Home » Nederland » Natuur en politiek
MOBilisation in Nederland  nl
__________________________________________________________________________________________________________

De Natuurbeschermingswet, veehouderij en ammoniak

Versie juli 2011

Naast mensen vragen ook dieren en planten om een gunstige leefomgeving. Planten en dieren zijn bovendien vaak essentieel voor schone lucht, water en bodem, en daarmee ook voor mensen. MOB beschouwt natuurbehoud dan ook als van levensbelang.

Beste politici, komt het ooit goed tussen de overheid en natuurbelangen? Daar bestaat stevige twijfel over. De inkomsten van overheden zijn structureel afhankelijk gemaakt van het ontwikkelen van nieuwbouwwijken, bedrijven-, recreatie-, en winkelterreinen. Te vaak valt dan het oog op onbebouwd gebied. Dieren en planten laten zich veel makkelijker 'schuiven' dan een bestaande woonwijk of bedrijventerrein. De overheid streeft naar groei van bedrijvigheid, omdat haar begroting direct afhankelijk is gemaakt van economische ontwikkeling. Eventueel optredende natuurschade wordt vaak afgedaan als een 'te betalen politieke prijs' en 'vervangbaar'. Nog altijd bestaan politici die natuur beschouwen als luxeproduct. Hiermee is grofweg de moeilijke politieke positie van onze Nederlandse natuurbelangen gegeven. Hierin is de laatste decennia per saldo geen wezenlijke verandering gekomen. Volgens MOB dan ook hoogste tijd om enkele feiten op een rijtje te zetten, en daaruit conclusies te trekken.

De Nederlandse overheid heeft een natuurzorgplicht, ook internationaal. Daartoe dient onder meer de Natuurbeschermingswet. In de praktijk blijkt die wetgeving weinig zekerheid te bieden. In de afgelopen 10 jaar is de overheid via de bestuursrechter een een reeks van uitspraken de oren gewassen om beter haar verantwoordelijkheid te nemen. Helemaal bont maakt de overheid het met natuurschade veroorzaakt door (intensieve) veehouderij. De Natuurbeschermingswet wordt volgens MOB meer ingezet voor het beschermen van veehouderij dan natuur. De regering doet veel moeite om de veebedrijven gerust te stellen dat ze niet gebonden zullen worden aan noodzakelijke maatregelen. Een omgekeerde wereld. 

Zoals ook uit de titel hierboven blijkt: u vindt hier vooral informatie over schadelijke effecten vanwege veehouderij: de ammoniak- (stikstof)deposities. Zowel wetenschappelijk als beleidsmatig is hier veel over bekend. Het is in essentie ook een overzichtelijk en goed oplosbaar probleem.

Als beleid gold sinds 1994 de (inmiddels ingetrokken) Interimwet Ammoniak en Veehouderij (IAV). Sinds 2003 is de Wet Ammoniak en Veehouderij (WAV) daarvoor in de plaats gekomen. Met de WAV is flink de klad gekomen in doelmatig reductiebeleid. Geen wonder: die wet stond weer een toename van de emissies toe. Ook de verantwoordelijke minister heeft inmiddels moeten vaststellen dat het beleid ondoelmatig is geworden.  

Kort samengevat: middels een combinatie van zogenaamde vervuilingsrechten, mest- en melkproductierechten heeft de overheid een uiterst omstreden stelsel opgetuigd, die de bestaande schade meer in stand houdt dan reduceert. De betrokken bedrijven zien de vervuilingsrechten (emissierechten) als bedrijfskapitaal, en handelen er ook in (salderen). Ze zijn vaak enkel bereid minder te vervuilen als daar (belasting)geld tegenover staat. Het is vergelijkbaar met je muziek asociaal hard zetten, en pas bereid zijn het zachter te zetten als de klagers geld betalen.       

