaal vergunde emissierechten op te geven. Tegen de tijd dat Natuurmonumenten eindelijk vindt dat het ernst moet worden, zullen de meeste veehouders hun vergunning op zak hebben. Natuurmonumenten moet deze houding het meest worden aangerekend, aangezien ze de bekendste politieke speler zijn in natuurbeheer, met -althans potentieel- de sterkste stem. In Nederland zijn in totaal ca. 55.000 veehouderijbedrijven. Natuurmonumenten heeft ca. 700.000 leden en een jaaromzet van ca. 100 miljoen euro, maar laten na een politieke vuist te maken om tot een beter evenwicht tussen natuur en agrarische belangen te komen.

Een soortgelijk verhaal geldt voor de meeste overige terreinbeherende organisaties, zoals bijvoorbeeld de Provinciale Landschappen. De natuur lijdt aanhoudend ernstige schade, maar ze beperken zich tot politiek overleg met fluwelen handschoenen, kennelijk ernstig benauwd het reëel bestaande conflict met de agrarische belangen openlijk op tafel te leggen. Staatsbosbeheer valt onder de overheid, wat betekent dat die nagenoeg geen politieke speelruimte heeft. Ten slotte, we moeten evenmin bij Stichting Natuur & Milieu zijn. Waar zij in de jaren negentig nog een voortrekkersrol hebben gespeeld in dit onderwerp, is hun optreden nu minder dan een schaduw van toen. De enige andere organisatie die zich naast Mobilisation en vereniging Leefmilieu momenteel sterk inzet is Werkgroep Behoud de Peel (zie www.wbdp.nl). Zij beperken zich tot de Peelgebieden in Noord Limburg, en zijn een kleine organisatie met beperkte middelen. Hoe kan van politici verwacht worden dat ze kritischer zijn, als de belangrijkste natuurorganisatie het volledig laten afweten?

Voor nadere informatie:

Mr. V. Wösten  -  Wösten juridisch advies

06 5064 1848     

Publicaties

Hieronder zijn 5 documenten beschikbaar als pdf-download. 

1. Veehouderij, milieubeleid en regeldruk; mr. V. Wösten / ir. A.K.M. van Hoof, Tijdschrift voor Agrarisch Recht, november 2009. Met dit artikel wordt de veelgehoorde stelling ontkracht dat de veehouderijsector te maken heeft gekregen met steeds striktere milieuregels. Het tegendeel blijkt juist. In de afgelopen jaren zijn de milieunormen fors versoepeld. Zelfs de ammoniakemissies - al decennia ontoelaatbaar te hoog - mochten van de overheid op bedrijfsniveau weer toenemen.

2. Stikstof tot nadenken, de ontbrekende feiten; mr. V. Wösten, Tijdschrift Lucht, december 2011. Met dit artikel wordt gesteld dat de nieuwe plannen voor de aanpak van de natuurschade door ammoniakemissies uit de veehouderij (Programma Aanpak Stikstof, PAS) ondeugdelijk genoemd moet worden. De Natuurbeschermingswet dreigt in de praktijk vooral een Veehouderijbeschermingswet te worden.

3. Het derde stuk wekt de indruk dat de voorzitter van LTO-Noord geen constructieve gesprekspartner wil zijn.

4. Het vierde stuk betreft een onderzoek in opdracht van Mobilisation naar de (on)toelaatbaarheid van de langdurige overbelasting van stikstofgevoelige natuurwaarden. Dit naar aanleiding van de stelling van de overheid dat een stand still van de stikstofdeposities geen significant negatief effect heeft.

