Opinie en debat

5 maart 2019: de waarde van de parlementaire enquête

Vandaag is bekend geworden dat een parlementaire enquête zal worden opgezet naar de besluitvorming rond de gaswinning in Groningen. Het is een relatief zeldzaam ingezet middel van de Tweede Kamer in haar rol van controleur van het openbaar bestuur. In de afgelopen 30 jaar hebben 10 enquêtes plaats gehad. De eerste in 1986 bood een ontluisterend beeld van staatssteunbesluiten ten gunste van scheepsbouwer Rijn-Schelde-Verolme (RSV). De laatste enquête is van 2013-2015 naar het FYRA-debacle. Voor een overzicht van alle eerdere enqêtes, zie https://www.tweedekamer.nl

Is de nieuwste enquête naar de besluitvorming rond de gaswinning een goed initiatief?

Allereerst moet worden vastgesteld dat het mooi is dat een leefmilieukwestie onderwerp zal gaan zijn van diepgravend onderzoek. Maar daarbij moet ook de vraag worden gesteld: is de besluitvorming over het te onderzoeken onderwerp ook een onderwerp dat in de nabije toekomst opnieuw terugkomt, zodat door het toekomstig openbaar bestuur practische lering getrokken kan worden uit de conclusies van het onderzoek? Want: wat is de meerwaarde van een onderzoek als daar beperkt consequenties voor het toekomstig openbaar bestuur aan vast zitten?

Laat duidelijk gesteld zijn: het lijkt er stevig op dat de publieke besluitvorming over de gaswinning een schandelijke vertoning is geweest, wellicht ook vergelijkbaar met de besluitvorming over Schiphol en/of de intensieve veehouderij. De gevolgen voor de omgeving zijn uiterst ingrijpend, tot op de dag van vandaag. Er bestaat alle aanleiding voor de hypothese dat het openbaar bestuur schandelijk tekort is geschoten in haar zorgplicht. Te meer nu het openbaar bestuur een monopoliepositie claimt in milieurechtelijke besluitvorming (vergunningen/consesies enz.), en de belangen en inbreng van omwonenden in de praktijk zelden serieus meewegen in de besluitvorming. Gedupeerde omwonenden moeten dikwijls hemel en aarde bewegen om - en dan vaak eerst nadat de schade langdurig is opgetreden, die vervolgens jarenlang is gebagataliseerd - enige kans te maken serieus te worden genomen door het openbaar bestuur.      

Als we weten dat de gaswinning een aflopende zaak is, en nieuwe besluitvorming over toekomstige gaswinning niet in de lijn der verwachtingen ligt: is de gaswinningbesluitvorming anno 2019 werkelijk een prioritair te onderzoeken besluitdossier? Hoe groot is de kans op herhaling? Is dit onderzoek niet hoofdzakelijk terugkijken, met beperkte meerwaarde voor de toekomst?

Gemiddeld vindt eens in de drie jaar een parlementaire enquête plaats. Denk dan heel goed na over het onderwerp van het parlementaire onderzoek. Is het niet verstandiger om een parlementaire enquête in te zetten naar de besluitvorming over Schiphol of over intensieve veehouderij, twee andere milieumonsters waarin ten eerste het openbaar bestuur het eveneens schandelijk laat afweten, én  ten tweede nog lang het laatste woord niet lijkt te zijn gesproken !? Het onderzoek naar de besluitvorming over de gaswinning lijkt meer een zoenoffer voor de slachtoffers van de gaswinning zonder directe meerwaarde voor de kwaliteitsbewaking van het openbaar bestuur. Is het niet iets te comfortabel om de zwarte piet toe te kunnen schuiven aan bestuurders die inmiddels toch al wat anders zitten te doen, en de uitkomst van het onderzoek beperkte gevolgen voor toekomstige bestuurders lijkt te hebben?

Initiatiefnemer van de dit voorstel is overigens GroenLinks. A Propos: dit is de zelfde club die een gedeputeerde leverde aan het provinciebestuur van Groningen. Deze meneer Wiebe van der Ploeg trad rond 2012 op als eerst verantwoordelijke voor de vergunningverlening voor de bouw van een nieuwe kolencentrale in de Eemshaven. Zie NRC, Volkskrant voor details. Misschien is GroenLinks geen best ijkpunt voor het milieubeleid?  

V.W.