Nederland is en blijft een bijzonder land. Enerzijds vergt de grote bevolkingsdruk zeer veel van bodem, water en lucht. Anderzijds zijn veel mensen zich daarvan ook goed bewust, en zijn bereid daar gevolgen aan te verbinden. Nederland herbergt bovendien veel kennis en ervaring op dit gebied. Veel werk van de Nederlandse overheid in voorgaande decennia heeft zelfs model gestaan voor overheidsbeleid in andere Europese landen. Deze omstandigheden bieden mogelijkheden.

Een constructieve opstelling van de overheid is voor natuurbehoud een essentiële voorwaarde. Alleen al omdat de overheid een beslissingsmonopolie heeft over de eisen die aan mensen en bedrijven gesteld worden. De overheid heeft een beslissingsmonopolie over rechten en plichten. Hiermee wordt niet gesteld dat de overheid geheel verantwoordelijk is voor natuurbehoud. Liever niet! Daarvoor is de overheid teveel een log apparaat, als een reus op lemen voeten. De overheid komt volgens MOB een essentiële rol toe voor wat betreft het stellen van rechtvaardige en doelmatige regels, consequente handhaving van die regels en het ontsluiten van relevante kennis.

De Natuurbeschermingswet stelt als doel de Nederlandse dieren en planten een gunstige leefomgeving te bieden. Maar zoals hiervoor al gezegd: het huidige overheidsoptreden beschermt in de praktijk eerder de schadelijke activiteiten dan de natuur. Hoe zit dat?

Eerst wordt een korte geschiedenis gegeven van deze wet. Dan wordt verteld waarom deze wet noodzakelijk is. Vervolgens kunt u lezen wat MOB doet om van de overheid gedaan te krijgen dat ze haar -wettelijk vastgelegde- verantwoordelijkheid ook daadwerkelijk neemt. Afsluitend wordt een politieke analyse gegeven.

- Korte historie

De Natuurbeschermingswet (hierna: Nb-wet) bestaat al een flinke tijd: vanaf 1967. Tot in de jaren negentig heeft deze wet wel een heel stil leven gehad. De wet werd nauwelijks ingezet voor concrete natuurbescherming. Eind jaren negentig komt daar voorzichtig verandering in. Rond de Natuurbeschermingswet ontstaat zelfs enig politiek rumoer.

Al vanaf de jaren tachtig zijn alle Europese Unie-lidstaten verplicht gepaste natuurbeschermingsmaatregelen te nemen voor specifieke natuurgebieden. In het jaar 2000 wordt Nederland door de Europese Commissie op het matje geroepen (in gebreke gesteld) omdat geen uitvoering wordt gegeven aan die verplichtingen met betrekking tot de zogenoemde Habitat- en Vogelrichtlijngebieden (synoniem: Natura2000-gebieden). Daarmee maakte Nederland een slechte beurt. De regering reageert hierop in 2001 met een voorstel tot wijziging van de natuurbeschermingswet om zo alsnog aan de gestelde verplichtingen te voldoen.

Ondertussen hadden enkele maatschappelijke organisaties de nalatigheid van de Nederlandse overheid ook bij de Nederlandse bestuursrechter aangekaart. De bestuursrechter bevestigde dat de overheid nalatig was in de uitvoering van haar wettelijke plichten. Veel overheidsbesluiten waarin de natuurbelangen zoals genoemd in de Habitat- en/of Vogelrichtlijn waren 'vergeten' moesten daarom overnieuw. Ook daarmee kwam druk op de regering.  

Daarmee leek een kentering te komen in wat lange tijd praktijk is geweest. Lang was het zo dat als een bouwplan (voor bijvoorbeeld een weg, een nieuwbouwwijk of bedrijf) maar belangrijk genoeg leek, er steeds weer een klein (of groot) stukje natuur verloren ging. Er staan ook steevast wel wat ondernemers klaar om gaatjes te zoeken in de regels van de bestemmingsplannen en wetten. Aan huizenbouw in de rand van het bos kan veel geld worden verdiend. Ook bedrijfsuitbreidingen zijn vaak lucratief. In woord belijden velen politici het natuurbelang. Maar in de praktijk bleef natuurzorg per saldo dikwijls op verlies staan. Belangrijke oorzaak daarvan was dat geen harde juridische bescherming van natuurwaarden gold.