5. Het vijfde stuk betreft onze zienswijze op het PAS die als volgt is samen te vatten:

  1. Uit de rapportage van Nederland naar de Europese Unie uit 2013 blijkt dat driekwart van de beschermde soorten en bijna alle habitattypen vallend onder de Europese Habitatrichtlijn een zeer ongunstige tot matig ongunstige staat van instandhouding hebben.
  2. Het PAS gaat een nog langer voortdurende te hoge stikstofdepositie op onze Natura 2000-gebieden niet tegen. De Natura 2000-gebieden zullen nog verder degenereren en dit zal niet of onvoldoende met herstelmaatregelen c.q. end-of-pipe maatregelen kunnen worden opgelost.
  3. PAS zou een goed instrument kunnen zijn ware het niet dat het ambitieniveau van het ontwerp PAS veel te laag is. De minister verwacht in 2030 een verlaging van de stikstofemissie van effectief minder dan 10%. Het is zelfs niet zeker dat dit gaat worden gehaald. Dit kan bepaald niet als een serieus ambitieniveau worden opgevat en diskwalificeert het voorliggende concept PAS.
  4. Het ontwerp PAS heeft een absoluut veel te lage ambitieniveau en is strijdig met internationale verplichtingen zoals de Habitatrichtlijn.
  5. Een verdere teruggang van biodiversiteit dient te worden gestopt. Er dient ambitie te worden getoond voor herstel. Dat kan alleen als er een ambitieus PAS komt.
  6. Het doel van het PAS dient te zijn dat in 2030 in bijvoorbeeld maximaal 10% van de Natura 2000-gebieden nog KDW’s van relevante habitats mogen worden overschreden. Dit dient primair de doelstelling te zijn. Op basis hiervan dienen (1) tussendoelstellingen te worden geformuleerd, en (2) een passende strategie te worden opgesteld.
  7. Een dergelijke strategie voor het reduceren van de stikstofemissie is ook in lijn met de ambitie van het door Nederland ondersteunde Europese biodiversiteitsstrategie om verdere teruggang van de biodiversiteit te stoppen en om tot een robuust definitief herstel van de natuur te komen.
  8. Er dienen intermediaire doelen (mile stones) in het PAS te worden opgenomen voor 2020 en 2025 zodat verzekerd kan worden dat in 2030 de bovengenoemde doelstelling van maximaal 10% in 2030 kan worden gehaald.
  9. Op basis hiervan dient een strategie te worden geformuleerd met daaraan gekoppeld een “road map” hoe de bovengenoemde door ons voorgestelde doelstelling voor 2030 en gerelateerde tussendoelstellingen moeten worden gehaald. 
  10. De PAS dient te beschikken over een adequaat MRV (Monitoring, Rapportage, Verificatie) borgingssysteem dat rekening houdt met tijdige onderkenning van ontwikkelingen op relevante wetenschapsgebieden of in fouten in de berekeningen van de emissies en bijbehorende deposities.

Het concept PAS voldeed niet aan deze punten, net zo min als het definitieve PAS. Het PAS fungeert nu vooral om de intensieve veehouderij en overige stikstofdepositie veroorzakende activiteiten (bijv. aanleg nieuwe snelwegen, kolencentrales) tot 2030 ruim baan c.q. voldoende ruimte te geven om nog aanzienlijk uit te breiden. De minister faciliteert hiermee ook dat de reeds 60 jaar aan de gang zijnde schaalvergroting van de bio-industrie, die hierdoor nauwelijks geremd verder kan groeien terwijl al lang duidelijk is dat veehouderij-bulkproductie in Nederland een doodlopende weg is. En daarmee zijn we ook weer terug bij het begin van het verhaal hierboven. Zie bijlage 5 voor de complete inspraaknotitie op het ontwerp PAS. 

1 - Agrarisch Recht_ veehouderij, milieu en regeldruk
2 - Tijdschrift Lucht_stikstof de ontbrekende feiten
3 - Correspondentie MOB en LTO Noord
4 - Effecten van gelijkblijvende N-depositie op N2000-habitats in de Groote Peel5- Zienswijzen met betrekking tot het ontwerp Programma Aanpak Stikstof 5 - PAS februari 2015

Lees meer

Deze pagina is 28710 keer bekeken!