Lees meer

Opinie en debat

5 maart 2019: de waarde van de parlementaire enquête

Vandaag is bekend geworden dat een parlementaire enquête zal worden opgezet naar de besluitvorming rond de gaswinning in Groningen. Het is een relatief zeldzaam ingezet middel van de Tweede Kamer in haar rol van controleur van het openbaar bestuur. In de afgelopen 30 jaar hebben 10 enquêtes plaats gehad. De eerste in 1986 bood een ontluisterend beeld van staatssteunbesluiten ten gunste van scheepsbouwer Rijn-Schelde-Verolme (RSV). De laatste enquête is van 2013-2015 naar het FYRA-debacle. Voor een overzicht van alle eerdere enqêtes, zie https://www.tweedekamer.nl

Is de nieuwste enquête naar de besluitvorming rond de gaswinning een goed initiatief?

Allereerst moet worden vastgesteld dat het mooi is dat een leefmilieukwestie onderwerp zal gaan zijn van diepgravend onderzoek. Maar daarbij moet ook de vraag worden gesteld: is de besluitvorming over het te onderzoeken onderwerp ook een onderwerp dat in de nabije toekomst opnieuw terugkomt, zodat door het toekomstig openbaar bestuur practische lering getrokken kan worden uit de conclusies van het onderzoek? Want: wat is de meerwaarde van een onderzoek als daar beperkt consequenties voor het toekomstig openbaar bestuur aan vast zitten?

Laat duidelijk gesteld zijn: het lijkt er stevig op dat de publieke besluitvorming over de gaswinning een schandelijke vertoning is geweest, wellicht ook vergelijkbaar met de besluitvorming over Schiphol en/of de intensieve veehouderij. De gevolgen voor de omgeving zijn uiterst ingrijpend, tot op de dag van vandaag. Er bestaat alle aanleiding voor de hypothese dat het openbaar bestuur schandelijk tekort is geschoten in haar zorgplicht. Te meer nu het openbaar bestuur een monopoliepositie claimt in milieurechtelijke besluitvorming (vergunningen/consesies enz.), en de belangen en inbreng van omwonenden in de praktijk zelden serieus meewegen in de besluitvorming. Gedupeerde omwonenden moeten dikwijls hemel en aarde bewegen om - en dan vaak eerst nadat de schade langdurig is opgetreden, die vervolgens jarenlang is gebagataliseerd - enige kans te maken serieus te worden genomen door het openbaar bestuur.      

Als we weten dat de gaswinning een aflopende zaak is, en nieuwe besluitvorming over toekomstige gaswinning niet in de lijn der verwachtingen ligt: is de gaswinningbesluitvorming anno 2019 werkelijk een prioritair te onderzoeken besluitdossier? Hoe groot is de kans op herhaling? Is dit onderzoek niet hoofdzakelijk terugkijken, met beperkte meerwaarde voor de toekomst?

Gemiddeld vindt eens in de drie jaar een parlementaire enquête plaats. Denk dan heel goed na over het onderwerp van het parlementaire onderzoek. Is het niet verstandiger om een parlementaire enquête in te zetten naar de besluitvorming over Schiphol of over intensieve veehouderij, twee andere milieumonsters waarin ten eerste het openbaar bestuur het eveneens schandelijk laat afweten, én  ten tweede nog lang het laatste woord niet lijkt te zijn gesproken !? Het onderzoek naar de besluitvorming over de gaswinning lijkt meer een zoenoffer voor de slachtoffers van de gaswinning zonder directe meerwaarde voor de kwaliteitsbewaking van het openbaar bestuur. Is het niet iets te comfortabel om de zwarte piet toe te kunnen schuiven aan bestuurders die inmiddels toch al wat anders zitten te doen, en de uitkomst van het onderzoek beperkte gevolgen voor toekomstige bestuurders lijkt te hebben?

Initiatiefnemer van de dit voorstel is overigens GroenLinks. A Propos: dit is de zelfde club die een gedeputeerde leverde aan het provinciebestuur van Groningen. Deze meneer Wiebe van der Ploeg trad rond 2012 op als eerst verantwoordelijke voor de vergunningverlening voor de bouw van een nieuwe kolencentrale in de Eemshaven. Zie NRC, Volkskrant voor details. Misschien is GroenLinks geen best ijkpunt voor het milieubeleid?  

V.W.


Lees meer