- Noodzaak Nb-wet

Met het voorgaande is het belang van de Nb-wet duidelijk gemaakt. Maar nog altijd denken veel politici in de tegenstelling 'mens versus natuur'. Als niet een harde bescherming geldt voor de resterende natuur, dan moet ernstig gevreesd worden voor het behoud daarvan. Van de oorspronkelijke natuurwaarden is Nederland momenteel hooguit 15% over. En de trend is nog steeds negatief: het totaal aantal soorten (biodiversiteit) blijft afnemen. Wel lijkt een kentering in zicht.

Ondertussen zijn sommige natuurbeheerorganisaties bezig om de terreinen die ze hebben, ecologisch zo divers mogelijk te maken. Er als het ware uit persen wat er in zit. Plaggen, her-meanderen van beekloopjes, verhogen van het waterpeil. Dit 'natuurwerk' stuit -niet zelden terecht - dan weer op een ander soort commentaar: ingenieursnatuur. Voorlopig zit de Nederlandse natuurzorg nog flink in het nauw.

Er zijn concreet drie belangrijke oorzaken te noemen waarom natuurzorg in het nauw zit:

1. overbelasting stikstof en vermesting (hoofdoorzaak is de extreem grote Nederlandse veestapel)

2. verdroging (grondwaterpeil)

3. versnippering (talloze kleine natuurperceeltjes, zonder onderlinge verbinding)

Ad 1.

De overbelasting door stikstof is bekend sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw met de naam 'zure regen'. Dit probleem bestaat nog altijd in een ernstige vorm, al is vooral in de jaren negentig veel winst geboekt. Sindsdien treedt -ook volgens de regering- sinds 2002 een stagnatie in de reductie op. We zijn grofweg halverwege waar we terecht moeten komen om de natuurwaarden te behouden.

Het probleem bestaat uit het feit dat veel kwetsbare plantensoorten een overschot aan stikstof niet verdragen, danwel overwoekerd worden door planten die juist goed gedijen bij veel stikstof. Bramenstruiken, brandnetels, akkerdistels en sommigen grassoorten drukken veel planten weg waardoor de diversiteit aan plantensoorten krimpt. Aangezien veel insecten afhankelijk zijn van bijzondere plantengemeenschappen, ontstaat ook een negatief effect voor de fauna.

De voornaamste bron van stikstofemissies is de veehouderij, in de vorm van ammoniak (NH3). Er is geen ander gebied in Europa waar op een zo klein stuk grond zoveel landbouwdieren worden gehouden als in Nederland: 4 miljoen melkkoeien, 12 miljoen varkens en 95 miljoen kippen (cijfers 2010). Het gaat hoofdzakelijk om Oost-Brabant, Noord-Limburg, Gelderland en Overijssel (in beleidsjargon 'de reconstructie- of mestoverschotgebieden' genoemd).

De emissies vanwege het mestuitrijden en de stallen zijn in de meeste gevallen veel te hoog om de instandhouding van de natuurwaarden te waarborgen. 25 jaar wetenschappelijk onderzoek laat daarover weinig twijfel meer bestaan. Zie onder meer de overheidspublicatie Ammoniak in Nederland. Omdat veehouderijbedrijven elk afzonderlijk een bijdrage leveren aan de stikstofneerslag hebben die bedrijven met de Natuurbeschermingswet te maken.

Naast veehouderij veroorzaken ook de reguliere industrie, gemotoriseerd verkeer en de huishoudens stikstofneerslag. Dit in de vorm van zwaveldioxide (SO2) en stikstofoxiden (NOx). Ook die emissies dienen af te nemen. De bijdrage van deze sectoren is echter ondergeschikt aan de bijdrage van de veehouderij.

De politieke onwil om tot een serieuze aanpak van de veehouderij-emissies te komen is zeer hardnekkig. Het beleid zit nu al vele jaren in een impasse.

