24 maart 2019: Over de Provinciale Staten verkiezingen

De provincie is een veel bepalende speler in het natuurbeleid. Zij treedt op als bevoegd gezag in vrijwel alle Natura 2000-besluiten. Alleen daarom al vindt MOB de provinciale statenverkiezingen geweldig belangrijk. Bovendien kies je met de provincieverkiezingen ook nog de Eerste Kamer. Met als bonus waterschapsverkiezingen. 

De uitslag van deze verkiezingen zijn door de media sterk ingekleurd door de winst van een relatief nieuwe partij, die ineens veel stemmen haalt. Hoe spannend is dat? Is daar wat zinnigs over te zeggen? Is dit inderdaad een ‘ruk naar rechts’ of een ‘een nieuw politiek landschap’?

We hebben recent al eerder soortgelijk stormachtige opmarcheren van nieuwe politieke partijen gezien (LPF, PVV, maar ook de SP). En, ondertussen zien we ook de ChristenUnie zetels afpakken van het CDA. Of: een PvdD die waarschijnlijk vooral uit de vijver van GroenLinks vist. Om van de jojo van D66 maar niet te spreken. Tuurlijk, die ontwikkelingen bij de SP, CU en PvdD zijn wat minder spectaculair dan met de LPF, PVV en nu de FvD. Maar ze hebben allen een duidelijk gemeenschappelijk kenmerk: de grote traditionele partijen hebben veel draagvlak verloren. De veelgenoemde versplintering van het politieke landschap.

De vraag moet gesteld worden of het onderscheid tussen rechts en links hierin wel zo relevant is. Is het wellicht niet zo dat veel mensen enkel vinden dat er domweg slecht bestuurd wordt? De huidige generatie bestuurders laat zichzelf steeds sterker gijzelen door apathie. Veel gezwabber, geen consistente keuzes. Bestuurders met een serieus verhaal zijn wel erg zeldzaam geworden. Dan is het niet raar dat afstand wordt genomen van bestaande partijen, en nieuwe partijen zo succesvol kunnen zijn. Met een beetje organisatievermogen, een serieuze strijdkas en een boegbeeld die het aardig in de media doet kom je dan een heel eind als nieuwe partij.

We zitten midden in misschien wel grote veranderingen met uiterst onzekere uitkomsten. Varierend van bijvoorbeeld de actuele technologische ontwikkelingen (biotechnologie, ICT), steeds verder oprukkende schaalvergroting in de economie, met daarmee gepaard gaande sociale onzekerheden (mondialisering enz.) en steeds ernstiger milieuproblemen (plastic soep, uitsterven dieren en planten, klimaatvarandering). Gelijktijdig ontwikkelen veel mensen een steeds hoger verwachting van het openbaar bestuur. Het openbaar bestuur als verzekering tegen onzekerheid, en bij elke calamiteit gaat de zwarte piet naar het openbaar bestuur. Het openbaar bestuur als nationale schandpaal. Deze afbraak van het openbaar bestuur wordt nog flink versterkt door een steeds grotere groep politici die nauwelijks snappen - laat staan zeggen - waar de grenzen van het openbaar bestuur liggen. En zo bijdragen aan de gevaarlijke fictie dat de overheid alles kan oplossen.

De politieke indeling tussen rechts en links helpt hierbij momenteel niet veel. Veel mensen maakt het waarschijnlijk niet veel uit wie bestuurt, als er maar serieus wordt bestuurd. Dan is het wel zaak dat de politieke clowns niet langer zo sterk de agenda kunnen blijven bepalen. Politieke clowns prima: maar wel graag aan de zijlijn, en niet in het centrum van de macht.

Er zijn altijd wel kleine radicale groepjes, die refereren aan klassieke idiologeën. Oswald Spengler’s ‘Avondland’? Doe mij een lol. Bijna niemand heeft dat boek in zijn boekenkast staan, laat staan gelezen. Prima dat een paar luie journalisten in een paar regels een honderd jaar oud boek kunnen samenvatten. Maar  met politieke duiding anno 2019 heeft dit niet veel te maken. Het Avondland is voorlopig niet meer dan een dun vernislaagje van weer een nieuwe partij. Zo makkelijk als ze naar FvD stappen, zo makkelijk gaan ze naar de volgende kandidaat. Die ruk naar rechts: ik zie ‘m niet. Ik zie enkel een beroerd presterend openbaar bestuur, en kiezers die dat duidelijk maken door over te stappen naar andere partijen. 

Het echte probleem: de verwezing van het openbaar bestuur. Mensen met serieuze bestuurscapaciteiten gaan het nauwelijks nog aan. Het gaat niet om de vraag of bestuur rechts of links is, maar de vraag of bestuur de problemen serieus aanpakt. Dát hoort de centrale vraag te zijn. En ondertussen blijft dat Nederlandse natuurbeleid maar dolen. 