Ad 2 Verdroging

Ook het lage waterpeil pakt voor veel natuur negatief uit. Dit wordt hier voor de volledigheid wel als knelpunt genoemd, maar niet verder uitgewerkt. Het waterpeil is vooral de verantwoordelijkheid van de waterschappen.

Ad 3 Versnippering in vele kleine natuurperceeltjes

Om de versnippering van natuur tegen te gaan, is het EHS-beleid opgesteld: het realiseren van de Ecologische Hoofd Structuur. Het doel is om een groot aantal afzonderlijk natuurgebieden beter met elkaar te verbinden (verbindingszones), zodat planten en dieren niet opgesloten hoeven blijven in hun eigen reservaat. Dit punt hangt nauw samen met de twee voorgaande punten. Waar veel natuur het al moeilijk heeft door teveel vervuiling uit de lucht en te weinig water, betekent versnippering een extra drempel voor voortbestaan. Immers, de planten en dieren kunnen zich veel moeilijker verplaatsen naar mogelijk gunstiger locaties voor voortbestaan. De politieke problemen rond het EHS-beleid zijn echter zeer groot. Tegen het realiseren van de EHS wordt politiek veel weerstand geboden, waardoor na 20 jaar het einddoel nog lang niet in zicht is. Recent heeft de regering tot veler verbazing gezegd gemaakte afspraken niet langer na te willen komen, en daarmee genomen besluiten zelfs te willen herroepen. Daarover woedt nu een stevige politieke strijd. Dit punt wordt hier voor de volledigheid genoemd, maar blijft verder onbesproken.  

- Inzet Mobilisation, aanpak ammoniakvervuiling door veehouderij

De Nb-wet verplicht de overheid tot het beoordelen van projecten die gevolgen kunnen hebben voor de beschermde natuurwaarden. Welke de beschermde natuurwaarden zijn (en welke gebieden) volgt uit de Nb-wet.

Bijvoorbeeld het ondernemen van een veehouderijbedrijf betekent dat er ammoniakneerslag optreedt. De ammoniakneerslag (uitgedrukt in mol depositie potentieel zuur per hectare per jaar) wordt vastgesteld aan de hand van het aantal dieren, het stalsysteem en de afstand tot het betrokken gebied. Als de bedrijfsemissies hoger zijn én de afstand tot de natuurwaarden korter is, dan zijn de schadelijke ammoniakemissies  van het bedrijf op de nabijgelegen natuurwaarden groter. Maar, ammoniakdeposities reiken ook ver. Op 100 kilometer afstand van de veehouderij is pas minder dan 60% van de emissies neergeslagen. Zie hiervoor de eerdere genoemde overheidspublicatie Ammoniak in Nederland.

In Nederland zijn in totaal tienduizenden veehouderijbedrijven gevestigd met elk meer dan 100 melkkoeien, duizenden varkens of vele tienduizenden kippen. In combinatie met het uitrijden van de mest veroorzaken al die bedrijven tezamen de zogenaamde ammoniakdeken boven Nederland. Om in een goed evenwicht te komen met natuurbehoud is een hoge reductiedoelstelling noodzakelijk.

De Natuurbeschermingswet verplicht tot het maken van een beoordeling van de verenigbaarheid van de bedrijfsbelangen met de natuurbelangen. MOB betrapt de overheid inmiddels zelfs structureel op besluitvorming waarbij de natuurbelangen terzijde worden geschoven. Eenvoudig gezegd komt het er op neer dat de overheid weigert het instrument van vergunningverlening zodanig toe te passen dat tot een robuuste vermindering van de ammoniakdeposities wordt gekomen. Het is erger. Het optreden van de overheid heeft steeds meer als effect dat de bedrijven hun vervuiling consolideren, omdat de bedrijven de vervuilingsruimte als een bestaansvoorwaarde voor hun onderneming zijn gaan beschouwen. Het perfide effect van het huidige overheidsoptreden is dat de ondernemers de vervuilingsruimte als bedrijfskapitaal zijn gaan beschouwen, dat zij nauwelijks willen afstaan. Dit zou nog niet erg hoeven zijn indien gelijktijdig ook een robuust programma zou bestaan om tot serieuze vervuilingsreductie te komen. Maar dat programma schittert al vele jaren door afwezigheid. Als de standpunten van enkele relevante politieke partijen goed worden beluisterd, dan is dat programma voorlopig ook niet te verwachten. Alle signalen duiden op witwas-beleid. De overeenkomst met de falende aanpak van het autoverkeer, verstopte binnensteden en files dringt zich op.   

In de tabel een reeks van recente uitspraken waarin provinciebesturen (soms voorlopig) ongelijk krijgen van de hoogste bestuursrechter in door MOB aanhangig gemaakte rechtszaken. De provincies geven  vergunningen af aan veehouderijbedrijven voor ammoniakdeposities op nabijgelegen natuurgebieden.

MOB stelt keer op keer dat de overheid de ernst van de problematiek onvoldoende serieus neemt, en krijgt schokkend vaak gelijk bij de hoogste bestuursrechter.

 

Bevoegd gezag, provincie

Datum uitspraak Raad van State

Zaaknummer Raad van State Zie: http://www.raadvanstate.nl

Trefwoorden

 

 

 

 

Utrecht

woensdag 2 februari 2011

201003099/1/T1/R2

artikel 16 Nb-wet, tussenuitspraak

Utrecht

woensdag 2 februari 2011

201003124/1/T1/R2

artikel 16 Nb-wet, tussenuitspraak

Limburg

vrijdag 7 januari 2011

201010289/2/R2

schorsing besluit op bezwaar vermeende afwezigheid vergunningplicht 

Noord-Brabant

vrijdag 24 december 2010

201008178/2/R2

schorsing besluit op bezwaar vermeende afwezigheid vergunningplicht 

Overijssel

woensdag 1 december 2010

200906747/1/R2

schorsing vergunning vanwege  toestaan toename emissies 

Gelderland

woensdag 1 september 2010

200905018/1/R2

vernietiging besluit op bezwaar vanwege toestaan toename emissies 

Gelderland

woensdag 11 augustus 2010

200904567/1/R2

vernietiging besluit, onjuiste aanname verval vergunning 

Gelderland

woensdag 11 augustus 2010

200903998/1/R2

vernietiging besluit, onjuiste aanname verval vergunning 

Limburg

maandag 26 juli 2010

201003985/2/R2

 

Noord-Brabant

donderdag 22 juli 2010

201003331/2/R2

 

Noord-Brabant

woensdag 21 juli 2010

200903782/1/R2

 

Noord-Brabant

woensdag 31 maart 2010

200903784/1/R2

 

Gelderland

dinsdag 23 maart 2010

200909292/1/R2

 

Overijssel

woensdag 17 februari 2010

200906747/2/R2

 

Limburg

woensdag 7 oktober 2009

200807110/1/R2

 

Noord-Brabant

vrijdag 4 september 2009

200903362/1/R2en   200903362/2/R2

 

Noord-Brabant

donderdag 19 februari 2009

200807584/2

 

Noord-Brabant

donderdag 19 februari 2009

200807581/2

 

Noord-Brabant

donderdag 19 februari 2009

200807580/2

 

Drenthe

maandag 2 juni 2008

200802552/1

 

Utrecht

woensdag 2 februari 2011

201003099/1/T1/R2

 

 

Als de overheid zo vaak in strijd met de wet handelt, waarom geeft dat ogenschijnlijk zo weinig politiek rumoer? En, hoe kan het zijn dat de overheid zo dikwijls onrechtmatig kan handelen, terwijl het gelijktijdig vaak streng optreedt tegen haar burgers? Het moet toch minstens opmerkelijk heten dat disfunctioneren van de overheid in zaken als bijvoorbeeld belasting en justitie dikwijls tot grote politiek ophef leidt, terwijl een nog veel ernstiger disfunctioneren bij behoud van onze planten en dieren als een politiek weeskind wordt behandeld.