24 maart 2019: Over de Provinciale Staten verkiezingen

De provincie is een veel bepalende speler in het natuurbeleid. Zij treedt op als bevoegd gezag in vrijwel alle Natura 2000-besluiten. Alleen daarom al vindt MOB de provinciale statenverkiezingen geweldig belangrijk. Bovendien kies je met de provincieverkiezingen ook nog de Eerste Kamer. Met als bonus waterschapsverkiezingen. 

De uitslag van deze verkiezingen zijn door de media sterk ingekleurd door de winst van een relatief nieuwe partij, die ineens veel stemmen haalt. Hoe spannend is dat? Is daar wat zinnigs over te zeggen? Is dit inderdaad een ‘ruk naar rechts’ of een ‘een nieuw politiek landschap’?

We hebben recent al eerder soortgelijk stormachtige opmarcheren van nieuwe politieke partijen gezien (LPF, PVV, maar ook de SP). En, ondertussen zien we ook de ChristenUnie zetels afpakken van het CDA. Of: een PvdD die waarschijnlijk vooral uit de vijver van GroenLinks vist. Om van de jojo van D66 maar niet te spreken. Tuurlijk, die ontwikkelingen bij de SP, CU en PvdD zijn wat minder spectaculair dan met de LPF, PVV en nu de FvD. Maar ze hebben allen een duidelijk gemeenschappelijk kenmerk: de grote traditionele partijen hebben veel draagvlak verloren. De veelgenoemde versplintering van het politieke landschap.

De vraag moet gesteld worden of het onderscheid tussen rechts en links hierin wel zo relevant is. Is het wellicht niet zo dat veel mensen enkel vinden dat er domweg slecht bestuurd wordt? De huidige generatie bestuurders laat zichzelf steeds sterker gijzelen door apathie. Veel gezwabber, geen consistente keuzes. Bestuurders met een serieus verhaal zijn wel erg zeldzaam geworden. Dan is het niet raar dat afstand wordt genomen van bestaande partijen, en nieuwe partijen zo succesvol kunnen zijn. Met een beetje organisatievermogen, een serieuze strijdkas en een boegbeeld die het aardig in de media doet kom je dan een heel eind als nieuwe partij.

We zitten midden in misschien wel grote veranderingen met uiterst onzekere uitkomsten. Varierend van bijvoorbeeld de actuele technologische ontwikkelingen (biotechnologie, ICT), steeds verder oprukkende schaalvergroting in de economie, met daarmee gepaard gaande sociale onzekerheden (mondialisering enz.) en steeds ernstiger milieuproblemen (plastic soep, uitsterven dieren en planten, klimaatvarandering). Gelijktijdig ontwikkelen veel mensen een steeds hoger verwachting van het openbaar bestuur. Het openbaar bestuur als verzekering tegen onzekerheid, en bij elke calamiteit gaat de zwarte piet naar het openbaar bestuur. Het openbaar bestuur als nationale schandpaal. Deze afbraak van het openbaar bestuur wordt nog flink versterkt door een steeds grotere groep politici die nauwelijks snappen - laat staan zeggen - waar de grenzen van het openbaar bestuur liggen. En zo bijdragen aan de gevaarlijke fictie dat de overheid alles kan oplossen.

De politieke indeling tussen rechts en links helpt hierbij momenteel niet veel. Veel mensen maakt het waarschijnlijk niet veel uit wie bestuurt, als er maar serieus wordt bestuurd. Dan is het wel zaak dat de politieke clowns niet langer zo sterk de agenda kunnen blijven bepalen. Politieke clowns prima: maar wel graag aan de zijlijn, en niet in het centrum van de macht.

Er zijn altijd wel kleine radicale groepjes, die refereren aan klassieke idiologeën. Oswald Spengler’s ‘Avondland’? Doe mij een lol. Bijna niemand heeft dat boek in zijn boekenkast staan, laat staan gelezen. Prima dat een paar luie journalisten in een paar regels een honderd jaar oud boek kunnen samenvatten. Maar  met politieke duiding anno 2019 heeft dit niet veel te maken. Het Avondland is voorlopig niet meer dan een dun vernislaagje van weer een nieuwe partij. Zo makkelijk als ze naar FvD stappen, zo makkelijk gaan ze naar de volgende kandidaat. Die ruk naar rechts: ik zie ‘m niet. Ik zie enkel een beroerd presterend openbaar bestuur, en kiezers die dat duidelijk maken door over te stappen naar andere partijen. 

Het echte probleem: de verwezing van het openbaar bestuur. Mensen met serieuze bestuurscapaciteiten gaan het nauwelijks nog aan. Het gaat niet om de vraag of bestuur rechts of links is, maar de vraag of bestuur de problemen serieus aanpakt. Dát hoort de centrale vraag te zijn. En ondertussen blijft dat Nederlandse natuurbeleid maar dolen.