- Wat doet de politiek?

Het politieke probleem is simpel te benoemen: de emissies vanwege de enkele tienduizenden veehouderijbedrijven zijn (soms zelfs meervoudig) te hoog. Dit wordt vooral veroorzaakt door de onvoorstelbaar hoge mestproductie vanwege ca. 12 miljoen varkens, 95 miljoen kippen en 4 miljoen melkkoeien binnen een relatief zeer klein gebied.

Er zijn twee manieren om de emissies aan te pakken: technische matregelen en minder dieren houden (het probleem bij de bron aanpakken: afname van het aantal dikke darmen).

Technische maatregelen zijn in de afgelopen 20 jaar -deels op kosten van de belastingbetaler- uitvoerig onderzocht, gesubsidieerd en toegepast. De drie meest effectieve maatregelen hebben bestaan uit het emissiearmer uitrijden van de mest  (mestinjectie), het maximeren van de veestapel en emissie-armere stallen. Die maatregelen zijn inmiddels ook al geruime tijd wettelijk voorgeschreven via de meststoffenwet (het mestuitrijden en maximeren van de veestapel) en Besluit Huisvesting (emissiearmere stallen). De reële mogelijkheden voor emissiereductie middels technische maatregelen zijn daarmee grotendeels genomen. We zijn echter na 25 jaar beleid pas ongeveer halverwege het te bereiken doel. Dat brengt in een normaal denkproces onvermijdelijk de maatregel van beperking van de veestapel in beeld.    

Een openbaar debat over een beperking van de veestapel wordt vooralsnog angstvallig vermeden. Maar dat debat staat onvermijdelijk op de politieke agenda. Het totaal aantal kippen en varkens in Nederland is al vele jaren via een dierrechtenstelsel aan een maximum aantal gebonden. De regeling geldt niet voor de melkrundveestapel. Over de bestaande regulering van de kippen en varkens moet uiterlijk in 2015 is beslissing worden genomen (Meststoffenwet artikel 77). Zonder maatregelen zou per 2015 de veestapel weer kunnen toenemen. De -politieke- vraag is of dat verantwoord is. Over deze vraag wordt nu druk in de achterkamertjes gesproken. Tot nog toe wordt MOB de toegang tot die kamertjes expliciet geweigerd, zeer waarschijnlijk omdat MOB een debat wil voeren op basis van feiten, en niet op basis van politieke machtsverhoudingen. Waar de verantwoordelijke minister stelt dat de maatschappelijke organisaties om de tafel moeten gaan, blijkt haaks hierop MOB plots niet welkom. De minister zegt daarmee het één maar doet het ander. 

Voor de melkkoeien geldt een veestapelregulering door het eveneens Europeesrechtelijk geregelde  melkquotum. De melkveehouders zijn gebonden aan een maximum melkproductierecht, en daarmee aan een maximum aantal dieren. Maar ook dit beleidsstelsel wordt in 2015 afgebouwd. Kortom, voor de kippen en varkens geldt vooralsnog een maximum mestproductierecht, en voor de koeien een maximum melkproductierecht.

Het enorme mestoverschot veroorzaakt niet enkel teveel ammoniakvervuiling. Naast deze ammoniakvervuiling lijdt de bodem en ook het grondwater schade door het uitrijden van teveel mest met langdurig schade aan de bodemkwaliteit tot gevolg, met inbegrip van grond-  en oppervlaktewater. De Europeesrechtelijke Nitraatrichtlijn (mest bevat nitraten) en Waterrichtlijn (o.a. uitspoeling nitraten naar het water) stellen daarom eisen aan de bodem- en waterkwaliteit. In Nederland blijven we deze gestelde  minimumnormen voorlopig nog structureel overschrijden. Er is door de Nederlandse overheid zelfs een ontheffing bedongen bij de Europese Unie van de Europese normen, omdat Nederland dat Europese normen niet zou kunnen (of willen?) naleven (derogatie van de Nitraatrichtlijn). Dit ondanks de grote waarschijnlijkheid dat een meerderheid van de Nederlandse bevolking een stevig tegenstander van het verzoek om ontheffing zal zijn. Immers, de meeste mensen zullen hun kinderen een schoon leefklimaat willen nalaten.

Mestwetgeving en een beleidsmatige beperking van de veestapel kan uiteraard pas komen te vervallen als ook de problemen met het mestoverschot daadwerkelijk zijn bedwongen. Die situatie is momenteel zelfs niet bij benadering gerealiseerd. Het ministerie van LNV publiceerde in juli 2010 het rapport Instrumentarium voor veehouderij binnen milieugebruiksruimte. In dat rapport worden suggesties gedaan voor de veestapelregulering na 2015. Hoewel het rapport is opgesteld met als doel het politiek debat over de situatie na 2015 mogelijk te maken, wordt een constructief debat met als doel om mestwetgeving -en daarmee wettelijke regulering van de omvang van de veestapel- vermeden.

Niet alleen het milieuprobleem is overzichtelijk. Dat geldt ook voor het politiek landschap. De woordvoerders natuur en milieu van enkele politieke partijen zijn structureel mensen die direct uit de veehouderijsector afkomstig zijn. Om voor MOB onduidelijke redenen blijken bij enkele politieke fracties elke affiniteit met natuurbehoud structureel afwezig. In hun standpunten wordt natuurbehoud hoofdzakelijk negatief benaderd. De politieke werkwijze van deze politieke fracties is vaak dezelfde. De VVD-woordvoerder toont zich steevast de meest radicale tegenstander van elke vorm van overheidsregulering, en pleit daarmee direct tegen elke vorm van (agrarisch) natuur- en milieubeleid. Eerder werd die rol ook al gespeeld door de LPF-woordvoerder. Een radicaal VVD-standpunt -enkel door specialisten te herkennen als dikwijls ook onzinnig- geeft de CDA-woordvoerder ruimte zich te presenteren als de ogenschijnlijke vertegenwoordiger van een redelijk compromisvoorstel. Voor het CDA steeds opnieuw een mooie gelegenheid zich te presenteren als een redelijke partij, terwijl feitelijk wanbeleid wordt neergezet.

Een voorbeeld hiervan betreft het steeds weer opnieuw terugkomen op de mate van zekerheid over de optredende natuurschade van ammoniakvervuiling. Hoewel over die schade redelijkerwijs geen onzekerheid meer bestaat, wordt elke kans te baat genomen om toch onzekerheid te suggereren. Een normaal mensen zou zeggen dat bij vaststelling van een ernstig teveel aan ammoniakvervuiling stevig werk gemaakt dient te worden van een flinke reductie. De VVD-bijdrage bestaat voornamelijk uit een domweg niet willen erkennen van de uitkomsten van het wetenschappelijk onderzoek. Met een iets gematigder inbreng van het CDA over de politieke betekenis van de uitkomsten van het wetenschappelijk onderzoek lijkt deze als snel een redelijke partij. Op dit thema toont de praktijk vele varianten.

De beschreven situatie zou niet ernstig zijn, indien andere partijen voor een correctie zouden zorgen. Daarvan blijkt al lang geen sprake meer van te zijn. Dit heeft een specifieke oorzaak.

De meeste andere partijen hebben amper binding met het platteland. Het zijn overwegend stadse partijen, met weinig achterban in het buitengebied. De verschillen tussen het platteland en de stad zijn spreekwoordelijk. Zoals iemand van het platteland dikwijls wat onwennig kan zijn in de stad, zo zijn veel stadse mensen onwennig als het om plattelandszaken gaat. Dit gegeven toont zich direct in het politieke debat. De woordvoerders van de resterende partijen hebben vrijwel zonder uitzondering niet het vereiste inzicht in de problematiek. Zelden worden beschikt over relevante inzichten en ervaring om in het debat goed de degens te kruisen met de genoemde veehouderij-kamerleden. Geen belang wordt zo goed gediend in de Nederlandse politiek als de veehouderijbelangen. Met als gevolg agrarisch gerelateerd natuur- en milieubeleid als politiek weeskind.

Veel milieubeleid wordt momenteel bepaald door de Europese Unie. Dit is overigens nadrukkelijk zoals alle landen en politieke partijen dat ook altijd wilden. Want binnen de Europese Unie zou voor alle bedrijven een gelijk milieubeleid moeten gelden. Nu dit Europese beleid in de afgelopen decennia in verregaande mate is gerealiseerd, stagneert de Nederlandse uitvoering daarvan. Juist in Nederland zijn de Europese normen essentieel, omdat juist hier veel normen ernstig worden overschreden.

Ondertussen wordt het ene na het andere overheidsbesluit over natuurschade door veehouderij door de rechter vernietigd. Die kwestie zou normaal gesproken om een oplossing vragen. Voorlopig geldt kennelijk dat de overheid, betrokken politieke partijen en de veehouderijsector de onzekerheid verkiezen boven het natuurbelang, duidelijkheid en toekomstgerichtheid. Als dat anders zou zijn, dan zouden de verantwoordelijken zich zeker anders opstellen dan dat zij in de afgelopen jaren hebben gedaan. De gang van zaken maakt duidelijk dat er nog stevige slagen zijn te maken.

Hieronder zijn 5 brieven / artikelen beschikbaar als pdf-downloadfile.

Het eerste stuk ontkracht de veelgehoorde stelling dat de veehouderijsector te maken heeft gekregen met steeds striktere milieuregels. Het tegendeel blijkt juist. In de afgelopen jaren zijn de milieunormen fors versoepeld. Zelfs de ammoniakemissies - al decennia ontoelaatbaar te hoog - mochten van de overheid op bedrijfsniveau weer toenemen.

Het tweede stuk laat zien dat de voorzitter van LTO-Noord geen prettige gesprekspartner is.

Het derde en vierde document zijn twee recente beroepschriften tegen besluiten van de overheid op milieuvergunningaanvragen van veehouders. In de loop van 2011 zal de Raad van State uitspraak doen in die zaken. MOB heeft momenteel tussen de 10 en 20 procedures lopen over de wijze waarop de overheid veehouderij nabij natuur beoordeelt.

Het vijfde document is de bijdrage van MOB aan het lopende politieke debat in de Tweede Kamer over de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS), zoals genoemd in artikel 19kg Nb-wet. MOB moet vaststellen dat dit politieke debat de relevante feiten nauwelijks een rol spelen. Normale mensen zullen toch eerst de ernst van het probleem duidelijk willen krijgen, voordat naar een eventuele oplossing wordt gezocht? Bij weinig politieke onderwerpen worden feiten zo stiefkinderlijk behandeld als bij natuurbescherming. Dit kan enkel gebeuren als de politieke woordvoerders van de politieke partijen andere belangen belangrijker vinden dan natuurbehoud. En daarmee natuurbehoud dus niet zien als een randvoorwaarde voor te maken keuzes. Althans, verdere achteruitgang van natuurwaarden kennelijk acceptabel vinden.

Contactpersoon: Mr. V. Wösten, Wösten juridisch advies te Den Haag

Voor nadere informatie: 070 322 8859

 

FilenameFilesizeDate
assets/media/natuur-en-politiek
2010-01 Veehouderij fabels regeldruk.pdf 1.44 MB 2011-01-29
2010-05 MOB antwoordt LTO Noord.pdf 500.17 kB 2011-01-24
2010-12 beroep op besluit GS van Gelderland.pdf 159.53 kB 2011-01-24
2010-12 beroep op besluit GS van Limburg.pdf 1.14 MB 2011-01-28
2010-12 Brief aan de Tweede Kamer MOB over PAS.pdf 1.09 MB 2011-01-16